<rss version="2.0">
 <channel>
  <title>Process Control Blog</title>
  <link>http://www.processcontrol.nl</link> 
  <description>Process Control Blogs RSS</description>  
  <copyright>(c) Array Publications</copyright>  
  
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/66569/Opnieuw-een-lesje-HMI-van-Apple-"]]></guid>
    <title><![CDATA[Opnieuw een lesje HMI van Apple?]]></title>
    <description><![CDATA[<br />
Vorige maand ben ik met een stevige FEDA-delegatie naar de CSIA Executive Conference in Amerika geweest. Dit keer werd deze gehouden in Seattle en volgend jaar staat ie alweer gepland voor eind april in Orlando. Wat me opviel, is dat het aantal deelnemers aan dit internationale evenement blijft groeien en dat er steeds meer verschillende nationaliteiten aanwezig zijn. Waren het zo&rsquo;n vijf jaar terug vooral Amerikanen en Canadezen, nu zie je vertegenwoordigers van systeemintegratoren uit alle uithoeken van de wereld. Vooral Europa was dit jaar goed vertegenwoordigd, wat aangeeft dat CSIA-certificatie aan deze kant van de Atlantische Oceaan duidelijk in een stroomversnelling aan het raken is. In Nederland zijn er inmiddels twee gecertificeerde systeemintegratoren (EKB en Hollander Techniek), terwijl de derde (CoNet) op het punt staat gecertificeerd te worden. Daarnaast is een aantal FEDA-leden bezig hun organisatie op CSIA-certificatie voor te bereiden en neemt de belangstelling bij andere bedrijven merkbaar toe. Het gaat dus goed met dit door de FEDA naar Nederland (en Europa) gehaalde certificatiesysteem. De toegevoegde waarde ervan uit zich zowel in voordelen voor de eigen organisatie van de systeemintegrator zelf, als meer zekerheid voor de opdrachtgevers. Dat bleek ook duidelijk uit de praktijkcases tijdens de CSIA-conferentie in Seattle. Een CSIA-gecertificeerde systeemintegrator heeft zijn zaakjes ook op het gebied van planning, risicobeheer en financieel management perfect voor elkaar. Op deze zaken wordt een organisatie door de CSIA-auditor ook zeer stringent beoordeeld. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer we vijf jaar verder zijn, CSIA veruit het meest dominante certificatiesysteem is binnen de (wereldwijde) systeemintegratiemarkt.<br />
En als je dan toch in de V.S. bent. En als je weet dat de Apple iPad daar begin april is geïntroduceerd en de prijs in dollars aantrekkelijk lager is dan wanneer ik zo&rsquo;n ding hier zou kopen in euro&rsquo;s, dan begrijpt u denk ik wel wat de leden van onze delegatie op de terugweg in hun koffers hadden zitten. Om nu te zeggen dat we de Apple-store leeggehaald hebben, gaat iets te ver, maar het scheelt niet veel. Wat een ongelooflijk fraai ding is dat en wat laat Apple ons hiermee op een even ongelooflijke manier zien hoe moeizaam veel industriële human machine interfaces (HMI&rsquo;s), ofwel de beeldschermen met toetsenborden van procesbesturingssystemen, in feite zijn. Ik moest gelijk denken aan de eerste tekstverwerkers in het CPM/DOS-tijdperk, begin jaren tachtig. Je had toen WordStar. Daar kon je veel meer mee dan met de toen veelgebruikte bolkoptypemachine van IBM. Maar vraag me niet hoe je de mogelijkheden moest activeren. Voor bepaalde opmaakfuncties moest je tegelijkertijd de Alt-knop, de Control-knop, de Shift-knop en dan nog een knop indrukken. Naast je toetsenbord lag een waslijst met toetscombinaties met daarachter de functies (vet, onderstreept, inspringen, et cetera). Toen Apple op een gegeven moment de Macintosh met muis op de markt bracht, was WordStar in één klap prehistorisch. Niks meer onmogelijke toetscombinaties indrukken. Gewoon klikken. Alle computers van nu werken met een muis. Bedankt Apple! En dan hebben we nu de iPad. Leidt die ook weer een nieuw HMI-tijdperk in? Ik denk van wel. Een paar weken ben ik er nu mee aan het stoeien en de gebruiksaanwijzing heb ik nog geen moment nodig gehad. Alles is zo ongelooflijk logisch. Als ik de iPad aan mensen laat zien die niet bepaald tot de groep &lsquo;computerfreaks&rsquo; behoren, dan valt op hoe leuk ze het vinden en hoe snel en makkelijk ze met het ding aan de slag kunnen. Internet op, filmpjes bekijken, een e-mail typen en versturen, foto&rsquo;s bewerken, een artikel schrijven, een boek lezen, alles kan met de iPad, die zo&rsquo;n uur of tien achter elkaar zonder opladen kan werken. Het ding is razendsnel en ik neem hem overal mee naartoe. Dat meenemen kan natuurlijk ook in de industrie. Je loopt als operator of servicetechnicus met een iPad door de fabriek, over het terrein, bekijkt een filmpje over het uitbouwen van een pomp, legt (via Wi-Fi) contact met het DCS om setpoints te bekijken of te veranderen zodat een proces beter verloopt. OK, dat kan ook met een handheld of PDA, maar die hebben geen vlijmscherp 9,7 inch touchscreen dat als een kameleon van indeling verandert zodra je een applicatie activeert. Alles doe je met je vingers. Snel, makkelijk, intuïtief. Het zou mij niets verbazen als Apple ons met de iPad alweer een nieuw HMI-tijdperk inloodst. Net zoals ze dit bijna dertig jaar terug (1984) op even spectaculaire wijze met de Macintosh deden.<br />]]></description>
    <pubDate>Tue, 20 Jul 2010 11:33:06 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/66569/Opnieuw-een-lesje-HMI-van-Apple-]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/66568/Papier"]]></guid>
    <title><![CDATA[Papier]]></title>
    <description><![CDATA[<p>In de pre-digitale kantooromgeving stond informatie op papier en als het goed was zat dat netjes gesorteerd in ordners. De kunst was om je werkplek zo in te richten dat je uit kasten en rekjes om je heen snel de juiste ordner kon bereiken. Een draaibare bureaustoel op soepele zwenkwielen hielp enorm en de vloerbedekking sleet hard. Nog steeds heb ik uit die tijd een verbluffende motorische handigheid om ordners in een handomdraai op mijn bureau te toveren.<br />
Toen het digitale tijdperk oprukte had menigeen nog de nodige achterdocht tegenover digitale gegevensopslag. Leuk, zo&rsquo;n computerbestandje, maar voor de zekerheid maken we toch een printje om in de ordner te doen, dan gaat het zeker niet verloren. <br />
Dat is inmiddels precies omgekeerd. Krijgen we tegenwoordig informatie op papier, dan is vaak het eerste dat we doen, het papier scannen of aan de afzender een digitale versie vragen. Leuk zo&rsquo;n papiertje, maar voor de zekerheid bewaren we het ook maar digitaal, dan gaat het zeker niet verloren. Bovendien is het gemakkelijk door te sturen of te bewerken. Nou ja, de voordelen van digitale informatie hoef ik u niet uit te leggen.<br />
Toch is er in ieder geval één terrein waarop de hoeveelheid papier nog groeit, en dat is de productdocumentatie. In dit nummer leest u bijvoorbeeld over een project van 1000 afsluiters waarvoor de leverancier liefst 400 ordners met papier heeft moeten samenstellen. En bij een beetje machine of partij componenten wordt al gauw een pallet vol documentatie mee verscheept als de eisen wat zwaarder zijn. Dat heeft vooral te maken met certificering en traceerbaarheid. Belangrijke zaken natuurlijk, zeker naarmate de toepassing kritischer is en voor de veiligheid dus van alles aantoonbaar moet zijn over bijvoorbeeld de gebruikte materialen en het toegepaste productieproces. Die regels zijn er niet voor niets gekomen.<br />
Maar het doet anno 2010 wat vreemd aan dat we elkaar zelfs e-mails versturen met onderaan het bekende verzoek om het bericht vanwege milieuredenen niet te printen, maar moeten terugvallen op stapels papier zodra er een juridisch tintje van wettelijke voorschriften en aansprakelijkheden aan zit. Dan schijnt nog steeds alleen een afdruk op papier als afdoende bewijs te kunnen dienen.<br />
Toch is digitale informatie tegenwoordig prima te beveiligen tegen overschrijven, wissen of andere vormen van manipulatie. Waarschijnlijk beter dan met papier mogelijk is. Uiteraard gun ik de papierproducenten hun omzet, maar wat zou het handig zijn om voor die documentatie te kunnen volstaan met een dvd. Aan de klant kun je er als leverancier een draagbare speler bij cadeau doen, nog altijd goedkoper dan alles op papier aanleveren. Of nog beter: geef alle klanten zo&rsquo;n nieuwe iPad met alle documentatie erop! Hans van Wijk adviseert ze in dit nummer ook voor operators en servicetechnici (nee, we hebben geen aandelen Apple). Voor de hardcore papieradept zou een ingebouwd printertje interessant zijn, dan kun je indien nodig toch even iets op papier produceren. Of bestond er al niet elektronisch papier waar je steeds iets anders op kunt zetten?<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Tue, 20 Jul 2010 11:30:57 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/66568/Papier]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/64630/Verhuizen"]]></guid>
    <title><![CDATA[Verhuizen]]></title>
    <description><![CDATA[Een verhuizing is altijd ingrijpend. De oude plek ontruimen, spullen naar een nieuwe plaats overbrengen en installeren en daarna wennen aan de nieuwe situatie; het omvat nogal wat.<br />
In de industrie mag de levering aan klanten niet onder de verhuizing lijden, en moeten zowel de productieactiviteiten als de verhuizing zorgvuldig gepland worden. Dat worden al gauw omvangrijke projecten met een gedetailleerde planning die nauw steekt.<br />
Verhuizen is altijd een kostenpost en wordt natuurlijk niet lichtvaardig gedaan. Maar soms is het noodzakelijk omdat de bestaande locatie ongeschikt of onrendabel is geworden. Er is bijvoorbeeld te weinig ruimte om uit te breiden, de milieuregels staan niet meer toe dat op de bestaande plek geproduceerd wordt, of de productie wordt vanwege kostenbesparing verplaatst naar een land met lagere lonen.<br />
Een bedrijfsverhuizing biedt een goede gelegenheid om meteen technische systemen aan te passen of te vernieuwen. Als er dan toch verhuisd wordt, dan het liefst meteen naar een omgeving waarin de allernieuwste techniek aanwezig is zodat het bedrijf daarna weer op de modernste manier vooruit kan. De bestaande productie kan dan nog even doorlopen terwijl op de nieuwe locatie al iets nieuws opgebouwd wordt.<br />
Besturingssystemen vallen bij industriële verhuizingen vaak onder zulke vernieuwingen. De ontwikkelingen daarin gaan snel, en dan is het wel eens gunstig om in één klap schoon schip te maken met de bestaande situatie die geleidelijk door wijziging op wijziging is ontstaan.<br />
Frank Senteur beschrijft in nummer 4 van Process Control zo&rsquo;n verhuizing waarbij meteen het DCS werd vervangen. Een waardevol onderdeel van het project waren de simulaties, waarin de operators al vooraf in een veilige omgeving aan het nieuwe systeem konden wennen. Zo komen ze in de nieuwe fabriek meteen beslagen ten ijs. Ook bij het ontwerpen van besturingssystemen komen simulaties goed van pas, zo lezen we in dit nummer. Door besturingen vroegtijdig te testen op hardwaremodellen zijn veel fouten te voorkomen.<br />
Nieuw in dit nummer van Process Control is het katern Energiebeheer. Hierin schrijven we over verschillende aspecten van energieverbruik en besparingen die daarop te behalen zijn. Ook de nummers 6, 8 en 10 van dit jaar bevatten dit specifiek op energie gerichte middengedeelte. Helaas hebben we geen &lsquo;gouden tip&rsquo; om verhuizingen minder energieslurpend te maken voor de betrokkenen. Maar gelukkig is verhuizen maar tijdelijk.<br />]]></description>
    <pubDate>Fri, 04 Jun 2010 14:27:41 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/64630/Verhuizen]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/64629/De-duurzaamheidparadox"]]></guid>
    <title><![CDATA[De duurzaamheidparadox]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Was twee jaar terug maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) een trend, nu is dat &lsquo;duurzaam&rsquo;. We moeten duurzaam ontwerpen, duurzaam produceren, duurzaam bouwen. Daar wordt heel veel over geschreven en gesproken, maar dat alleen heeft natuurlijk weinig zin. De grote vraag in de praktijk is: &lsquo;Wat is duurzaam precies en hoe krijg je inkopers en investeerders overtuigd van het nut van duurzaam produceren en bouwen?&rsquo; Zo is deze maand het meest duurzame gebouw van Nederland opgeleverd aan de rand van Bussum. Kijk maar eens op: <a href="http://www.watertorenbussum.nl">www.watertorenbussum.nl</a>. Prachtig project. Het gebouw heeft geen gasaansluiting, geen rioolaansluiting, uiteraard wel een drinkwateraansluiting en een aansluiting op het elektriciteitsnet in geval zelf onvoldoende stroom wordt opgewekt. Het complex is voorzien van geothermische systemen, PV-cellen, een windmolen, warmte- en koudeopslag. Het is daardoor volledig CO2-neutraal en bijzonder duurzaam. Maar als je ziet hoeveel moeite de initiatiefnemers hebben moeten doen om het project gefinancierd te krijgen. Dan is dat echt ongelooflijk. En dat terwijl de huurders in de rij stonden. In een tijd waarin heel veel kantoorpanden leeg staan, is dat toch een teken aan de wand, nietwaar? Duurzaam kan blijkbaar bijzonder lucratief zijn, ook economisch, maar zie het maar eens van de grond te krijgen. Laat eerst de buurman daar maar in investeren. Veel geldschieters kijken blijkbaar nog steeds vooral naar de bouwprijs en ja, bij duurzaam bouwen is die zo maar vijftien tot twintig procent hoger. Wat duur, zeg. Maar zo moet en mag je niet rekenen. Je moet ook hier, los van de milieuvoordelen, kijken naar de &lsquo;total cost of ownership&rsquo;. Die zijn van het gebouw in Bussum, gerekend over een periode van 20 tot 30 jaar, aanzienlijk lager dan die van een conventioneel gebouwd kantorencomplex. Veel potentiële geldschieters haakten af, want die vonden het initiële investeringsbedrag te hoog. Dom natuurlijk, want de nieuwe eigenaar van het kantoorgebouw in Bussum lacht iedereen uit als de gasprijs over tien jaar is verdubbeld, wat geen irreële verwachting is. &lsquo;Duurzaam&rsquo; kun je ook betrekken op simpeler zaken zoals bijvoorbeeld machines, industriële pc&rsquo;s, PLC&rsquo;s en zelfs software. Het merkwaardige is, dat ook hier sprake is van een paradox. Enerzijds willen we technologische innovatie, anderzijds willen we dat producten duurzamer worden, ofwel langer meegaan. Dat wringt. Want hoeveel oude, maar nog prima werkende PLC-systemen staan er niet in de industrie? Toch besluiten PLC-fabrikanten om een nieuwe versie op de markt te brengen en het oude systeem langzaam maar zeker uit te faseren. Op een gegeven moment kun je er dus geen onderdelen meer voor krijgen en loop je het risico dat de productie stil komt te staan als zo&rsquo;n niet meer te servicen PLC defect raakt. Dat risico wil je niet lopen, dus worden alle oude PLC&rsquo;s vervangen door de nieuwste generatie. Uiteraard heeft dit ook voordelen. Die nieuwe PLC&rsquo;s gebruiken veelal minder stroom, zijn compacter, hebben meer aansluitmogelijkheden en snellere software. Technisch prima dus, maar feit blijft dat je alle oude en in feite nog goed werkende PLC&rsquo;s wel gewoon op de schroothoop kunt gooien. Dat is weer niet duurzaam, maar in zo&rsquo;n geval wel legitiem, vind ik. Want technologische vooruitgang mag niet geremd worden door een obsessief streven naar duurzaamheid. We moeten het begrip duurzaam dus breder benaderen en, vooral als we een nieuwe fabriek bouwen, kan het wel degelijk samen gaan met innovatie. Zo kun je zuiniger transportbanden toepassen, zoals de Greenveyor van Vanderlande Industries. Je kunt batterijloze, draadloze drukknoppen toepassen, maar ook &lsquo;groene&rsquo; software. Wat dat is? Dat is software waarmee onder meer heel gericht en heel kritisch gekeken kan worden naar bewegingen en processen. Zoals een transportband. Waarom moet die ook draaien als er geen product op ligt bijvoorbeeld? Waarom moet een oven dag en nacht aan staan? Ga daar maar eens kritisch naar kijken en ga die transportbanden en ovens vervolgens maar eens vraaggestuurd aan en uit zetten. Daarmee kun je energie besparen, de CO2-footprint van het bedrijf verlagen en dus duurzamer produceren. &lsquo;Energy harvesting&rsquo; noemen de Amerikanen dat, ofwel &lsquo;energie oogsten&rsquo;. Dat is in veel gevallen dus gewoon het elimineren van onnodige handelingen en bewegingen, maar dat klinkt uiteraard niet zo spannend. Hoe dan ook, zowel bij bestaande fabrieken, maar juist ook bij nieuwbouw is genuanceerd nadenken over duurzaamheid helemaal zo slecht nog niet. Niet voor de wereld, maar op de langere termijn ook niet voor uw portemonnee.</p>
<p>&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 04 Jun 2010 14:24:25 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/64629/De-duurzaamheidparadox]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/63277/Procesintensificatie-kan-verbluffende-resultaten-o"]]></guid>
    <title><![CDATA[Procesintensificatie kan verbluffende resultaten opleveren]]></title>
    <description><![CDATA[Andrzej Stankiewicz is hoogleraar procesintensificatie (verbonden aan de TU Delft) en directeur van Europic, een onderzoeksprogramma dat zich richt op de chemische sector en de voedingsmiddelenindustrie. Stankiewicz doet onderzoek naar fundamenteel herontwerp van veelgebruikte industriële processen. De uitkomsten zijn soms verbluffend. Dat komt volgens Stankiewicz omdat binnen veel industrieën in de loop der jaren sprake is geweest van geleidelijke schaalvergroting en (deel)optimalisatie van processen. Dat leidt zelden tot een &lsquo;overall&rsquo; ideale situatie. In veel gevallen zou het veel beter zijn om een streep door de situatie te halen, opnieuw om tafel te gaan zitten en met fundamenteel herontwerp een beter afgestemde installatie te creëren. Vaak kan bij herontwerp het aantal processtappen worden beperkt en kunnen installaties kleiner worden gedimensioneerd, waardoor in de fabriek extra ruimte vrij komt. Door processen op kleinere schaal uit te voeren, wordt nog meer voordeel behaald. Zo zijn de veiligheidsrisico&rsquo;s van kleinere installaties lager, neemt volgens Stankiewicz de kwaliteit van het vervaardigde product toe (betere procesbeheersing) en is ook de hoeveelheid afval geringer. Bovendien daalt het energiegebruik en is de investering in kleinere installaties lager dan die in een klassieke fabriek die hetzelfde produceert.<br />
Waar is het wachten dan nog op? Het antwoord is logisch. Een belangrijke remmende factor is dat bedrijven te maken hebben met een historisch gegroeide &lsquo;installed base&rsquo; waarin in de loop der jaren veel is geïnvesteerd. Dat kun je niet zomaar aan de kant zetten. Bedrijven die dat wel doen, boeken echter verbluffende resultaten. Zo ontwikkelde Dow Chemical het HOCI-proces, waarbij de afmeting van installaties met een factor veertig werd verminderd, terwijl de opbrengst met 20 procent steeg en de hoeveelheid afval met 30 procent afnam. Het kan dus wel.<br />
In de levensmiddelenindustrie is tot nu toe weinig werk gemaakt van herontwerp van processen. Volgens Stankiewicz bij relatief simpele processtappen als ontwateren binnen tien jaar energiebesparingen van 25 procent haalbaar, op langere termijn zelfs van 75 procent. Er is kortom nog veel winst te behalen, mits we het maar willen. Ik denk dat dit ook een kwestie van opvoeden is, zowel van de mensen in de fabriek als van hun klanten. Zo is er momenteel veel aandacht voor duurzaam produceren. De vraag is echter of klanten (en wellicht ook fabrikanten) zich daar wel mee bezighouden. Het vreemde is dat we inmiddels geen kleding meer willen die door kinderen in India wordt gemaakt; waar grondstoffen vandaan komen die worden gebruikt, dat maakt blijkbaar niet uit. We zijn in de industrie vooral met prijs bezig. Er wordt ook veel ontworpen en ingekocht met een lage prijs als uitgangspunt. Als het maar goedkoop is. Hiermee werden we onlangs nog geconfronteerd. We kregen een aanvraag voor het bouwen en installeren van een besturingskast. Geen al te ingewikkeld ding, maar er zat wel engineering aan vast en softwareontwikkeling. We maakten een offerte en tot onze verbazing was er een ander bedrijf dat ongelooflijk ver onder ons bedrag zat. Hoe kon dat? Eenvoudigweg omdat alles simpeler was. Het kastje (lagere beschermingsfactor) was goedkoper, er zat geen documentatie bij, onderhoud zat niet in de offerte en ook geen update-service voor de software. De vraag is of de software deed wat ervan verwacht werd. Ben je een halfjaar verder en gaat er iets kapot, dan weet de gebruiker niet eens wat er precies in die kast zit. Documentatie ontbreekt immers. Toch werd die kast besteld. Het is soms alsof klanten &lsquo;net uit het ei komen&rsquo;. Pas als het te laat is, gaan ze nadenken. Niks TCO, niks duurzaam, niks standaarden, als het maar goedkoop is. Wellicht moeten we onze marketing omgooien en ons op andere lagen richten. Misschien moeten we minder met inkopers en meer met managers praten. Die volgens namelijk workshops over procesintensificatie, duurzaam produceren en verlaging van de CO2. Managers weten ook dat het gaat om TCO en dat sommige acties zeer strak ingepland moeten worden. Dat kost geld. Klanten zullen ook beter op papier moeten zetten wat ze willen. Daar schort het namelijk vaak aan en dan krijg je ook offertes die in bedrag, maar ook technische invulling ver uit elkaar kunnen liggen. Kies je voor de laagste prijs, dan kun je gigantische risico&rsquo;s lopen. Maar als je aan het begin al niet weet wat je wilt, dan is dat het gevolg. Kortom, niet alleen technisch moeten we kritisch naar de processen en mogelijke optimalisatie kijken. Ook moeten we kijken naar de menselijke inbreng, want die is vaak ronduit onduidelijk en dat levert per definitie geen ideale oplossingen op.<br />]]></description>
    <pubDate>Fri, 16 Apr 2010 16:54:46 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/63277/Procesintensificatie-kan-verbluffende-resultaten-o]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/63276/Tijd"]]></guid>
    <title><![CDATA[Tijd]]></title>
    <description><![CDATA[Tijd wordt wel de vierde dimensie genoemd, naast de drie dimensies waarmee we de ruimte om ons heen aanduiden. Wat de vier dimensies met elkaar gemeen hebben, is dat we ze vooralsnog niet in grenzen kunnen vangen en ze dus oneindig lijken. Weliswaar wordt aangenomen dat het heelal bijna 14 miljard jaar geleden ontstond, maar wat was er voor die tijd in al die ruimte? En door de quasars op 13 miljard lichtjaren van de aarde weten we hoe groot het heelal minstens is. Maar de quasars bewegen zich van ons af en er kan nog allerlei &lsquo;ouder&rsquo; licht naar ons onderweg zijn, dus hoe ver gaat de ruimte daarna nog door? <br />
Het grootste verschil tussen tijd en de drie ruimtelijke dimensies is dat we ons niet naar gelieven in de tijd kunnen verplaatsen. Dat is altijd een dankbaar onderwerp voor films geweest; denk bijvoorbeeld aan het fascinerende &lsquo;The time machine&rsquo; uit 1960 naar een boek van H.G. Wells. Tijd overkomt ons gewoon, net als andere natuurverschijnselen als regen, getijdenbeweging en zonsverduistering.<br />
Wel proberen we er vat op te krijgen en er efficiënt mee om te gaan. Al lang geleden zijn daarom kalenders en klokken uitgevonden. Gaandeweg is de tijd steeds sterker een leidraad bij ons doen en laten geworden, zowel in het sociaal-economische leven als privé.<br />
Voor de industrie werkt dat langs twee sporen. Enerzijds proberen we de productieprocessen zelf sneller te maken, zodat ze per tijdseenheid maximaal renderen. Voor de daaraan gerelateerde ontwikkeling en engineering zijn begrippen als time-to-market essentieel. Anderzijds willen we zo weinig mogelijk interventies in de processen, bijvoorbeeld voor onderhoud of om een afgekeurde batch opnieuw te maken. Dat de meet- en regeltechniek hiervoor innovatieve oplossingen in huis heeft, is te lezen in dit nummer. Zo legt Frank Senteur uit hoe de werking van kleppen gewoon tijdens bedrijf gecontroleerd kan worden, zodat steeds preventief vervangen niet meer nodig is en service-intervallen dus langer worden. En Paul Paulus beschrijft hoe snelle online metingen met behulp van infrarood de processen meteen bijsturen, zodat kostbare en tijdrovende herproductie wordt voorkomen.<br />
We zijn er allemaal van doordrongen: Tijd is een schaars goed, waar we op alle fronten zorgvuldig mee om willen gaan.<br />]]></description>
    <pubDate>Fri, 16 Apr 2010 16:46:14 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/63276/Tijd]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/62691/Help,-de-jeugd-is-niet-technisch!"]]></guid>
    <title><![CDATA[Help, de jeugd is niet technisch!]]></title>
    <description><![CDATA[<p><br />
Zoals u wellicht weet, staat in onze vestiging in Veghel het Edulab. Iedereen, vooral studenten en scholieren kunnen van deze &lsquo;mini-fabriek&rsquo; gebruikmaken en doen dat ook. Althans, als ze willen en kunnen. Over dat laatste maak ik me sinds de recent gehouden demodagen voor havo-scholieren een beetje zorgen. Tijdens die dagen ontvingen we zo&rsquo;n 350 scholieren en die konden een paar uur kennismaken met de technische mogelijkheden van het Edulab. Tijdens die techniekles keken we naar de aanleg en interesse van de scholieren en dat was wel even schrikken. Ze wisten soms nog niet eens wat een schroevendraaier was. En als je ze vroeg of ze wel eens in een fabriek waren geweest, keken ze je verbaasd aan. Een fabriek? Wat is dat? Daar zit dus een probleem. Maar toen schotelden we ze een presentatie voor, met allerlei vragen over techniek in relatie tot alledaagse zaken. Vraag de jeugd maar eens een wedstrijdsport te noemen waarbij techniek geen rol speelt. &ldquo;Een marathon lopen&rdquo;, antwoordde een leerling, &ldquo;dat doe je immers helemaal zelf en daar komt geen apparaat of technisch hulpmiddel aan te pas.&rdquo; En de tijdwaarneming dan? En de RFID-chip in de schoen? Is dat dus een sport die a-technisch zou zijn?<br />
Als we, zoals bij de Winterspelen in Vancouver, keken naar het schaatsen, bobsleeën, skiën, snowboarden, ijshockeyen of schansspringen, zagen we dat techniek bij al die sporten een cruciale rol vervult. Iedereen keek met argusogen naar de Nederlandse bobslee, die in samenwerking TNO, DSM en de TU Delft is ontwikkeld en al in de voorronden verrassend snel bleek. Velen realiseren zich niet hoe verweven techniek inmiddels met de sport is. Maar ook in en rond het huis is het techniek wat de klok slaat. In cv-thermostaten zitten intelligente microprocessoren en in ieder huis staan tegenwoordig meerdere computers, draadloze netwerken, tv&rsquo;s en dvd-spelers, terwijl wasmachines al jaren van microcomputers zijn voorzien. Vraag echter eens aan jongeren die dagelijks op weg naar school langs een fabriek rijden, wat daar wordt gemaakt. Tien tegen één dat ze het niet weten. Wiens schuld is dat? Die van de school? Docenten weten dat ze veel te weinig tijd aan techniek besteden, maar wat dan? Daardoor zijn we de plank wel aan het misslaan. Als je de jeugd confronteert met eenvoudige technische termen, zoals een kogellager &ndash; waarvan er tientallen in hun scooter zitten &ndash; dan hebben ze daar absoluut geen beeld bij. Het gevoel met techniek is er niet. En dat terwijl het zo eenvoudig is om het erin te brengen. Je moet gewoon met sprekende voorbeelden komen.<br />
Toevallig heb ik een Strida. Kijk maar eens op Strida.com. Wat is dat? Dat is een vouwfiets en die had ik tijdens het bezoek van de leerlingen achteloos in een hoek gelegd. Keurig opgevouwen in de draagtas. Ik zeg: &lsquo;Jullie fietsen zijn ongelooflijk onhandig. Groot, log, niet in de achterbak van een auto te leggen. En trouwens, wie heeft er wel eens een achterband vervangen?&rsquo; Ze zitten je dan aan te kijken alsof je van een andere planeet komt. Daar zijn toch fietsenmakers voor? Toen ik mijn fiets met een paar soepele bewegingen ontvouwde, gingen ze opeens rechtop zitten. Wat was dat voor ding, met dat opvallende driehoekframe? Kijk, en dan vinden ze techniek opeens allemaal leuk. Laat ze ook eens een Segway zien &ndash; dat elektrische ding op twee wielen dat automatisch rechtop blijft rijden. Dat wordt wellicht de &lsquo;rollator van de toekomst&rsquo;. Wel moet er een oplossing komen voor de oplaadpunten. Wellicht dat die vraag mee kan lopen met die voor de elektrische auto. Ook daarvoor zal een netwerk van oplaadpunten bedacht moeten worden. Het is techniek die onze toekomstige mogelijkheden bepaalt; die zal ontwikkeld moeten worden. Als we de jeugd dat nu maar eens bij konden brengen.<br />
De conclusie van het bezoek van de leerlingen is, dat we de jeugd eerder moeten laten kennismaken met techniek. Als je daar niet al op de basisschool mee begint, dreig je complete generaties voorgoed te verliezen. Ik sprak onlangs een onderwijzeres van groep 1. Daarin zitten hummels van 4 en 5 jaar. Hun school werd verbouwd en de onderwijzeres had de opzichter gevraagd voor de klas te komen vertelen wat er allemaal gebeurde en de kinderen ook bepaalde dingen te laten zien. De man haalde er een levensgrote bouwtekening bij. Of ze die snapten weet ik niet, maar de kids vonden de praktijkles bouwkunde fantastisch. Waarom gebeurt dat niet vaker en waarom geven er niet geregeld mensen uit de techniek gastlessen op basis- en middelbare scholen? Wie weet, kunnen we de technische toekomst van Nederland dan nog net op tijd veilig stellen. Haast u!</p>
<p>&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 26 Mar 2010 17:10:04 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/62691/Help,-de-jeugd-is-niet-technisch!]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/62690/Concurrentie"]]></guid>
    <title><![CDATA[Concurrentie]]></title>
    <description><![CDATA[<p>In pakweg 25 jaar tijd zijn in Nederland veel staatsbedrijven geprivatiseerd. Eerst kwamen de postbezorging en telecom aan de beurt, later volgden de energiesector en het openbaar vervoer. Dat bedachten we niet helemaal zelf; het ging om afspraken die in EU-verband gemaakt waren.<br />
Eén van de doelen was om de bedrijven te stimuleren efficiënter te gaan werken door ze directer verantwoordelijk te maken voor de financiële resultaten. Wel binnen de kaders van wat hun publieke taken toelieten, want de consument of &lsquo;burger&rsquo; moet op bepaalde voorzieningen kunnen vertrouwen. Die opzet lijkt vrij goed geslaagd. De ex-overheidsorganisaties hebben veel gedaan aan organisatorische en technische vernieuwing en optimalisatie. Dat toch wat stoffige en ambtelijke tintje is er vandaag de dag echt wel af.<br />
Een ander doel van de privatisering was een marktwerking die tot lagere prijzen zou leiden. Andere partijen mochten immers hetzelfde aanbieden, dus zou er nu geconcurreerd worden om de gunst van de klant. Dat is minder uit de verf gekomen. Concurrerende partijen gaan nogal eens samenwerken of nemen elkaar over, en een prijsdaling is zeker niet overal te zien.<br />
In sommige sectoren, zoals het vervoer per rail, is die concurrentie er nooit echt gekomen. In het busvervoer wel, zelfs in vrij scherpe mate en soms gepaard gaand met onrust. Want wat gebeurt er met het personeel als de busmaatschappij bij de volgende openbare aanbesteding geen voortzetting wint?<br />
Over bussen hebben we het ook in dit nummer van Process Control. Uiteraard zijn dat heel andere bussen, namelijk de systemen voor de gegevensuitwisseling in de industriële automatisering. We hebben op dat gebied een ruime keuze: Profibus, CANopen, Ethernet, AS-i, Foundation Fieldbus en ga nog maar even door. Elk ontstaan uit een bepaalde achtergrond, maar vanaf de oorspronkelijke hoofdtoepassing(en) doorgroeiend naar andere toepassingsgebieden.<br />
Een vaste standaard is er niet; de systemen bestaan naast elkaar en soms ook met elkaar. Dat betekent enerzijds veel keuze om de optimale oplossing te kiezen. Anderzijds moeten de met elkaar te verbinden sensoren, besturingen en actuatoren wel meerdere veldbussystemen ondersteunen om niet te vaak buiten de boot te vallen. De fabrikanten ervan zijn dus genoodzaakt om aan te sluiten bij minimaal de meest gangbare systemen op hun markt.<br />
In veldbussenland is de concurrentie in ieder geval springlevend. En dat zonder Europese afspraken.</p>
<p>&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 26 Mar 2010 16:27:10 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/62690/Concurrentie]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61718/Op-papier-wordt-het-steeds-veiliger"]]></guid>
    <title><![CDATA[Op papier wordt het steeds veiliger]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Veiligheid en beveiliging zijn altijd dankbare thema&rsquo;s. Ook al wordt het, door onder meer strengere normen, relatief gezien steeds veiliger, altijd duikt er wel weer ergens een &lsquo;zwakke plek&rsquo; op. Zoals het vorige maand op Schiphol iemand eenvoudig lukte om een explosief het vliegtuig in te smokkelen, zal het in de industriële wereld ook altijd mensen lukken om ergens binnen te komen. Met, maar ook zonder geweld. Alhoewel dit laatste in de nabije toekomst wel eens een stuk lastiger zou kunnen worden. Onlangs las ik in het blad van TNO dat men al heel erg ver is met de computer laten zoeken naar individuele personen in een menigte. Nu is dat nog mensenwerk en naarmate de menigte groter wordt, stijgt de kans wellicht exponentieel dat mensen iemand in zo&rsquo;n menigte niet ontdekken. Duizenden gezichten beoordelen, die bovendien van een zekere afstand zijn gefotografeerd of gefilmd en in dit laatste geval dus bewegen, is ongelooflijk moeilijk, zeer inspannend en erg tijdrovend. Snelle gezichtherkenningssoftware neemt dat straks allemaal over. Stop simpelweg een foto van iemand in de computer en laat die computer camerabeelden of overzichtsfoto&rsquo;s &lsquo;scannen&rsquo; van een mensenmenigte. De bewuste persoon wordt er in no time uitgevist. Daar zouden mensen vele uren en wellicht wel dagen over doen, zo ze die persoon überhaupt ontdekken. De computer is hierin niet alleen mega sneller, maar heeft ook minder gezichtherkenningspunten nodig om een betrouwbare match te maken. Handig om iemand met een stadionverbod op te sporen, maar ook prima inzetbaar als geautomatiseerde bewaker. Want bijvoorbeeld bij een turnaround in een grote petrochemische fabriek, lopen er op bepaalde momenten naast het vaste personeel wel duizend of meer externen rond. Heb je die bij binnenkomst geïdentificeerd en gefotografeerd, dan weet de computer dat deze mensen geautoriseerd zijn om op bepaalde momenten op het terrein rond te lopen. Je stelt dus eenvoudig overal camera&rsquo;s op, en ziet de computer op die beelden iemand die niet is aangemeld, dan wordt een foto en de locatie waarop die persoon is gesignaleerd automatisch naar de bewakingsdienst gestuurd. Daarmee is deze vorm van beveiliging niet alleen makkelijker en economischer te organiseren, maar bovenal veel trefzekerder.</p>
<p>Ook actueel, maar van een heel andere orde, is de discussie over de veiligheid van machines en systemen. Ondanks verwoede pogingen om daar met normering en regelgeving vast omlijnde scenario&rsquo;s voor te ontwikkelen, bestaan er toch nog veel verschillende protocollen. Voor machines, voor vaste en draadloze netwerken, voor besturingssystemen, et cetera. Al in 2006 heeft de ISO ter vervanging van de oude NEN-EN 954-1-norm de vernieuwde norm NEN-EN-ISO 13849-1 aangenomen. Deze norm voert naast het systeemgedrag ook een faalkansberekening van het veiligheidscircuit in op basis van kwaliteit en zelfdiagnose. Zo is ook elektronica en software toe te passen in veiligheidsfuncties van machinebesturingen. Een hele verbetering, want in de oude NEN-EN 954 werd bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de betrouwbaarheid (faalkans) van de toegepaste componenten in het veiligheidscircuit. Dat kon ertoe leiden dat met slechte componenten toch een goede EN 954-categorie werd bereikt. De nieuwe NEN-EN-ISO 13849-1:2006 specificeert voor het gewenste veiligheidsniveau geen categorie meer, maar zogenaamde Performance Levels (PL a t/m e). Een PL kan gelden voor een component, een subsysteem en ook voor de gehele keten waaruit een veiligheidsfunctie is opgebouwd. De oude EN 954-norm zou op 28 december jl. moeten zijn ingeruild voor de ISO 13849-1, maar op 7 december is in een vergadering van de Machinery Working Group te Brussel gestemd over verlenging van de harmonisatie van de EN 954-1. Het merendeel van de EU-landen was daarvoor en dus heeft de Europese Commissie toch besloten de harmonisatie met twee jaar te verlengen, tot eind december 2011. Op dat moment is er geen excuus meer mogelijk en zal de EN 954-1 overgaan in ISO 13859. Daarnaast is er op veiligheidsvlak ook nog de reeds van kracht zijnde NEN-EN-IEC 62061. Dat is de SIL-norm voor machines, die de functionele veiligheid omschrijft van elektrische en (programmeerbare) elektronische veiligheidscircuits in de machinesector. Kortom, op papier wordt het er alleen maar veiliger op. Nu maar afwachten hoe zich dat in de praktijk vertaalt.<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 18 Feb 2010 14:21:16 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61718/Op-papier-wordt-het-steeds-veiliger]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61713/Sneeuw"]]></guid>
    <title><![CDATA[Sneeuw]]></title>
    <description><![CDATA[Een sneeuwlandschap ziet er leuk uit, maar na een tijdje zouden we het liever weer op mooie kalenderfoto&rsquo;s zien dan bij ons in de straat. Na de eerste verwondering dringen vooral de praktische bezwaren door. Het is ook een tijd geleden dat de winterse sneeuwperiode in Nederland zo lang was; je zou het haast ontwend raken.<br />
Medio december was het op de eerste sneeuwdagen meteen goed raak met uitgevallen treinen en gestrande reizigers op stations. Om maar niet te spreken van ondergesneeuwde wegen en auto&rsquo;s die vastliepen of de sloot in gleden. Onze vervoersystemen blijken kwetsbaar te zijn voor winterweer.<br />
Hoe kon het spoorverkeer zo vastlopen? Het ene bericht zegt dat de wisselverwarming technisch achterhaald is, het andere dat hij plaatselijk is uitgezet om energie te besparen. Of ligt het ergens anders aan? Duidelijk is wel, dat er op spoorweggebied aan de weg getimmerd wordt. Het Operationeel CoördinatieCentrum Rail &ndash; een tamelijk nieuw samenwerkingsverband tussen ProRail en de Nederlandse vervoerders &ndash; heeft TNO ingeschakeld om te adviseren over de nieuwbouw, zo schrijft Frank Senteur in dit nummer. Het advies betreft de ergonomie in controlekamers; die heeft namelijk veel invloed op de kwaliteit van communiceren en beslissen, zeker als er druk op de ketel staat. En dan gaat het niet alleen om een comfortabele stoel en een groot beeldscherm.<br />
Bijzonder was deze winter in ieder geval dat we weer een heuse witte kerst hadden. De feestdagen met uitgebreide kerstdis zijn voorbij, maar in dit nummer staan we toch even stil bij de veiligheid van voedsel, dat logischerwijs altijd ergens geproduceerd of verwerkt wordt. Edwin Koebrugge gaat in op de eisen aan machines voor voedselproductie. Onveilig voedsel kan grote gevolgen hebben, maar gelukkig wordt er meestal snel gewaarschuwd als er iets is misgegaan bij de productie. Een grootscheepse terugroepactie voorkomt dan verder leed, met dank aan de moderne tracking en tracing.<br />
Verder duiken we in veiligheidscomponenten zelf. Erik te Roller schrijft over een nieuw in- en outputconcept voor beveiligingssystemen van Honeywell. Door een wat andere kijk op de bestaande situatie ontstond een oplossing die bedrading bespaart en minder hardware vraagt, en daarmee daalt ook de foutkans. Hoe minder, hoe veiliger dus. Hetzelfde geldt voor sneeuwval.<br />]]></description>
    <pubDate>Thu, 18 Feb 2010 13:58:50 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61713/Sneeuw]]></link>     
</item>   
 </channel>
</rss>
