Opslagtanks-warmte-buizen-havenbedrijf-rotterdam (foto:-eric-bakker-juni-2020).

Door het gebrek aan stikstofruimte staan er alleen al in de haven van Rotterdam 35 projecten van 7,5 tot 8 miljard euro op de tocht. In de Eemshaven staan 35 industriële projecten met een investeringssom van 5 miljard euro op het spel. Dat schrijft minister Van der Wal-Zeggelink (Natuur en Stikstof) in een recente Kamerbrief. Ook de industrie moet de stikstofuitstoot verder terugdringen. 

De Porthos-uitspraak laat volgens de minister de noodzaak zien om de natuur te verbeteren en raakt tegelijk in toenemende mate het vestigings- en ondernemersklimaat. Door hoge inflatie en dalende koopkracht lopen groei en investeringen terug. Onzekerheid over stikstofregelgeving en de ontwikkeling van energieprijzen zijn hier mede debet aan, met als gevolg uitstel van private investeringen in verduurzaming die juist nu urgent zijn.
Het gaat om investeringen die volgens de minister nodig zijn om doelen te halen die wij als maatschappij belangrijk vinden, zoals het in balans brengen van natuur en economie, het verminderen van broeikasgasuitstoot, het verbeteren van luchtkwaliteit met oog op onze gezondheid en het borgen van nationale veiligheid (zoals defensie).

Achterstand Nederlandse economie

De Nederlandse economie dreigt hierdoor volgens de minister een achterstand op te lopen ten opzichte van buurlanden met mogelijke nadelige gevolgen voor de hoeveelheid en kwaliteit van banen in Nederland. Dat kan leiden tot een lagere economische groei en koopkracht. Het risico is dat productie zich verplaatst buiten de Europese landsgrenzen met als gevolg dat Nederland en de Europese Unie (EU) de kans missen om het voortouw te nemen in verduurzaming van de economie en het behalen van de klimaatdoelen. Het gevolg is dan dat we langer gebruik blijven maken van fossiele energiebronnen en broeikasgassen en stikstof blijven uitstoten.
De bouw van waterstofproductiecapaciteit en aanlandingsplekken groene elektriciteit, maar ook infrastructurele verduurzamingsprojecten zoals Wind op Zee-projecten, zonneparken, CCS, geothermie, kerncentrales, zullen te maken krijgen met vertraging en worden lastiger te realiseren.

Projecten op de tocht 

Zo geeft het Havenbedrijf Rotterdam geeft aan dat al 35 projecten met een
opgetelde investering van 7,5 tot 8 miljard euro op de tocht staan door het gebrek
aan stikstofruimte. In de Eemshaven en Delfzijl staan 50 industriële projecten met
een investeringssom van 5 miljard euro op het spel. Het Netherlands Foreign
Investment Agency (NFIA) stelt dat het stikstofprobleem momenteel een
belangrijk obstakel vormt voor buitenlandse bedrijven om in Nederland te
(her)investeren. Voor de verduurzaming van de landbouw is het eveneens een
risico. Om de landbouw verder te verduurzamen zijn grote investeringen nodig,
bijvoorbeeld in vernieuwde stallen. Ook gewenste schaalsprongen ten behoeve
van regionale mainports, zoals Brainport Eindhoven, worden geraakt, evenals de
positie van de mainport Schiphol en de hub-functie die daarmee samenhangt. Alle
sectoren, van mkb tot grootbedrijf, worden geraakt door het vervallen van de
bouwvrijstelling. Dit raakt dus zowel onze verduurzamingsambitie, als ons
verdienvermogen, de werkgelegenheid, onze economische veiligheid en
strategische autonomie, aldus de minister.

Stikstofheffing

Het kabinet kondigde 25 november aan een stikstofheffing in te willen voeren voor de industrie. Hoe meer bedrijven straks uitstoten, hoe meer ze betalen. De industrie wil een bijdrage leveren als deze effectief én proportioneel is, stelt VEMW. Algemeen directeur Hans Grünfeld: “We zijn verheugd dat het kabinet nu concrete actie onderneemt om de stikstofcrisis en de onzekerheden voor investeringsprojecten in onder meer de industrie en de koolstofarme energievoorziening aan te pakken. De industrie, die voor zo’n 10 procent van de stikstofemissies in Nederland verantwoordelijk is, is bereid om een bijdrage te leveren aan die emissiereductie. Die bijdrage moet wel effectief én proportioneel zijn. Hiervoor moet kritisch gekeken worden naar de doeltreffendheid (baten) en de doelmatigheid (kosten) van mogelijke maatregelen. We kijken dan ook met belangstelling uit naar de concrete voorstellen die de regering in 2023 zal doen voor een verdere invulling.”