Onlangs stuurde staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Tamara van Ark, een brief aan de Tweede Kamer waarin zij het parlement informeert over de ernst en de gevolgen van beroepsziekten, in het bijzonder veroorzaakt door blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

In de brief wordt de Tweede Kamer onder andere geïnformeerd over de gevolgen van beroepsziekten, in het bijzonder de gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, waaraan per jaar ca. 3.000 mensen sterven in Nederland. Met dit gegeven informeert mevrouw Van Ark de Tweede Kamer in haar brief omtrent de voorgenomen preventieve maatregelen en de overheidscampagne die deze maand van start is gegaan met het motto “Werken met gezond verstand = veilig werken met gevaarlijke stoffen”

Peter van Doesum van Denios vertelt graag meer over deze ontwikkelingen.

1) Met deze brief informeert de staatssecretaris de Tweede Kamer over de ernstige gevolgen van beroepsziekten. Zijn die gevolgen zo slecht bekend dat die brief nodig is?

Bij de SZW Inspectie (voorheen Arbeids Inspectie) zijn de gevolgen van het (onveilig) werken met gevaarlijke stoffen goed bekend. Met enige regelmaat worden gevaarlijke stoffen ook benoemd als “de grootste ziekmaker op de werkplek”.

Voor veel werknemers vormt veilig en gezond werken niet de kern van hun werkzaamheden, daardoor hebben preventieve maatregelen ook niet altijd de prioriteit.

Dat geldt ook voor de werkgever, lang niet alle (MKB) bedrijven hebben een veiligheidskundige of preventiemedewerker in dienst. Om te zorgen dat werknemers en werkgevers zich bewust blijven van preventieve maatregelen en de praktische  uitvoering is er door het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid een campagne gestart met het motto “Werken met gezond verstand = veilig werken met gevaarlijke stoffen” waarover de staatssecretaris de tweede kamer heeft geïnformeerd middels haar brief van 14 mei jl.

2) Opvallend is het aantal doden (3000) door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Wat zijn volgens jou de grootste boosdoeners?

De bekende boosdoeners zijn natuurlijk asbest en organische oplosmiddelen. Actueel is het ‘defensie-schandaal’ waar ernstige gezondheidsklachten zijn geconstateerd door het werken met chroomhoudende verf (Cr6+).

3) Bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen is er, zoals ook in de brief beschreven, een enorme latentietijd tussen blootstelling en optreden van de ziekte. Denk je dat die latentietijd mensen ervan weerhoudt om PBM’s in te zetten, of is er een gebrek aan kennis rondom PBM’s?

Het is vaak moeilijk om mensen te motiveren tot het aanleren van veilig gedrag wanneer er geen directe gevolgen zijn. Men moet zich van de risico’s  bewust zijn en bewust blijven. Hoe langer de latentietijd tussen blootstelling en ziekte, hoe moeilijker dat is. Door veilig gedrag te trainen en werkbare arbeidsomstandigheden te creëren worden ‘drempels’ weggenomen en zal de motivatie tot veilig werken toenemen.

Anders dan uit de praktijk blijkt, worden persoonlijke beschermingsmiddelen pas als laatste preventief hulpmiddel toegestaan tegen de blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

De wetgever stelt dat de arbeidshygiënische strategie dient te worden toegepast waarin de juiste volgorde van preventieve maatregelen wordt bepaald:

  1. Het wegnemen van de bron.
    Wanneer de oorzaak van het risico kan worden weggenomen, heeft dat de voorkeur. Een bekend voorbeeld is het vervangen van oplosmiddel houdende verf door verf op waterbasis
  2. Het afschermen van de bron door ventilatietechnieken.
    Wanneer de bron niet te elimineren is, zijn er verschillende mogelijkheden met ventilatietechnieken die een goede oplossing bieden om de werknemer op de juiste wijze te beschermen tegen de risico’s. Formeel noemen we dit: ‘risicobeheersing door technische maatregelen’.
  3. Het scheiden van mens en bron.
    Wanneer ventilatie (afzuigsystemen) onvoldoende vermindering van emissieblootstelling biedt, moet de risicobron worden afgeschermd. Dit kan bijvoorbeeld door een handschoenenkast, een traditionele zuurkast op het laboratorium, of door het menselijk handelen te vervangen door machines of robots.
  4. Het toepassen van persoonlijke beschermingsmiddelen.
    De persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) vormen de laatste barrière tussen de gevaarlijke stoffen en de werknemer. Het toepassen van persoonlijke beschermingsmiddelen is vandaag de dag nog altijd het meest vanzelfsprekend, echter persoonlijke beschermingsmiddelen zijn alleen toegestaan wanneer de eerder genoemde maatregelen niet toepasbaar zijn of onvoldoende bescherming bieden.

 

4) Wat denk je dat de Kamer gaat doen met deze brief? Zullen er concrete maatregelen uit voortvloeien?

Dit is een moeilijke vraag… In ieder geval worden er vanuit het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid de nodige activiteiten ondernomen  met de campagne “Werken met gezond verstand = veilig werken met gevaarlijke stoffen”. Daarnaast is er een toezegging gedaan om een speciaal team in te stellen met gespecialiseerde SZW inspecteurs op het terrein van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De komst en omvang van dit team is afhankelijk van de besluitvorming ten aanzien van het Inspectie Control Framework, waarover de Kamer per brief is geïnformeerd en besluitvorming zal plaatsvinden in het 3e kwartaal van dit jaar. Hiervoor moet er geld, kwaliteit en capaciteit beschikbaar komen.

5) Waar ligt de oplossing voor dit probleem volgens jou?

Veilig gedrag moet worden aangeleerd door instructies en herhalen, men moet gemotiveerd zijn, risico’s moeten inzichtelijk zijn en het productieproces moet dusdanig worden ingericht dat werkzaamheden prettig, efficiënt en met zo min mogelijk belemmeringen kunnen worden uitgevoerd. Investeren in de juiste bedrijfsmiddelen, aandacht voor werkplekinstructies en trainingen en het monitoren van de veiligheidstechnische maatregelen om de werknemer te beschermen, te corrigeren en instrueren.

Foto: Omroep Brabant