Grote accufabrieken in Europa

De vraag naar accu’s voor elektrische auto’s, motoren en scooters wordt steeds groter. De markt voor accu’s voor dit soort toepassingen is echter voor zo’n 70 procent in handen van China. Autofabrikanten willen niet afhankelijk worden van de levering van accu’s uit China en gaan de komende jaren miljarden investeren in de bouw van accufabrieken in Europa.

Elektrische voertuigen zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld en het percentage EV’s zal de komende tijd alleen maar toenemen. Waar de Europese auto-industrie pas laat instapte in EV, investeerde China al veel eerder in de bouw van grote accufabrieken. Het resultaat: 70 procent van de verkochte accu’s die in auto’s worden gebruikt, komt uit China.

De coronacrisis, de chaos in het zeecontainervervoer en de recente blokkade van het Suezkanaal hebben laten zien wat de afhankelijkheid van Azië in de praktijk kan inhouden. Ook het huidige tekort aan chips voor auto’s is tekenend voor de afhankelijkheid van autofabrikanten van overzeese gebieden voor de levering van cruciale onderdelen.

Autofabrikanten zetten daarom sterk in op het veiligstellen van hun eigen accucapaciteit. Zo heeft het autoconcern Stellantis, waar de merken Jeep, Fiat, Citroen, DS, Opel en Peugeot onder vallen, heeft samen met accuproducent Saft Batteries een nieuw bedrijf opgezet, genaamd Automotive Cells Company (ACC). ACC wil in Europa al in 2023 een productiecapaciteit hebben van 16GW per jaar en na verloop van tijd moet die capaciteit worden verhoogd naar 64GW. Daarvoor zal er in Duitsland en in Frankrijk een gloednieuwe fabriek worden neergezet.

Ook Volkswagen is druk bezig om onafhankelijk van Chinese accu’s te worden. Samen met het Zweedse Northvolt wordt er dit jaar nog een productiecapaciteit van 32 GW gerealiseerd. Voor 2030 wil VW maar liefst 240 GW op jaarbasis kunnen produceren.

In Europa staat er nu in totaal een capaciteit van 850GW op papier, waarvan een aantal projecten al in de bouwfase zijn.