Openingsevent Assenproject 07-03-2018

De multinational ICL heeft een eerste stap gezet op weg naar de volledige kringloop van fosfaat, dat als meststof wordt gebruikt. Fosfaat is nodig voor het kweken en telen van groente en fruit. Uit rioolslib en beendermeel (waarin veel fosfaat zit) worden de assen bijgemengd in het productieproces. Een aangepaste installatie is vorige week donderdag feestelijk in gebruik genomen. “We zijn bijzonder trots”, zegt woordvoerder van ICL, Arne Padt.

Arne Padt werkt als woordvoerder van ICL onder andere in Nederland en is vanuit die hoedanigheid betrokken bij dit project. Wat is ICL? “ICL is een wereldwijde opererende producent van mineralen en ook chemische producten. We beschikken over onze eigen grondstofreserves  voor kalium, broom en fosfaat en die zetten we in verschillende productielijnen in fabrieken over de hele wereld weer in om in allerlei producten voor de landbouw en de industrie. En als het dan specifiek om de fabriek in Amsterdam gaat, dan is dat een fabriek waar meststoffen worden gemaakt op basis van kalium en vooral fosfaat. Die fabriek aan de Fosfaatweg bevindt zich daar al sinds 1907 en is dus al meer dan 110 jaar oud. De fabriek werd ooit opgericht als Amsterdamsche superfosfaatfabriek. Destijds werden er al fosfaatmeststoffen gemaakt. Door de jaren heen is de fabriek enige keren van eigenaar veranderd. Sinds 1982 is de fabriek onderdeel van ICL. En maken we daar dus meststoffen. Dat gaat nu momenteel om een volume van op jaarbasis tussen de 550.000 en 600.000 ton. Wij maken meststoffen op basis van kalium en fosfaat, zogenoemde NPK meststoffen.”

Fosfaaterts

De meststoffen die ICL maakt hebben als belangrijkste ingrediënt fosfaaterts. “Dat erts wordt gedolven, wordt gewonnen. En komt van ver per schip naar Amsterdam. Dat is ons hoofdbestanddeel. Nou is het zo dat voor alles wat je delft, alles wat je uit de grond haalt, daarvoor geldt dat je het niet oneindig kunt winnen. Dat geldt ook voor fosfaaterts.  De schattingen daarvoor hoelang dat duurt, lopen uiteen, maar de winning is niet voor altijd.  Dat is ook de reden waarom we bij ICL een jaar of vijftien geleden al zijn begonnen met experimenteren. De gedachte was: als je toekomstbestendig bezig wilt zijn, moet je verduurzamen.  En dan moet je dus ook kijken naar een meer circulaire manier van werken. In die tijd zijn we daarom begonnen met een project dat we nog steeds doen in samenwerking met Waternet in Amsterdam. Waternet zuivert het afvalwater en bij dat zuiveringsproces ontstaat struviet. Waternet kan daar niks mee. Maar dat struviet bevat gehaltes aan fosfaat. Dus dat nemen wij af en dat gebruiken we in ons proces. Een heel mooi project en daar blijven we ook mee doorgaan. Maar dat kan vanwege de samenstelling van struviet slechts op een bescheiden schaalgrootte.”

“We zijn in die tijd ook begonnen met het experimenteren met het gebruiken van assen. Er zijn twee stromen van assen eigenlijk. De eerste is rioolslibas. Waterzuiveringsinstallaties zuiveren het water en houden uiteindelijk een soort drab over, dat is rioolslib. Dat wordt verbrand en dat gebeurt vanuit hygiënische overwegingen op hoge temperatuur. De assen die je overhoudt bevatten veel fosfaat en vormen de eerste stroom. Tweede stroom is de dierverwerkende industrie. Het restant dat daar overblijft bestaat vooral uit botten, en ook die worden op hoge temperatuur verbrand. Ook daarvoor geldt dat de assen hele hoge gehaltes aan fosfaat bevatten. Dat zijn twee stromen van assen die wij eerst op kleine schaal zijn gaan toepassen. Uit onze testen en experimenten bleek dat deze assen ook op grotere schaal konden worden toegepast. Alleen daar waren wel investeringen voor nodig.  In diezelfde tijd was er een subsidieprogramma ‘Duurzame Zeehavens’ van de provincie Noord Holland, waarvoor bedrijven die bezig waren met duurzame innovaties in het Noordzeekanaalgebied zich konden aanmelden. Tot onze grote vreugde zijn we daarvoor geselecteerd. Wij hebben daardoor een subsidie van ongeveer vijf ton gekregen. De totale investering die we nodig hadden was ongeveer 2,2 miljoen en dit was een substantieel deel. Omdat we die subsidie kregen, was dat voor ons de boost intern die nodig was om de andere investering op tafel te krijgen. Dus toen zijn we de installatie gaan bouwen. Die is afgelopen donderdag feestelijk geopend, onder meer door het provinciebestuur van Noord-Holland en het gemeentebestuur van Amsterdam.”

Klaar voor gebruik

De installatie is officieel geopend. “Hij is nu klaar voor gebruik, we gaan in toenemende mate die assen gebruiken.” Hoe werkt dit proces? Padt verwijst naar een filmpje op youtube (https://youtu.be/Yokepk-i66Q) , en vertelt hoe het proces eruit ziet. “We hebben ons reguliere productieproces, waarbij we ruwe fosfaaterts laten reageren met zwavelzuur en fosforzuur. In de volgende stap voegen we water en stoom toe, waarna er korrels ontstaan. En die korrels transporteren we weer naar boeren over de hele wereld, dat is overigens met name heel veel buiten Nederland. In Nederland hebben we eerder een fosfaatoverschot. Maar in veel landen is er juist een tekort aan fosfaat, terwijl dat een essentiële voedingsstof voor planten en gewassen is. Met de assen blijft het hele productieproces ongeveer hetzelfde, alleen aan het begin van het proces heb je de toevoeging van het fosfaaterts. Daar worden die assen nu bijgemengd als vervanging van de fosfaaterts. Het  productieproces blijft verder hetzelfde, het korreltje dat eruit komt rollen helemaal aan het eind, dat is ook hetzelfde. Alleen je verandert iets bij het toevoegen van je bron. Dus dat is het verschil.”

Padt: “Met deze Phosphate Recycling Unit bieden we de samenleving een innovatieve circulaire oplossing en bereiden we onszelf voor op een toekomst waarin ruwfosfaat in de wereld steeds schaarser is. Hiermee kan ICL in Amsterdam nog vele jaren op een duurzame manier doorgaan met het produceren van meststoffen die helpen de wereld van voedsel te voorzien. Deze installatie is nog maar het begin. De ambitie van ICL is om het aandeel van fosfaat uit alternatieve bronnen de komende jaren verder op te voeren, zodat ICL een van de internationale koplopers blijft op het gebied van fosfaatrecycling en we uiteindelijk zelfs toegaan naar een volledige fosfaatkringloop.”