Minister Adriaansens van EZK: harde toon richting bedrijfsleven niet altijd terecht

Het innovatievermogen van het bedrijfsleven is volgens minister Adriaansens essentieel om transities (verduurzaming, digitalisering, circulariteit) te versnellen (foto: Martijn Beekman).

De toon richting bedrijven is de afgelopen jaren ‘verhard’ en ‘deze toon is niet altijd terecht’. Dat schrijft minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat in antwoord op vragen van Tweede Kamerleden Idsinga en Van Strien (beiden VVD). Multinationals zijn onder meer goed voor 70 procent van de private innovatie-uitgaven, wat belangrijk is voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en het behouden van de brede welvaart. ‘De bijdrage van het bedrijfsleven wordt daarbij soms te zeer als een gegeven gezien”, aldus de minister.

De Kamerleden stelden eind juli vragen naar aanleiding van het opinieartikel ‘Vertrek DSM is signaal voor politiek’ in het Financieele Dagblad. De multinational maakte eerder bekend het hoofdkantoor naar Zwitserland te verhuizen. DSM heeft daar al een groot onderzoekscentrum. Unilever en Shell verplaatsen het hoofdkantoor eerder naar het Verenigd Koninkrijk.

Negatief sentiment

Bestuurders en commissarissen klaagden de afgelopen twee jaar volgens het FD over een negatief sentiment in samenleving en politiek ten aanzien van het grote bedrijfsleven. De aankondiging van DSM werpt volgens de krant de vraag op of zij het gelijk aan hun zijde hebben.
VNO-NCW waarschuwde dat veel ondernemingen de locatie van het besliscentrum op de agenda hebben staan. Baggeraar Boskalis was een van de weinige die dat beeld bevestigde. Redenen zijn het minder vriendelijke fiscale beleid en de kritiek op de topbeloningen.

Stop de vrije val

Stop de vrije val van ons vestigingsklimaat’, was de boodschap van Ingrid Thijssen, VNO-NCW-voorzitter, in een recent opinieartikel in NRC. Hierin maakt Thijssen de vergelijking met de republiek Venetië. Na elf eeuwen stabiliteit en voorspoed raakte deze in verval. De Venetianen dachten dat hun welvaart eeuwigdurend was en hun bestuurlijke inrichting verlamde de slagvaardigheid. Zij konden de concurrentie van opkomende zeevarende landen als Portugal, Engeland en Nederland het hoofd niet bieden.

Positief bijdragen

Adriaansen schrijft dat in toenemende mate van bedrijven wordt verwacht dat ze positief bijdragen aan de samenleving en aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Ze merkt echter ook dat de toon richting bedrijven – met name de grote, internationale bedrijven – de afgelopen jaren is verhard. “Deze toon is niet altijd terecht.”
De minister spreekt haar waardering uit voor de rol van het bedrijfsleven in de samenleving. Het innovatievermogen van het bedrijfsleven is volgens haar essentieel om transities (verduurzaming, digitalisering, circulariteit) te versnellen en daarmee bij te dragen aan het oplossen van de maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan.

Innovatiekracht

Multinationals zijn goed voor 70% van de private R&D-uitgaven dus juist daar zit de innovatiekracht die belangrijk is voor sterke Nederlandse (kennis)ecosystemen, aldus de minister. “De samenleving heeft het bedrijfsleven dus hard nodig om die opgaven te realiseren en zo onze brede welvaart nu en in de toekomst op peil te houden. De bijdrage van het bedrijfsleven wordt daarbij soms te zeer als een gegeven gezien.”

Meer communiceren

De minister denkt dat het goed en belangrijk is dat bedrijven meer communiceren over hun rol en bijdragen aan onze samenleving. Naast dat ze zorgen voor banen en welvaart ziet Adriaansens vele mooie voorbeelden van bedrijven die hard werken aan innovaties om te verduurzamen en van bedrijven die komen met slimme oplossingen om de transities te versnellen. “De trekkende rol van (grote) bedrijven is vaak essentieel voor de verdere ontwikkeling van sterke Nederlandse (kennis)ecosystemen. Hier heeft heel Nederland profijt van. Ik juich het toe wanneer bedrijven hiermee actief naar buiten treden, voor zover ze dat nog niet doen. Ik moedig dit ook altijd aan in mijn contacten met het bedrijfsleven.”

Vestigingsklimaat

Adriaansens schrijft verder dat het Nederlandse vestigingsklimaat er nog steeds goed voor staat. Dit blijkt uit de verschillende internationale ranglijsten waarin Nederland al jaren in de top meedraait. Nederland biedt volgens haar een prettige leefomgeving, een goed opgeleide beroepsbevolking, kennis en innovatie van wereldklasse, excellente verbindingen binnen Nederland en naar het buitenland en sterke clusters waarin kleine en grote bedrijven, kennisinstellingen en overheden met elkaar samenwerken.

Zorgen

Adriaansens maakt zich desondanks toch zorgen over de ontwikkeling van ons vestigingsklimaat, mede op basis van haar gesprekken met bedrijven en het vertrek van de hoofdkantoren van DSM, Shell en Unilever. “Zo krijg ik signalen over de ontwikkeling van het fiscale stelsel, krapte op de arbeidsmarkt of gebrek aan ruimte – zowel fysiek als op het gebied van stikstof of netcapaciteit. Ook leven er zorgen over de waardering voor en sentiment ten aanzien van het bedrijfsleven, en de voorspelbaarheid van beleid in Nederland”, aldus de minister.

Aandacht

De recente signalen en ontwikkelingen geven aan dat ons vestigingsklimaat aandacht behoeft, stelt de minister. Ze is hierover met betrokken collega’s in gesprek over hoe ze dit gericht kunnen verbeteren, bijvoorbeeld op het gebied van fiscaliteit, vergunningverlening en stikstofruimte. De minister stuurde in april een brief over het belang van het Nederlandse vestigings- en ondernemingsklimaat naar de Kamer.
Momenteel werkt ze aan een tweede brief met plannen om het vestigingsklimaat te versterken. “De komende maanden ga ik hierover verder in gesprek met stakeholders om goed inzichtelijk te krijgen welke aanpassingen in beleid nodig zijn.” Deze input neemt ze mee in de tweede Vestigingsklimaatbrief. Die stuurt ze zo spoedig mogelijk na het zomerreces en in ieder geval voor de begrotingsbehandeling EZK naar de Kamer.

Lees hier de Kamerbrief.