<rss version="2.0">
 <channel>
  <title>Process Control Blog</title>
  <link>http://www.processcontrol.nl</link> 
  <description>Process Control Blogs RSS</description>  
  <copyright>(c) Array Publications</copyright>  
  
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61718/Op-papier-wordt-het-steeds-veiliger"]]></guid>
    <title><![CDATA[Op papier wordt het steeds veiliger]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Veiligheid en beveiliging zijn altijd dankbare thema&rsquo;s. Ook al wordt het, door onder meer strengere normen, relatief gezien steeds veiliger, altijd duikt er wel weer ergens een &lsquo;zwakke plek&rsquo; op. Zoals het vorige maand op Schiphol iemand eenvoudig lukte om een explosief het vliegtuig in te smokkelen, zal het in de industriële wereld ook altijd mensen lukken om ergens binnen te komen. Met, maar ook zonder geweld. Alhoewel dit laatste in de nabije toekomst wel eens een stuk lastiger zou kunnen worden. Onlangs las ik in het blad van TNO dat men al heel erg ver is met de computer laten zoeken naar individuele personen in een menigte. Nu is dat nog mensenwerk en naarmate de menigte groter wordt, stijgt de kans wellicht exponentieel dat mensen iemand in zo&rsquo;n menigte niet ontdekken. Duizenden gezichten beoordelen, die bovendien van een zekere afstand zijn gefotografeerd of gefilmd en in dit laatste geval dus bewegen, is ongelooflijk moeilijk, zeer inspannend en erg tijdrovend. Snelle gezichtherkenningssoftware neemt dat straks allemaal over. Stop simpelweg een foto van iemand in de computer en laat die computer camerabeelden of overzichtsfoto&rsquo;s &lsquo;scannen&rsquo; van een mensenmenigte. De bewuste persoon wordt er in no time uitgevist. Daar zouden mensen vele uren en wellicht wel dagen over doen, zo ze die persoon überhaupt ontdekken. De computer is hierin niet alleen mega sneller, maar heeft ook minder gezichtherkenningspunten nodig om een betrouwbare match te maken. Handig om iemand met een stadionverbod op te sporen, maar ook prima inzetbaar als geautomatiseerde bewaker. Want bijvoorbeeld bij een turnaround in een grote petrochemische fabriek, lopen er op bepaalde momenten naast het vaste personeel wel duizend of meer externen rond. Heb je die bij binnenkomst geïdentificeerd en gefotografeerd, dan weet de computer dat deze mensen geautoriseerd zijn om op bepaalde momenten op het terrein rond te lopen. Je stelt dus eenvoudig overal camera&rsquo;s op, en ziet de computer op die beelden iemand die niet is aangemeld, dan wordt een foto en de locatie waarop die persoon is gesignaleerd automatisch naar de bewakingsdienst gestuurd. Daarmee is deze vorm van beveiliging niet alleen makkelijker en economischer te organiseren, maar bovenal veel trefzekerder.</p>
<p>Ook actueel, maar van een heel andere orde, is de discussie over de veiligheid van machines en systemen. Ondanks verwoede pogingen om daar met normering en regelgeving vast omlijnde scenario&rsquo;s voor te ontwikkelen, bestaan er toch nog veel verschillende protocollen. Voor machines, voor vaste en draadloze netwerken, voor besturingssystemen, et cetera. Al in 2006 heeft de ISO ter vervanging van de oude NEN-EN 954-1-norm de vernieuwde norm NEN-EN-ISO 13849-1 aangenomen. Deze norm voert naast het systeemgedrag ook een faalkansberekening van het veiligheidscircuit in op basis van kwaliteit en zelfdiagnose. Zo is ook elektronica en software toe te passen in veiligheidsfuncties van machinebesturingen. Een hele verbetering, want in de oude NEN-EN 954 werd bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de betrouwbaarheid (faalkans) van de toegepaste componenten in het veiligheidscircuit. Dat kon ertoe leiden dat met slechte componenten toch een goede EN 954-categorie werd bereikt. De nieuwe NEN-EN-ISO 13849-1:2006 specificeert voor het gewenste veiligheidsniveau geen categorie meer, maar zogenaamde Performance Levels (PL a t/m e). Een PL kan gelden voor een component, een subsysteem en ook voor de gehele keten waaruit een veiligheidsfunctie is opgebouwd. De oude EN 954-norm zou op 28 december jl. moeten zijn ingeruild voor de ISO 13849-1, maar op 7 december is in een vergadering van de Machinery Working Group te Brussel gestemd over verlenging van de harmonisatie van de EN 954-1. Het merendeel van de EU-landen was daarvoor en dus heeft de Europese Commissie toch besloten de harmonisatie met twee jaar te verlengen, tot eind december 2011. Op dat moment is er geen excuus meer mogelijk en zal de EN 954-1 overgaan in ISO 13859. Daarnaast is er op veiligheidsvlak ook nog de reeds van kracht zijnde NEN-EN-IEC 62061. Dat is de SIL-norm voor machines, die de functionele veiligheid omschrijft van elektrische en (programmeerbare) elektronische veiligheidscircuits in de machinesector. Kortom, op papier wordt het er alleen maar veiliger op. Nu maar afwachten hoe zich dat in de praktijk vertaalt.<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 18 Feb 2010 14:21:16 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61718/Op-papier-wordt-het-steeds-veiliger]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61713/Sneeuw"]]></guid>
    <title><![CDATA[Sneeuw]]></title>
    <description><![CDATA[Een sneeuwlandschap ziet er leuk uit, maar na een tijdje zouden we het liever weer op mooie kalenderfoto&rsquo;s zien dan bij ons in de straat. Na de eerste verwondering dringen vooral de praktische bezwaren door. Het is ook een tijd geleden dat de winterse sneeuwperiode in Nederland zo lang was; je zou het haast ontwend raken.<br />
Medio december was het op de eerste sneeuwdagen meteen goed raak met uitgevallen treinen en gestrande reizigers op stations. Om maar niet te spreken van ondergesneeuwde wegen en auto&rsquo;s die vastliepen of de sloot in gleden. Onze vervoersystemen blijken kwetsbaar te zijn voor winterweer.<br />
Hoe kon het spoorverkeer zo vastlopen? Het ene bericht zegt dat de wisselverwarming technisch achterhaald is, het andere dat hij plaatselijk is uitgezet om energie te besparen. Of ligt het ergens anders aan? Duidelijk is wel, dat er op spoorweggebied aan de weg getimmerd wordt. Het Operationeel CoördinatieCentrum Rail &ndash; een tamelijk nieuw samenwerkingsverband tussen ProRail en de Nederlandse vervoerders &ndash; heeft TNO ingeschakeld om te adviseren over de nieuwbouw, zo schrijft Frank Senteur in dit nummer. Het advies betreft de ergonomie in controlekamers; die heeft namelijk veel invloed op de kwaliteit van communiceren en beslissen, zeker als er druk op de ketel staat. En dan gaat het niet alleen om een comfortabele stoel en een groot beeldscherm.<br />
Bijzonder was deze winter in ieder geval dat we weer een heuse witte kerst hadden. De feestdagen met uitgebreide kerstdis zijn voorbij, maar in dit nummer staan we toch even stil bij de veiligheid van voedsel, dat logischerwijs altijd ergens geproduceerd of verwerkt wordt. Edwin Koebrugge gaat in op de eisen aan machines voor voedselproductie. Onveilig voedsel kan grote gevolgen hebben, maar gelukkig wordt er meestal snel gewaarschuwd als er iets is misgegaan bij de productie. Een grootscheepse terugroepactie voorkomt dan verder leed, met dank aan de moderne tracking en tracing.<br />
Verder duiken we in veiligheidscomponenten zelf. Erik te Roller schrijft over een nieuw in- en outputconcept voor beveiligingssystemen van Honeywell. Door een wat andere kijk op de bestaande situatie ontstond een oplossing die bedrading bespaart en minder hardware vraagt, en daarmee daalt ook de foutkans. Hoe minder, hoe veiliger dus. Hetzelfde geldt voor sneeuwval.<br />]]></description>
    <pubDate>Thu, 18 Feb 2010 13:58:50 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/61713/Sneeuw]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/60264/Smart-sensoren-gaan-ons-leven-veranderen"]]></guid>
    <title><![CDATA[Smart sensoren gaan ons leven veranderen]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Als we het toch over sensoren gaan hebben, moet u beslist ook de FEDA-column en het artikel over de Gaia-satelliet lezen in het decembernummer van <em>Machinebouw</em>. Gaia wordt volgend jaar gelanceerd en gaat ons melkwegstelsel in beeld brengen. TNO ontwikkelt voor Gaia de voornamelijk uit siliciumcarbide geconstrueerde Basic Angle Monitoring Opto-Mechanical Assembly. Dat is het deel waarmee de basishoek van de twee spiegeltelescopen wordt gemeten met een nauwkeurigheid beter dan 0,5 microboogseconde over een waarnemingsperiode van 5 minuten. Dit komt overeen met een optisch padverschil van 1,5 picometer effectief. Let wel: 1 picometer is 10-12 m. De minuscule verschillen in de onderlinge spiegelhoek worden opgenomen in de software en verdisconteerd in de werkelijke meetwaarden van de posities van de hemellichamen. Het resultaat is dat Gaia de diameter van een menselijke haar kan meten op een afstand van 1.000 kilometer. Over nauwkeurige sensoren gesproken. Aan dat soort &lsquo;sprookjes&rsquo; die waar blijken te zijn, zullen we maar moeten wennen. Want vorige maand was ik op de Tokyo Motorshow en behalve auto&rsquo;s werden daar allerlei slimme oplossingen getoond waarin sensoren een zeer belangrijke rol spelen. Wat me vooral opviel, waren voorzieningen voor ouderen. Dat is niet verbazingwekkend als je weet dat Japan het grootste percentage honderdjarigen van de wereld telt. Naar schatting zijn dat er 40.000, terwijl de helft van de Japanse bevolking al ouder is dan 50. De vergrijzing is daar een stuk heftiger dan in Europa. Veel Japanse automerken spelen daar op in met op ouderen gerichte hulpmiddelen zoals kleine autootjes, rolstoeltakels die uit een dakkoffer komen, naar buiten draaiende stoelen, eenvoudige handbedieningen voor auto&rsquo;s, et cetera.<br />
Over de verzorging van al die ouderen maakt Japan zich ernstig zorgen. Vandaar dat Honda jaren geleden Asimo introduceerde. Asimo is een intelligente robot die bomvol sensoren, camera&rsquo;s, motortjes, scharniertjes en geleidingen zit. Omdat micro-elektronica steeds kleiner wordt, kan er telkens meer rekenpower en opslagcapaciteit in Asimo gestopt worden. Ik heb die robot een paar jaar geleden gezien en was prettig verbaasd. Nu zag ik hem weer en hij danste gewoon als een soepel bewegend kind mee met de echte dansers op het Honda-podium. Ik zie die robot, zoals Honda al jaren geleden aankondigt, straks ook echt allerlei taken verrichten in het huishouden. Stofzuigen, thee zetten, de post uit de bus halen, een babbeltje met je maken, wie weet kan Asimo ook wel lekker koken. Natuurlijk kost ie nu nog een vermogen en is het meer een researchobject, maar als je zo&rsquo;n robot in grotere aantallen zou kunnen gaan produceren, wordt het een heel ander verhaal. Neemt niet weg dat er nu al verschillende producten als spin-off van het Asimo-project op de markt zijn. Zo zijn er momenteel frames die gehandicapten of ouderen die moeilijk ter been zijn, om hun been kunnen gespen. In die frames zitten motortjes en sensoren die je bijvoorbeeld helpen bij het traplopen.<br />
Een ander ontzettend leuk ding dat ik op de stand van Honda in Tokyo uit de deur van een auto getoverd zag worden, is de UX-3. U kent allemaal de Segway wel. De zelfstabiliserende &lsquo;human transporter&rsquo; met twee wielen. Dat is een behoorlijk groot ding. Welnu, de UX-3 is ook zelfstabiliserend, neem je zo onder je arm mee en heeft ogenschijnlijk maar één wiel. Tot mijn verbazing zag ik Honda-medewerkers het ding rechtop zetten en los laten. Het bleef keurig staan. Toen ging er iemand op zitten en wat toen gebeurde was helemaal frappant. De UX-3 kan niet alleen voor- en achteruit rijden, maar ook zijwaarts. Onderin zit klaarblijkelijk een zwenkwiel of wellicht meerdere kleinere wieltjes of rollen. Dat moet ik nog uitzoeken. Op Youtube staan filmpjes waarop u de UX-3 heen en weer ziet rijden. In ieder geval kan zoiets niet zonder toepassing van meerdere smart sensoren, waarvan de meetwaarden supersnel worden verwerkt. Ik ben ook heel benieuwd wat we daar als industriële spin-off van gaan zien. In de vorm van nieuwe sensor- en analysesystemen voor de proceswereld bijvoorbeeld, waarmee we nog nauwkeuriger, efficiënter, sneller en zo mogelijk duurzamer kunnen produceren.<br />
Het komende jaar wordt het jaar van de omwenteling. We hebben inmiddels geleerd dat we beter om moeten springen met energie, met grondstoffen en ons milieu. Door de crisis lagen de accenten tijdelijk even wat anders, maar nu zijn de blikken weer gericht op kwaliteit, flexibiliteit en duurzaamheid en daar zal nieuwe (sensor) technologie ons beslist een handje bij gaan helpen. Het komt wel weer goed en ik wens u dan ook een in alle opzichten productief en vooral probleemloos 2010.<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 10 Dec 2009 14:52:50 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/60264/Smart-sensoren-gaan-ons-leven-veranderen]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/60263/Alles-stroomt"]]></guid>
    <title><![CDATA[Alles stroomt]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Een nieuwe sensor brengt de analysetijd voor biologisch zuurstofverbruik in water terug van vijf dagen naar vijf minuten. Dit kan hoge kosten voorkomen als bijvoorbeeld afvalwater buiten de milieunormen blijkt te vallen. Hans Harlé schrijft hierover in <em>Process Control </em>nummer 10. Het gaat om een spectroscoop in sensoruitvoering, voorzien van slimme software. De sensor meet de waarde voor het totaal aan organische koolstof (TOC). Biologisch zuurstofverbruik is af te leiden van deze TOC-waarde. In de spectrumgrafiek die uit de software van de spectroscoop rolt, is een piek te zien als een bepaalde stof in het water aanwezig is. De sensor analyseert het water direct, in de stroom.<br />
Over een andere stromende vloeistof schrijft Bart Driessen. Vijf partijen werkten samen aan een minibrouwerij die op de Drinktec in München te zien was. De procesbesturing van deze brouwerij werd geïntegreerd in een transparant systeem, van veldniveau tot ERP. De brouwerij is uitgerust met een gistkelder en brouwhuis. Ook een heetwatertank, een koelvat, twee gisttanks en een mengvat zijn aanwezig. Een productiecapaciteit van twintig liter per batch is misschien niet veel, maar er stroomt echt bier uit de minibrouwerij. Na afloop van de Drinktec werd de brouwerij cadeau gedaan aan de Technische Universiteit van München, één van de deelnemende partijen.<br />
Jaap van Ede beschrijft een stroom van karretjes met flowmeteronderdelen, door een assemblagelijn. De karretjes zijn onderdeel van de communicatie over de voortgang van het werk. Een karretje met een spoedklus heeft een rood vlaggetje. De vlaggetjes van de andere karretjes zijn geel en dragen een weekdagaanduiding plus een volgnummer. Heeft een operator zoveel karretjes afgewerkt als waar plaats voor is bij zijn assemblagestation, dan helpt hij zijn opvolgende collega. Is de eigen voorraad karretjes uitgeput, dan helpt hij zijn voorgaande collega. Met dit simpele productiestuursysteem kunnen operators en managers meteen zien wat ze moeten doen en stromen de karretjes vloeiend langs de productiecellen. Aanvankelijk moesten de operators wennen aan de nieuwe manier van werken, maar nu zijn ze tevreden met hun flexibele inzet en gaan ze op in een afwisselende stroom van werkzaamheden.<br />
Ten slotte kan ik u melden dat Hans Harlé is ingestroomd als hoofdredacteur <em>Process Control</em>. De woorden op deze pagina vloeien voortaan uit zijn pen.<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 10 Dec 2009 14:43:03 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/60263/Alles-stroomt]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/55214/Draadloze-afstandsbediening-"]]></guid>
    <title><![CDATA[Draadloze afstandsbediening?]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Ontwikkelingen kunnen hard gaan. Zeker als we het over draadloze oplossingen hebben. Want zo schoorvoetend als sommige industrietakken deze technologie omarmen, zo enthousiast komen er nieuwe producten op de markt. Zo stuitte ik tijdens de Vakbeurs Elektrotechniek op de draadloze schakelaars van ENOcean. Intrigerende dingen, want ze hebben namelijk geen batterij, terwijl ze het schakelsignaal toch draadloos doorgeven. Hoe kan dat? De hiervoor benodigde elektrische spanning wordt slim opgewekt door middel van een piëzo-elementje. Drukt iemand op de knop, dan wordt er een hoge spanning geproduceerd die voldoende energie bevat om het ingebouwde zendertje te activeren. Briljant natuurlijk, want daarmee kunnen noodstops, deurbedieningen, lichtschakelaars, alarmknoppen et cetera overal heel eenvoudig geplaatst worden en hoeft men zich niet te bekommeren om &lsquo;battery life&rsquo;. En het gaat maar door, want een week later liep ik op de Energiebeurs en ook daar was het draadloos wat de klok sloeg. Handig was een apparaatje dat Plugwise heet. Plugwise is een Nederlandse uitvinding en is een draadloos energiemonitoring- en managementsysteem, waarmee particulieren en ondernemingen nauwkeurig inzicht krijgen in hun energieverbruik en de (mogelijke) besparingen. De Plugwise wordt eenvoudig tussen stopcontact en stekker van een elektrisch apparaat geplaatst. Iedere stekkerplug meet het energieverbruik en stuurt de gegevens draadloos via Zigbee 2.4 GHz naar een bijbehorende usb-stick die in de computer is gestoken. Daarop kunnen vele pluggen worden &lsquo;aangesloten&rsquo; en het mooie van Zigbee is dat die stekkerpluggen (16A) ook met elkaar kunnen communiceren en elkaars data kunnen doorzenden. Zo kan een omvangrijk Zigbee netwerk worden gevormd. De bijbehorende pc-software geeft inzicht in het exacte energieverbruik, de CO2-uitstoot en de energiekosten per apparaat, per stopcontact en per vertrek. De praktijk wijst uit dat hiermee tussen de 10 en 40 procent op de energierekening bespaard kan worden.<br />
Ook waren er op de Energiebeurs veel aanbieders van draadloze centrale elektriciteitsmeters, die op industrieel niveau de basis leggen voor interessante analyses. De bewustwording dat met slim energiegebruik op basis van monitoring veel geld bespaard kan worden, is de laatste tijd snel aan het toenemen. Als je dan allerlei meters moet gaan bedraden en op computers moet aansluiten, dan werkt dat niet. Draadloos is hier dus de oplossing en die oplossingen vliegen ons inmiddels om de oren. Prima!</p>
<p>Je kunt heel ver gaan in automatisering, maar er is en blijft menselijke intelligentie nodig om bepaalde controles uit te voeren, zaken te analyseren, gegevens in te voeren, recepturen aan te passen en processen te optimaliseren. De mens hoeft daarvoor echter steeds minder fysiek aanwezig te zijn op de plek waar daadwerkelijk geproduceerd wordt. Besturen op afstand wordt dankzij flexibele communicatiemogelijkheden steeds makkelijker. Maar om te beginnen moet het proces goed ontworpen zijn. Ook daarvoor zijn er tegenwoordig interessante hulpmiddelen, zoals de Mobatec Modeller-software, waarmee we ook in ons Edulab werken. Mobatec Modeller is een pakket waarmee dynamische procesmodellen van chemische, fysische en biologische processen kunnen worden gemodelleerd. Die modellen kunnen vervolgens worden gebruikt voor onderzoek, simulatie en educatie. Met deze software kunnen zelfs grote dynamische procesmodellen van complete fabrieken gemodelleerd worden. Nadat het model gereed is, kan het getest en geoptimaliseerd worden met de simulatiefunctionaliteit die is ingebouwd in het pakket. Voor de studenten in ons Edulab biedt dit fantastische mogelijkheden om zonder gevaar te experimenteren. Vervolgens kan men gevonden oplossingen vertalen naar de praktijk om te kijken of dit inderdaad één-op-één werkt. Daarvoor hoeven studenten straks niet meer naar Veghel te komen, want we gaan ons volledige Edulab online zetten. Via internet kan men dan via beveiligde inlogcodes bepaalde delen van het lab aansturen, de besturing overnemen en zien wat er gebeurt via de camera&rsquo;s die we er binnenkort ook gaan plaatsen. Net zoals steeds meer bruggen tegenwoordig op afstand worden bediend en er meer en meer onbemande, door camera&rsquo;s bewaakte benzinestations verrijzen, zullen er ook steeds meer procesinstallaties en wellicht complete fabrieken komen die op afstand worden bestuurd. De schaarse deskundige operators kunnen daardoor veel meer systemen bewaken, en met intelligente softwaretools gerichte analyses en optimalisaties uitvoeren. Fabrieken worden daardoor &lsquo;leaner &amp; meaner&rsquo;. Draadloos en &lsquo;op afstand&rsquo; spelen daarbij een steeds grotere rol.</p>
<p>Hans van Wijk<br />
Senior Consultant bij Actemium te Veghel<br />
en Vice-voorzitter van de FEDA<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Tue, 03 Nov 2009 16:01:18 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/55214/Draadloze-afstandsbediening-]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/55213/Draadloze-weergavegetrouwheid"]]></guid>
    <title><![CDATA[Draadloze weergavegetrouwheid]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Officieel mag je het niet meer zeggen, maar Wi-Fi had oorspronkelijk de betekenis &lsquo;draadloze weergavegetrouwheid&rsquo;. 802.11b Direct Sequence, de IEEE-standaard voor draadloze communicatie, had een naam nodig die lekker bekte. In 1999 werd de Wi-Fi Alliance opgericht, met in de naam van de organisatie de term &lsquo;Wi-Fi&rsquo;, die verwees naar Hi-Fi, oftewel &lsquo;high fidelity&rsquo;. De Wi-Fi Alliance is een wereldwijde vereniging van bedrijven die WLAN-technologie bevordert en producten certificeert. Een product kan dus voldoen aan de 802.11-standaarden, maar mag pas Wi-Fi heten als er een Wi-Fi-logo op staat. Een Wi-Fi-certificaat belooft overeenstemming met de WPA-, WPA2- en EAP-standaarden. Dit zijn standaarden die eisen stellen aan versleuteling van gegevens.<br />
Wat Wikipedia verder vertelt, is dat de &lsquo;vader&rsquo; van Wi-Fi uit Nederland komt: Victor Hayes, die vanaf 1974 bij NCR Corporation/AT&amp;T in Nieuwegein werkte. NCR maakte modems om bankterminals via telefoniewerken op elkaar aan te sluiten. Victor Hayes werkte aan WaveLAN, de voorganger van Wi-Fi en werd in 1990 voorzitter van de van de IEEE 802.11-commissie. Onder zijn leiding werd in 1991 de IEEE 802.11b-standaard vastgesteld.</p>
<p>In de procesindustrie wordt draadloze communicatietechnologie beperkt gebruikt. Vijf leveranciers komen hierover aan het woord in het artikel van Yves De Groote in nummer 9 van <em>Process Control</em>. Hij legde deze leveranciers een aantal stellingen voor waarop zij via de e-mail reageerden. Het zal nog wel even duren voordat regelsystemen via draadloze communicatie worden aangestuurd. Hiervoor is de communicatiesnelheid van draadloze apparatuur niet hoog genoeg. Ook een draadloze versie van veiligheidssystemen, die honderd procent failsafe moeten zijn, zullen voorlopig nog niet veel succes hebben op de markt. Voor bewakings- en waarschuwingssystemen voldoet draadloze communicatie echter wel, stellen de heren. Emerson-productmanager John van Gorsel, die verderop in het blad in een column ook nog aan het woord komt, stelt dat 40 procent van alle metingen niet proceskritisch is. Meer dan de helft van alle metingen in de procesindustrie zijn volgens hem goedkoper af met draadloze communicatie. Om een draadloos netwerk te hacken, moet je dichtbij zijn en over speciale apparatuur beschikken. De betrouwbaarheid van een draadloos netwerk is volgens hem weliswaar niet 100 procent, maar wel ruim boven de 99 procent. Overigens is ook gegevensverkeer over een bekabeld netwerk aan storingen onderhevig. Mag Wi-Fi dan niet meer weergavegetrouw heten, kabels hebben geen betere reputatie, zeker niet als ze aan het internet hangen.</p>
<p>Selma Polter<br />
Eindredacteur</p>]]></description>
    <pubDate>Tue, 03 Nov 2009 15:50:35 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/55213/Draadloze-weergavegetrouwheid]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/53547/Hoe-optimaal-is-optimaal-"]]></guid>
    <title><![CDATA[Hoe optimaal is optimaal?]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Altijd een dankbaar thema: optimalisatie. Daar zijn inmiddels boeken vol over geschreven en ook wij worden dagelijks bestookt met vragen uit de markt of bepaalde processen wellicht verbeterd zouden kunnen worden. Ons antwoord daarop is steevast: &lsquo;ongetwijfeld&rsquo;! Want zo&rsquo;n vraag komt natuurlijk nooit van een bedrijf dat net heeft geïnvesteerd in het nieuwste van het nieuwste. En dan nog is het overigens maar de vraag of alles daar optimaal werkt. Processen kunnen vrijwel altijd kwalitatief beter, sneller, economischer, compacter, gevarieerder, flexibeler. Want de meeste installaties zijn nu eenmaal jaren geleden gebouwd met het oog op de vraag naar een bepaald product, bepaalde kwaliteiten en bepaalde hoeveelheden per tijdseenheid. Ondenkbaar dat in de &lsquo;vraag naar&rsquo; en de &lsquo;eisen aan&rsquo;, in de loop der jaren geen veranderingen zijn opgetreden. Men kan en moet zich dus al vrij snel gaan afvragen of een productie-installatie nog wel optimaal op de huidige behoefte, eisen en normen is afgestemd, hard- en softwaretechnisch. Meestal is dat niet (helemaal) zo. Misschien is het zelfs op een gegeven moment wel verstandiger om van batchproductie over te schakelen op een volcontinu proces, of juist andersom. Sluit niets uit als u mogelijkheden tot optimalisatie gaat onderzoeken. Wat opvalt, is dat de behoefte aan optimalisatie structureler en professioneler wordt. Was het vroeger vooral een ad-hocaangelegenheid (kijk eens naar die menginstallatie of dat destilleerproces), nu wordt optimalisatie meer een vast onderdeel van de bedrijfspolicy. Men ziet meer en meer in dat hiermee vaak veel geld valt te verdienen. Ook fabrikanten van machines en apparaten spelen hier adequaat op in. Compressoren worden bijvoorbeeld energiezuiniger door het toerental van de compressorelementen vraaggestuurd te regelen. Ook door pompen en ventilatoren aan te sturen met frequentieregelaars kan worden bespaard op energiekosten. Het zijn bekende trucs inmiddels, maar nog lang niet alle bedrijven maken hiervan gebruik. De FEDA hield in samenwerking met Uneto-VNI op de vakbeurs Elektrotechniek een ontbijtsessie waarbij het programma Econu-VE centraal stond. Hiermee kan worden berekend hoe lonend het is om energiebesparende maatregelen toe te passen bij pompen, ventilatoren en elektromotoren. Ook verschaft het programma inzicht in de effecten van subsidies en fiscale stimuleringsregelingen. Uit reeds uitgevoerde berekeningen aan de hand van praktijksituaties blijkt dat investeringen in energiebesparende elektrische systemen soms al binnen een half jaar zijn terugverdiend en dat de maximale terugverdientijd rond de twee jaar ligt. Bedenk bijvoorbeeld dat de aanschafprijs van een normale elektromotor bij volcontinu gebruik ongeveer gelijk is aan de energiekosten van slechts één maand. Inmiddels zijn er aanmerkelijk efficiëntere motoren op de markt. Weliswaar zijn die duurder in aanschaf, maar als zo&rsquo;n high-efficiencymotor bijvoorbeeld 20 procent minder energie gebruikt, reken dan maar eens uit welk enorm bedrag bespaard over de totale levensduur wordt aan energiekosten. Al zou die motor vier maal zo duur zijn, dan nog is die meerinvestering binnen twee jaar volledig terugverdiend. Inventariseer ook eens hoeveel elektromotoren er bij u in de fabriek in gebruik zijn, hoe die aangestuurd worden en wat dit aan energie kost. Tien tegen één dat u ervan schrikt.<br />
De aanschaf van nieuwe, energiezuinigere, snellere, kwalitatief betere en flexibelere systemen vergt extra investeringen. Ik kan me voorstellen dat veel bedrijven daar nu even niet op zitten te wachten, maar als die investeringen binnen een jaar zijn terugverdiend, wordt het een heel ander verhaal. Dan praat je gewoon over een kostenbesparing. Ook kan er vaak al veel worden verdiend door het proces te veranderen, en sommige van die veranderingen hoeven niet per se veel geld te kosten. Wellicht dat men met aanpassing van de software al een heel eind komt. Optimaliseren is immers vooral een kwestie van heel goed kijken en 100 procent openstaan voor veranderingen. Technieken als Kaizen en Six Sigma helpen hier uiteraard ook een handje bij. Maar eens bent u uitgeoptimaliseerd en zult u wellicht het rigoureuze besluit moeten nemen om de complete installatie te vernieuwen. Want een oude fiets kun je nog zo prachtig optimaliseren, het wordt nooit een brommer. En als uit onderzoek blijkt dat u nu juist een brommer nodig heeft, dan is er maar één oplossing en dat is uw oude fiets zo snel mogelijk inruilen.</p>
<p>Hans van Wijk<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Tue, 13 Oct 2009 12:47:20 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/53547/Hoe-optimaal-is-optimaal-]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/53546/Goed,-beter,-best"]]></guid>
    <title><![CDATA[Goed, beter, best]]></title>
    <description><![CDATA[De stellende, vergrotende trap en overtreffende trap worden weergegeven met de woorden &lsquo;goed&rsquo;, &lsquo;beter&rsquo; en &lsquo;best&rsquo;. Procesoptimalisatie moet de bedrijfsprocessen en de verwerkingsprocessen in de fabriek op het hoogste niveau brengen en daar zien te houden. Waakzaamheid is geboden, want door nieuwe ontwikkelingen dreigen we altijd weer achter te raken, op technisch gebied, maar ook op organisatorisch vlak.<br />
Op organisatorisch vlak heeft EKB Groep als eerste in Nederland het certificaat van de Control System Integrators Association (CSIA) ontvangen. In augustus vorig jaar schreef Frank Senteur over vijf bedrijven zich op certificatie voorbereidden. In nummer 8 schrijft hij over het eerste bedrijf dat dit proces nu heeft afgerond. Om het CSIA-certificaat te behalen moet een organisatie aantonen dat ze voldoet aan eisen voor algemeen management, kwaliteitsmanagement, financieel management en projectmanagement. Andere onderwerpen waarop de organisatie moet scoren, zijn personeelsmanagement, businessdevelopment, systeemontwikkeling en ondersteunende activiteiten. In een vergelijking met het ISO 9001-certificaat valt op dat ISO niet zo serieus naar het financieel management kijkt als CSIA. Verder merkt een geïnterviewde op dat het ISO-certificaat behoorlijk sleets was geworden. Dit doet me denken aan Frederick Taylor. Hij werd eind achttiende, begin negentiende eeuw bekend met zijn onderzoek naar werkplaatsorganisatie. Na iedere nieuwe efficiencymaatregel was ingevoerd bekeek hij het effect hiervan op de productiviteit. Tot zijn verbazing ontdekte hij dat, welke wijziging ook werd doorgevoerd, de medewerkers steeds harder leken te werken. De conclusie was, dat het dan wel de aandacht zou zijn, waardoor de efficiency omhoog ging, en de afwisseling. Sommige bezems vegen schoon, andere bezems vegen schoner maar nieuwe bezems vegen toch wel het schoonst, bij wijze van spreken.<br />
Anders is het, als het om hard- of software gaat. Deze kun je nog zoveel aandacht geven, maar als dit niet met een concrete wijziging gepaard gaat, blijft het resultaat hetzelfde. Vooral minder energieverbruik door installaties levert in deze tijd meteen beter resultaat. De meetinstrumenten waarover Hans Harlé in nummer 7 schrijft, houden op afstand bij hoeveel elektriciteit, gas en water wordt opgesoupeerd bij de productie. Niet alleen wordt inzichtelijk wat er aan het eind op de rekening komt te staan, maar ook waar het gebruik het grootst is, en op welk moment, bij welke installatie. Zo is gemakkelijk te bepalen waar besparing het meest loont, om het proces te optimaliseren.<br />
Ook Hans van Wijk bespreekt het elektriciteitsverbruik. Volgens berekeningen van Uneto-VNI kan een investering in een energiebesparend elektrisch systeem al binnen een halfjaar zijn terugverdiend, terwijl de maximale terugverdientijd twee jaar is. Dat is goed voor het milieu, beter voor de efficiency, en het best voor de portemonnee.<br />
Selma Polter<br />
Eindredacteur]]></description>
    <pubDate>Tue, 13 Oct 2009 12:40:39 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/53546/Goed,-beter,-best]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/52899/Lean---mean"]]></guid>
    <title><![CDATA[Lean & mean]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Als er één voordeel is van de kredietcrisis, dan is het wel dat veel producenten tot de conclusie zijn gekomen dat het niet goed gaat als men jaar na jaar plust en door de hectiek geen tijd heeft om kritisch naar de productie te kijken. Dat moet tot een implosie leiden zou je denken en dat is dus ook bij veel bedrijven gebeurd. Want onrendabel produceren houd je alleen maar vol als de vraag blijft stijgen en de markt de prijs blijft betalen die je voor je producten vraagt. Stagneert die vraag, dan moet de productie omlaag, gaat de prijs onderuit en komt iedere onrendabel producerende onderneming zichzelf tegen. Dan blijkt keihard dat hun marge simpelweg te krap was om fluctuaties in afzet en verkoopprijs op te kunnen vangen. Die bedrijven waren duidelijk niet &lsquo;lean&rsquo;, waarschijnlijk ook niet &lsquo;mean&rsquo; en zeker niet flexibel. Dat kan echt anders. Een tweede voordeel van de kredietcrisis is dan ook dat men nu inziet dat het anders moet, maar ook nog de tijd neemt (en heeft) om te onderzoeken hoe. Veel bedrijven focussen zich op dit moment op verbetering van het rendement. Door gebruik te maken van intelligente meetsystemen en geavanceerde analysetechnieken kan er tegenwoordig heel veel boven water worden gehaald. Waarom men daar niet veel eerder mee is begonnen, had vooral met tijdsdruk te maken en deels met het ontbreken van de technologie. Onlangs zag ik naar aanleiding van het feit dat 40 jaar geleden (1969) de eerste man op de maan landde, iemand zich in een documentaire afvragen waarom we nog niet op Mars waren geland. De beschikbare rekenkracht in de Apollo 11 van Neil Armstrong (&lsquo;a small step for man&hellip;&rsquo;) was immers een fractie van wat er tegenwoordig in een smartphone zit. De genoemde factor 10.000 die bijvoorbeeld een Blackberry in vergelijking tot Apollo 11 meer aan reken- en geheugenkracht heeft, leek mij volstrekt reëel. Maar die Apollo ging wél naar de maan heen en weer. Kun je nagaan wat een state-of-the-art computersysteem tegenwoordig te bieden heeft in vergelijking met toen. Dat betekent ook dat we veel meer kunnen vastleggen, berekenen en vooral, veel sneller kunnen analyseren. Waarom bedrijven dit dan (nog) niet doen is me een raadsel. Bij veel productiebedrijven is de afgelopen jaren structureel overgewerkt. Dat is sowieso al niet bevorderlijk voor het rendement, want overuren zijn altijd (te) dure uren. Maar als er geen tijd is om te onderzoeken hoe het anders kan, hobbel je gewoon mee in de tredmolen. Maar neem dan nu de tijd om uw productie te analyseren. Dat levert ontzettend veel op. Eerder noemde ik al verbeteringen tot twintig procent, maar we komen nu ook al situaties tegen waarbij door integrale analyse aanzienlijk hogere rendementverbeteringen worden ontdekt. Over &lsquo;lean production&rsquo; is en wordt veel geschreven. Dit is weer helemaal &lsquo;hot&rsquo; en veel bedrijven zijn al dan niet onder leiding van deskundige analisten kritisch aan het kijken naar alle stappen in de productie, zich constant afvragend of iets niet anders kan en welke concrete verbeterpunten dit zou kunnen opleveren. Dat daarbij de kwaliteit niet uit het oog verloren mag worden zal duidelijk zijn, maar vaak komt een rendabeler productie automatisch ook de eindkwaliteit ten goede. Twee vliegen in één klap dus.<br />
Het aardige van de opmars van krachtiger meet- en analysetechnieken is dat we niet alleen steeds meer kritische succesfactoren, maar ook hun onderlinge samenhang kunnen meten en analyseren. Dat levert nog veel meer op. Neem bijvoorbeeld de energiecomponent. Energie is duur. Een bepaalde energieafname (piekbelasting) overschrijden is nog veel duurder, want dan vliegt de kilowattuurprijs omhoog. Weet je echter wanneer zo&rsquo;n piek optreedt en welke andere processen tegelijkertijd optreden, dan kun je beoordelen waarom en waardoor die afnamegrens wordt overschreden. Wellicht dat men door andere installaties een half uur later op te starten net onder die kritische afnamegrens kan blijven, waardoor direct (fors) wordt bespaard op energiekosten. Door bijvoorbeeld specifieke informatie uit de MES-laag te halen en te koppelen aan bijvoorbeeld MRP-informatie, kan de samenhang tussen inkoop, productie en distributie worden geanalyseerd, waaruit wellicht weer nieuwe verbeterconcepten gedestilleerd kunnen worden. Dat wachttijden en zwakke punten er dan allang uitgehaald zijn, spreekt voor zich. Met de huidige technologie, mits goed ingezet en goed ingeregeld, kunnen we veel verder gaan, waardoor de organisatie meer dan &lsquo;lean&rsquo; en daardoor ook echt &lsquo;mean&rsquo; wordt. Die bedrijven laten de volgende kredietcrisis of welke crisis dan ook fluitend aan zich voorbij trekken.</p>
<p>Hans van Wijk<br />
Senior Consultant bij Actemium te Veghel<br />
en Vice-voorzitter van de FEDA</p>]]></description>
    <pubDate>Wed, 16 Sep 2009 09:21:32 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/52899/Lean---mean]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/48387/Strengere-milieuwetgeving-nu!"]]></guid>
    <title><![CDATA[Strengere milieuwetgeving nu!]]></title>
    <description><![CDATA[De markt voor niveaumeetsensoren zakt dit jaar in met vijftien procent, analyseert het Amerikaanse onderzoeksbureau VDC. De weg omhoog verwachten ze pas aan het einde van volgend jaar, misschien pas begin 2011. Strenge milieuwetgeving en de aanhoudende roep van de markt om efficiëntie helpen mee om de groei te bevorderen. Voor velen zal dit een eeuwigheid lijken. Nog een heel jaar op de economische blaren zitten en wie weet, nog veel langer. En je kunt weinig tot niets doen om deze ontwikkeling te bespoedigen. Snel even die strengere milieuwetten doorvoeren lijkt in dit verband een logische wens, maar het gezonde verstand zegt dat er iets hapert aan deze redenering. Hier schiet de marktanalyse tekort. Als we wisten hoe we morgen met zijn allen uit deze economische crisis konden geraken, dan deden we dat.<br />
Analyse van vloeistoffen of gas wordt steeds gemakkelijker. Twintig jaar geleden was het nog nodig om samples van afvalwater naar een laboratorium te brengen en moesten we twee dagen wachten op de uitslag. Met de huidige analyseapparatuur hoeft het slechts twee minuten te duren voordat we weten of we gezuiverd industrieel afvalwater op het oppervlaktewater mogen lozen. Productmanager Bart Küpers van marktleider Endress+Hauser (volgens hetzelfde onderzoeksbureau VDC) komt hierover aan het woord in Process Control 7. Behalve tijdwinst levert deze apparatuur productiewinst en milieuwinst op.<br />
Ook het analyseren van gas gaat steeds sneller. In 2000 ontwikkelden Peter van Vuuren en Rob Dubois, in dit nummer geïnterviewd door Frank Senteur, hier een standaard voor: ANSI/ISA SP 76.00.02. De norm wordt ook wel NeSSI genoemd, wat staat voor &lsquo;new sampling sensor initiative&rsquo;. De standaard is bedoeld voor online analyse &lsquo;on the spot&rsquo; en beschrijft drie lagen van een meetpiramide. De onderste laag bestaat uit (elektro)mechanica. Hier schijnt negen jaar later het aanbod al aardig aan de norm te voldoen. Wel mag het assortiment nog wat compacter worden. Ook wat de tweede laag betreft, de analyselaag, is er al het één en ander ontwikkeld. Vooral de top van de piramide, de elektronische dataverwerkingslaag, lijkt lastig te zijn voor productontwikkeling. Toch zijn er al mini-gaschromatografen die NeSSI-waardig zijn. Deze kunnen de analyse van gassen een factor 10 goedkoper maken. Op meer plaatsen kan een bedrijf hiermee in de productie online verschillende waarden meten en meteen ingrijpen. Kom daar maar eens om, in de economie.<br />
<br />
Selma Polter<br />
Eindredacteur<br />]]></description>
    <pubDate>Wed, 09 Sep 2009 13:56:10 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.processcontrol.nl/Blogs/48387/Strengere-milieuwetgeving-nu!]]></link>     
</item>   
 </channel>
</rss>
