Dat de klimaatwet er gaat komen, staat vast. Die wet zal bepalend zijn voor de energie-intensieve industrie, in ieder geval zolang het kabinet aanblijft.

Voor het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten duurt het allemaal te lang: in een brief aan de Tweede Kamer vragen de decentrale overheden om veertien concrete maatregelen zo snel mogelijk te realiseren. Slechts drie van de genoemde maatregelen zijn in het nieuwe regeerakkoord opgenomen.

Dit zijn de veertien voorgestelde maatregelen. Zaken die voor u interessant kunnen zijn, hebben we voor u vet gedrukt.

  •   Communiceer een nationaal perspectief en trek met alle overheden gezamenlijk op richting de maatschappij. Elke inwoner en ieder bedrijf van Nederland is nodig om gezamenlijk het verschil te maken. Een publieks- campagne moet duidelijkheid geven daar waar onzekerheid bestaat, kansen voor Nederland laten zien en ambitie en urgentie uitstralen. Ons verzoek is om ruimte in de begroting voor een campagne te vinden.
  •  Verruim de mogelijkheden van de SDE+ voor techniek neutrale toepassingen, zodat niet alleen vooraf bepaalde technieken, maar ook innovatieve nieuwe technieken en opgeschaald kunnen worden. De SDE+ wordt nu verruimd voor de afvang en opslag van CO2. Dit beperkt de middelen voor hernieuwbare energieproductie.
    Wij pleiten voor meer ruimte in deze subsidierege- ling voor invulling van onderop vanuit de regio’s die aansluiten bij de uitvoering van de regionale energiestrategieën. Vanuit de waterschappen pleiten we tevens voor een aanpassing van de SDE+ regeling zodat de mogelijkheden van het water- beheer nog beter kunnen worden benut voor de opwekking van duurzame energie. Dit door een aparte categorie hiervoor in te stellen.
  •  Pas artikel 9e van de Elektriciteitswet aan. De energietransitie vraagt een ander ruimtelijk beleid. Provincies worden hier-
    door nu gedwongen om initiatieven van projectontwikkelaars mogelijk te maken. Ongeacht het draagvlak onder bewoners van het gebied.
  • Geef steun aan de nota van wijziging op de Gaswet van minister Kamp zodat de gasaansluitplicht voor nieuwbouwwoningen zo snel mogelijk vervalt.
  •  Geef decentrale overheden de regie om het energiesysteem te verduurzamen. Onderzoek de mogelijkheid tot hergebruik
    van de bestaande hoofdinfrastructuur voor waterstof en de aanleg van nieuwe warmtenetten. Geef hierin gemeenten de bevoegdheden om bestaande wijken of straten aan te wijzen om op termijn van het aardgas af te halen. Sta netbeheerders toe mee te denken en deze verduurzaming te realiseren. Dit is nader uit te werken in het overeen te komen bestuursakkoord waarbij regionale energie strategieën worden opgesteld.
  •  Zorg voor investeringen in de infrastructuur voor warmte, zodat een gelijk speelveld ontstaat voor warmte, gas en elektra. Waardoor decentrale overheden het meest efficiënte en maatschappelijk geaccep- teerde energiesysteem mogelijk kunnen maken.
  •  Zorg voor de instandhouding van bestaande kennisinfrastructuur voor de uitvoering van de energietransitie: bijvoorbeeld de energieloketten in de begroting van 2018. Realiseer dat de transitie de overheden zeer veel tijd en procesgeld kost. Begin niet opnieuw maar werk vanuit bestaande goed functionerende netwerken en zet ze in voor de nieuwe maatschappelijke vragen rond energietransitie.
  •  Zorg voor een objectgebonden financiering voor de transformatie van particuliere woningen. Het toegezegde onderzoek naar dit instrument moet er snel komen. De kosten zijn voor de eigenaren te hoog, zeker als ze op leeftijd zijn of als woningen ‘onder water’ staan.
  •  Bied snel zekerheid over een aantrekkelijke salderingsregeling, vele businesscases lopen nu onnodig vast.
  •  Harmoniseer de regelgeving voor energiebesparing voor het bedrijfsleven. De wetgeving is nu een lappendeken wat tot inefficiënte uitvoering van de handhaving leidt en door onduidelijkheid zorgt voor uitstel van het nemen van maatregelen. Maak er een gezamenlijke strategie van tussen Rijk, provincies en gemeenten.
  • Sta de waterschappen toe om meer duurzame energie op te wekken dan zij zelf gebruiken. Vraag de Minister van Econo- mische Zaken om toestemming om dit mogelijk te maken.
    Er bestaat onduidelijkheid over of het waterschappen wordt toegestaan om meer duurzame energie op te wekken dan zij zelf gebruiken. Waterschappen willen dat de minister van Economische Zaken en Klimaat aangeeft of het mogelijk is.
  • Zorg dat binnen de Europese aanbestedingsregels de ruimte benut wordt om de energietransitie mogelijk te maken, onder andere bij de waterschappen. Waterschappen lopen tegen de grenzen van de Aanbestedings- regelgeving aan omdat er veel onduidelijkheid is over juridische aanbestedingseisen. Het naleven van deze aanbestedingsregelgeving wordt dan ook steeds vaker als belemmerend en vertragend gezien.
  • Zorg voor procesgeld van € 55 miljoen per jaar om decentraal uitvoeringskracht en kennisontwikkeling te organiseren. Regionale overheden staan aan de lat voor de regionale verankering van de nationale aanpak. Hierbij wordt het bedrijfsleven, kennisinstellingen en ondernemers aangehaakt en wordt draagvlak georganiseerd voor de energietransitie: dit geld is hard nodig. We willen dat de gereserveerde € 300 miljoen hiervoor beschikbaar wordt gesteld.
  • Ter cofinanciering van investeringen van decentrale overheden, vragen wij het Rijk om een transitiefonds van 220 miljoen euro per jaar. Met dit geld kunnen maat- schappelijk waardevolle, maar financieel onren- dabele maatregelen gericht op energietransitie versneld worden, bijvoorbeeld in verband met binnenstedelijke herstructurering en emissieloos (openbaar) vervoer. We vragen u als Tweede Kamer om bij de komende begrotingsbehandeling en tijdens de formatie hierop voor te sorteren.