CO2-emissies moeten omlaag en een van de weinige sectoren die juist behoefte heeft aan CO2 is de tuinbouw. Op 15 december vindt een symposium plaats over dit onderwerp aan de Tilburg University.

Wereldwijd neemt de vraag naar voedsel toe, maar de benodigde toename in voedselproductie zal volgens de huidige productiemethodes alleen maar tot een hogere CO2 emissie leiden. Volgens Jonathan Verschuuren, hoogleraar International and European Environmental Law, staan die twee zaken met elkaar op gespannen voet.

Verschuuren doet daarom de volgende aanbevelingen:

  • Creëer mogelijkheden in het systeem van emissiehandel om klimaatslimme landbouwprojecten te laten financieren door de industrie- en energiesector (zoals in Australië, Californië en enkele Canadese provincies). Maak hierbij ruimte voor maatwerk per bedrijf.
  • Hervorm het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid van de EU zodat Europese landbouwsubsidies alleen nog worden verstrekt aan boeren die bijdragen aan het realiseren van de lange termijnopgaven van het klimaatbeleid. De klimaatdoelstellingen van het Europese landbouwbeleid worden nu in het geheel niet gerealiseerd.

 

Klimaatslimme landbouw moet niet verward worden met de uitwisseling van CO2 tussen industrie en landbouw. In Nederland voorziet de OCAP in CO2 die door tuinders wordt gebruikt om hun gewas beter te laten groeien. Er gaan regelmatig stemmen op om CO2 van industriële bedrijven op te slaan en naar kassen te transporteren, maar dat klinkt simpeler dan het is. De uitstoot van industriële bedrijven bestaat niet uit zuivere CO2 en daarmee is het gas niet geschikt voor de tuinbouw.

Daar komt nog bij dat het grootste deel van de Nederlandse tuinbouw in geventileerde kassen teelt. Middels luchtramen aan de bovenkant probeert de tuinder een ideaal klimaat te realiseren voor zijn gewas. Slechts een klein deel van de tuinbouw werkt met gesloten kassen: een type kas dat geconditioneerde lucht gebruikt en niet ventileert met ramen. De CO2 die in de traditionele kassen wordt geblazen, wordt maar ten dele door de planten opgenomen. Het grootste deel verdwijnt alsnog via luchtramen en kieren naar buiten.