Vorige week publiceerde het PBL een rapport over luchtvervuiling door de industrie. Volgens het rapport zou een zogenaamde ‘fijnstoftaks’ een ‘aanzienlijke daling van de vervuilende uitstoot van de industrie’ kunnen voorkomen. De schade van luchtvervuiling is namelijk groter dan de kosten die nodig zijn om die uitstoot terug te dringen, zo meent onderzoeker Tom Manders van het CPB.

In een interview met BNR vertelt Manders meer over de fijnstoftaks. “Het terugdringen van fijnstofuitstoot, voornamelijk stikstof en zwaveldioxide, leidt tot een forse gezondheidswinst.”

Volgens berekeningen van CPB veroorzaakt de industrie door fijnstofuitstoot een schadepost aan de volksgezondheid van zo’n anderhalf miljard euro. “Voor een fractie van dat bedrag kan je maatregelen treffen waarmee je die uitstoot beperkt”, legt Manders uit. “Bovendien is er al technologie beschikbaar waarmee die uitstoot kan worden beperkt. Nederland kan dat ook nog eens op eigen houtje doen.”

Door het invoeren van een fijnstoftaks zouden de kosten voor diverse productieprocessen stijgen, maar volgens Manders is dat te overzien. “Als je kijkt naar de staalindustrie moet je denken aan een kostenstijging van ongeveer één procent. Vergeleken met bijvoorbeeld de CO2-taks is dat slechts een kleine extra kostenpost. Het is daarbij overigens niet uitgesloten dat er subsidies zouden kunnen worden verstrekt aan bedrijven die door nieuwe technologie te implementeren hun uitstoot verkleinen.”

Het rapport, dat naar de sectoren staal, ethyleen en kunstmest keek, becijfert dat kostenverhoging tot een afname in de vraag zal zorgen. De daaruit voortvloeiende productiedaling zou 1% bedragen in de ethyleensector en 4% voor de staal- en kunstmestindustrie. Bedrijven die hun uitstoot weten te verminderen, zouden daarmee veel voordeliger uit zijn dan de fijnstoftaks te betalen.

Het rapport sluit af met de kanttekening dat de industrie niet de grootste luchtvervuiler is: ‘Een belangrijke vraag is in welke sectoren van de economie een belasting op vervuiling zou moeten gelden, als deze daadwerkelijk wordt ingevoerd. We hebben nu het effect van een concrete belasting onderzocht voor drie sectoren van de industrie, maar er zijn andere (grote) uitstoters zoals landbouw en verkeer. Om de luchtvervuiling kosteneffectief te verminderen geldt idealiter beprijzing in de hele economie. Beantwoording van bovenstaande vraag vergt verder onderzoek, zowel naar de bestaande beprijzing in andere sectoren als naar de effecten en praktische uitvoerbaarheid’, zo valt in de samenvatting van het rapport te lezen.