Om 11:00 vandaag hield de Hoge Raad voor de laatste keer een uitspraak in het Urgenda vonnis. Concreet betekent de uitspraak dat het kabinet er voor zal moeten zorgen dat in 2020 de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 met 25% gedaald zal moeten zijn.

Deze laatste rechtszaak ging niet zozeer over de inhoud, maar meer over het principe. Het kabinet gaf eerder al aan het Urgenda vonnis te zullen uitvoeren, maar ging in cassatie tegen het feit dat de rechter ‘op de stoel van de politiek was gaan zitten’. Ook met dat principe maakte de Hoge Raad vanmorgen korte metten. De rechter beroept zich in de uitspraak van vandaag op het feit dat de rechter kan bepalen hoe ver de mensenrechtelijke verplichtingen verplichtingen van de staat reiken.

Volgens de rechter is het gevaar van klimaatverandering dermate groot dat het recht op leven en welzijn van de Nederlandse bevolking in gevaar kan komen, terwijl Nederland mede-ondertekenaar is van Europees Verdrag van Rechten van de Mens en daarmee verplicht is die waarden te beschermen.

De gerealiseerde broeikasgasreductie zal volgend jaar tussen de 19 en 23 procent bedragen. Het halen van de benodigde 25% zal een stevige opgave worden.

Een interessant en compleet artikel (minus vraag 1, die is inmiddels beantwoord) is te vinden op de website van de NOS.