“Het is goed mogelijk om uit houtsnippers plastic te maken.” Dat stelt Ronny Pals, de site-manager van de pilot bioraffinaderij van het bedrijf Avantium in Delfzijl. In deze bioraffinaderij wordt vanuit resthout industriële suikers en lignine geproduceerd. Dit zijn bouwstenen voor chemische toepassingen en materialen op basis van hernieuwbare grondstoffen in plaats van fossiele grondstoffen, zoals bioplastics. Suiker is dé bouwsteen voor de circulaire economie, want alle materialen en chemische toepassingen die we nu uit olie produceren, zoals plastics, kunnen ook van suiker uit biomassa worden gemaakt. Pals is per november 2017 bij Avantium begonnen. Eerder werkte hij bij Friesland Campina en AkzoNobel in soortgelijke functies.

Wat is Avantium voor een bedrijf? Pals: “Avantium is een technologiebedrijf en een voorloper in duurzame chemie. Het bedrijf ontwikkelt technologieën die meehelpen om duurzame chemie te realiseren. Het bedrijf bestaat bijna twintig jaar, voortgekomen uit een spin-off van Shell. En sinds maart 2017 is Avantium beursgenoteerd. We hebben circa 200 medewerkers en het hoofkantoor zit in Amsterdam. Naast de bioraffinaderij in Delfzijl is er ook een demonstratiefabriek in Geleen waar  plantaardige suikers omgezet worden in de chemische bouwsteen FDCA (furaandicarbonzuur) en PEF (polyethylenefuranoate), een biologisch alternatief voor PET-flessen. Ook heeft Avantium nog een locatie in Amsterdam op het UvA-terrein waar onder meer elektrochemie wordt bestudeerd.”

Uit houtsnippers kan plastic worden gemaakt, klopt dat? “Ja dat klopt, we ontginnen uit tweede generatie biomassa glucose (industriële suikers). En vanuit die glucose kan onder meer plantaardige plastic worden gemaakt, zoals Avantium doet in haar demonstratiefabriek in Geleen. We gebruiken nu resthout, maar je kunt ook bijvoorbeeld het restproduct van rietsuiker of andere soorten biomassa gebruiken. Onze technologie is geschikt voor allerlei lokaal beschikbare biomassa reststromen, die nu nog nauwelijks worden benut.”

Hoe gaat het proces in zijn werk? Pals: “De houtsnippers komen van Staatsbosbeheer, het is allemaal resthout, denk aan de takken die worden gesnoeid. Dat resthout wordt eerst gedroogd. Vervolgens gaan de gedroogde houtsnippers in een reactor en het resthout wordt gemengd met zoutzuur. Dan vindt er een hydrolyseproces plaats. Er is een omzetting van cellulose naar glucose. Uiteindelijk houden we lignine over.”

Het proces is in grote lijnen wel uitontwikkeld? Of moet nog bewezen worden of het functioneert? “We testen nu het gehele proces, voordat we starten met een commerciële fabriek”, legt Pals uit.  “We werken bijvoorbeeld met hoge concentraties zoutzuur. Dat betekent dat materiaalkeuzes van groot belang zijn. We testen allerlei soorten materialen.”

Hoe zit het met de afzetmogelijkheden? “Die zijn heel divers. Die glucose die we ontginnen uit de houtsnippers kan als nieuwe grondstof voor bijvoorbeeld plastic dienen, maar ook voor andere chemische toepassingen zoals ethanol en azijnzuur. Er blijft dan ook een licht product lignine over. Dat is het geraamte van het hout en kun je gebruiken als brandstof. Het heeft een hoog calorische waarde, maar je kunt het ook als bindmiddel voor diverse hoogwaardige applicaties gebruiken. Er vindt nog applicatieontwikkeling plaats.”

Hoe ziet de toekomst eruit? “Goed, we zijn nu vooral bezig met het inbedrijf stellen van de pilot bioraffinaderij om zoveel mogelijk data te verzamelen: hoe gedraagt de installatie zich.” De manier van werken van het personeel is modern te noemen. ” We hebben een volledig geïntegreerd systeem waarin we incidentmanagement hanteren. Dit is gekoppeld aan onze procesbesturing. We maken gebruik van een systeem om allerlei informatie te benutten bij het opschalen. En uiteindelijk moet er een commerciële plant  komen.”

“We zijn niet alleen bezig om de technologie te bewijzen, maar we zijn ook actief om een operating model te creëren”, voegt Pals toe. ”Je moet een organisatie hebben voor straks een grote fabriek, dus we maken gebruik van zelfsturende teams en we maken gebruik van moderne technologieën. Onze operators lopen bijvoorbeeld met een iphone op zak in de fabriek waarmee ze afwijkingen direct kunnen registreren, maar ook  instructies altijd bij zich hebben.” Volgens Pals is dit uniek. “Ik heb het in mijn loopbaan nog niet eerder gezien. We maken niet alleen gebruik van moderne technologie, maar proberen ook andere technologieën praktisch in te zetten om het werk op een efficiënte manier te kunnen doen, zodat we ook studenten (toekomstige medewerkers) kunnen enthousiasmeren voor werk in de fabriek. We zijn ook bezig met zij-instromers, mensen die in het verleden een heel ander beroep hadden gekozen, die leiden we op. Daarnaast maken we gebruik van en werkvoorzieningsschap. We proberen echt onderdeel te zijn van de lokale economie. “