Bruggen die instorten, dat overkomt ons toch niet? | Martin van de Hout

Het is een kwestie van tijd, voordat ook in Nederland een grote calamiteit optreedt door gebrek aan professioneel onderhoud…

Op het moment dat ik deze column schrijf, is het net twee dagen geleden dat een grote verkeersbrug in Genua is ingestort. Volgens het NRC wordt al druk gespeculeerd over de oorzaak van de ramp en gaat de eerste gedachte uit naar achterstallig onderhoud. De brug, de Ponte Morandi, was al 51 jaar oud. Daarom mag je aannemen dat hij stevig genoeg is gebouwd voor de eisen van 1967. In onze arrogantie zouden wij wellicht kunnen denken dat zoiets in Nederland niet kan gebeuren. Bij ons storten bruggen niet in. Wij doen immers professioneel onderhoud. Dan moet ik u echter wakker schudden. De brug over de Merwede bij Gorinchem is vorig jaar een hele tijd gesloten geweest voor vrachtverkeer, omdat men er door berekeningen en onderzoeken voor de verbreding van de brug achter kwam dat ze haarscheurtjes vertoonde. Als het verbredingsproject er niet was geweest, was men er niet achter gekomen. In dit geval betrof het een grote brug in een snelweg, waardoor het incident bekend werd in de media. Maar hoeveel industriële installaties zijn er die soortgelijke problemen vertonen? In mijn praktijk als adviseur op het gebied van maintenance & reliability, kom ik in ieder geval veel bedrijven tegen, die hun onderhoud niet goed op orde hebben.

Dit heeft allerlei oorzaken. Eén van die oorzaken is, dat de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud zelf niet goed weten hoe ze een goed onderbouwd onderhoudsplan moeten opstellen. Heel vaak gaan ze vooral af op hun eigen ervaring met soortgelijke systemen. De onderhoudsschema’s die bij de equipment wordt meegeleverd, gebruiken ze vaak niet. Voor veel soorten equipment is dat ook terecht. Fabrikanten van equipment leveren vaak onderhoudshandleidingen mee die alleen maar montagehandleidingen bevatten en nauwelijks zinvolle onderhoudsacties.

Het gevolg is echter dat de onderhoudsschema’s van bedrijven vaak totaal niet doelmatig zijn. Daardoor kunnen de technici niet aan auditors aantonen dat ze alle risico’s goed onder controle hebben en niet te weinig doen. Van de andere kant kunnen ze niet aan hun management aantonen dat al het onderhoud wel echt nodig is en dat ze hun budget echt nodig hebben. Als je dan weet dat onderhoud een van de duurste exploitatiekosten in een industriële installatie is, dan wordt het ineens duidelijk waarom directies zo vaak korten op onderhoudsbudgetten. Ten dele vormen die zelfde directies overigens vaak ook een belangrijke oorzaak van het probleem. Ze maken onvoldoende duidelijk welk niveau van betrouwbaarheid optimaal is voor hun bedrijf. Alleen al de vraag wat de kosten zijn van een uur productiestilstand kunnen ze vaak niet goed beantwoorden. Op de vraag welke eisen ze stellen aan het onderhoud, krijg je vaak het antwoord: “Maximale betrouwbaarheid tegen minimale kosten.” Ook goed opgeleide reliability engineers zullen echter moeten weten hoe hoog die “maximale “ betrouwbaarheid dan precies is en hoe laag die “minimale” kosten. Helaas hebben bedrijven vaak geen reliability engineers in dienst, óf hebben ze wel de functie, maar hebben daar iemand op gezet, die er niet voor is opgeleid. Na dertig jaar in dit vakgebied ben ik ervan overtuigd, dat we met zijn allen heel vaak geluk hebben gehad en dat ook onze systemen vrij robuust zijn ontworpen, maar dat het een kwestie van tijd is, voordat ook in Nederland een grote calamiteit optreedt door gebrek aan professioneel onderhoud.

 

Ir. Martin van den Hout
Senior Managing Consultant Maintenance & Reliability
Agidens Consulting