Dag van de Industrie 2018: lange zit, bij vlagen interessant

Gisteren vond bij Tata Steel de derde editie van de Dag van de Industrie plaats. In de ochtend konden geïnteresseerden die zich tijdig hadden ingeschreven een rondleiding krijgen op het Tata Steel complex, echter zonder camera’s en zonder telefoons.

Het middagprogramma werd ingevuld door een seminar, bestaande uit een aantal relatief korte lezingen en paneldiscussies. Tata Steel CEO Theo Henrar trapte het seminar af. “Ik ben het zelden met Trump eens, maar zijn uitspraak ‘Een land zonder staalindustrie is geen land’ kan ik in licht gewijzigde vorm wel waarderen.”

Na Henrar volgt de keynote door minister Wiebes. “Ik wil uw bondgenoot zijn”, verklaart de bewindsman. “We liggen onder een maatschappelijk vergrootglas en hoewel dat soms lastig kan zijn, biedt dat juist ook kansen. Mensen zien je namelijk een stuk sneller.” Na de speech van Wiebes is er de gelegenheid om vragen te stellen, maar daar wordt nauwelijks gebruik van gemaakt. Heel vreemd is dat ook niet, want de laatste vraag uit het publiek wordt door Wiebes direct omgedraaid: “Ik zou die vraag beter aan u kunnen stellen”, meent de minister.

Nadat Wiebes zo discreet mogelijk de zaal verlaten heeft, zakt het seminar ietwat in elkaar. De paneldiscussies, die in principe voor wat vuur zouden kunnen zorgen, zijn slechts bij vlagen interessant en die komen vooral op het conto van Greenpeace directeur Joris Thijssen en GroenLinks kamerlid Tom van der Lee. Dat hun inbreng niet de meeste populariteit geniet in deze setting, is te begrijpen. “Leuk dat Boyan Slat gisteren is uitgevaren om de plastic soep op te ruimen, maar waarom beginnen we niet vandaag met het heffen van statiegeld op kleine plastic flesjes?”, vraagt Thijssen zich hardop af. Hoewel er nota bene een Ahold man aan de discussietafel staat, wordt die vraag door niemand echt opgepakt.

In het politieke panel vindt Van der Lee dat de voorstellen voor CO2-reductie vanuit de industrie lang niet concreet genoeg zijn, maar volgens D66’er Jessica van Eijs is er sprake van een kip-ei-probleem: “De een zegt dat eerst duidelijke doelen moeten worden gesteld voordat er concrete plannen kunnen worden gemaakt en de ander zegt dat er eerst concrete plannen en technieken moeten zijn om de doelen te kunnen stellen.”

Het publiek zit inmiddels ruim 3 uur zonder pauze op hetzelfde stoeltje. Langzaam maar zeker verdwijnen steeds meer mensen richting de borrelruimte.

De borrel maakt altijd een hoop goed. Even netwerken, voordat we de files inrijden. De locatie is prima, de catering keurig, maar aan het programma mag een volgende keer wat meer gesleuteld worden.