Het recent vastgestelde beleid voor (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen van de provincie Zuid-Holland leidt in de praktijk tot onnodige regeldruk en is slecht voor het investeringsklimaat. Dat stelt het bedrijfsleven vertegenwoordigd door Deltalinqs, VNCI, VNPI, VOTOB en Havenbedrijf Rotterdam in een brief aan gedeputeerde Bom-Lemstra van de provincie Zuid-Holland. De partijen pleiten voor een realistische aanpak die niet verder gaat dan huidige regelgeving.

De provincie Zuid-Holland gaat volgens het bedrijfsleven verder dan nationale wet- en regelgeving door voor potentieel zorgwekkende stoffen uit voorzorg in beginsel eenzelfde beleid te voeren als zeer zorgwekkende stoffen. Potentiële ZZS zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar (nog) niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken, of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Verregaande maatregelen 

De provincie Zuid-Holland kan de bedrijven verzoeken om voor een aanwezige potentieel ZZS aan de minimalisatieplicht te voldoen. Daarbij kunnen bedrijven tot (verregaande) maatregelen gedwongen worden zonder dat er vooraf een beoordeling heeft plaatsgevonden of de pZZS werkelijk een gevaar in zich heeft, oftewel of de pZZS voldoet aan bepaalde criteria van het Europese stoffenbeleid REACH. Dat kan volgens de ondertekenaars van de brief tot investeringen leiden die later helemaal niet noodzakelijk blijken te zijn. Dat is juist de reden waardoor volgens hen een onderscheid is gemaakt tussen ZZS en pZZS.

Onduidelijkheid en rechtsonzekerheid

Het beleid leidt volgens het bedrijfsleven tot onduidelijkheid en rechtsonzekerheid. De emissies van deze pZZS zijn in de meeste gevallen al geregeld via Europese best beschikbare technieken (BBT) documenten (BREF’s) of in het Activiteitenbesluit. Er gelden al wettelijke normen. Bovendien wordt de lijst met pZZS door het RIVM regelmatig geactualiseerd en is daardoor erg veranderlijk.

De aanpak van ZZS behoort aan te sluiten bij de uitgangspunten van REACH, stellen de ondertekenaars. Hierbij moet de provincie ook rekening houden met kosten en baten van de maatregelen. Ook al heeft een bronaanpak de voorkeur, neemt dat niet weg dat een integrale benadering soms tot andere voorkeuren zou leiden. Denk aan het verbranden van emissies, waarbij de ZZS – die vaak nog in relatief geringe mate geëmitteerd worden – geminimaliseerd worden, maar waarbij een relatief grote hoeveelheid aardgas moet worden verbrand en waarbij CO2 vrijkomt.

Lees hier de brief