De overheid draagt mee aan de kosten die de industrie moet maken om de Klimaatdoelen van Parijs te halen. Dat liet minister Wiebes van Economische Zaken 12 november weten tijdens de overhandiging van het rapport over CO2-reductie in de Nederlandse raffinagesector van DNV-GL in opdracht van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI).

De studie beschrijft hoe de Nederlandse raffinaderijen hun CO2-uitstoot kunnen reduceren in de periode tot 2030 en tot 2050. Volgens de onderzoekers kunnen de raffinaderijen in 2030 5,5 Megaton CO2 van de jaarlijkse uitstoot reduceren. Dat is een kwart van de reductieopgave van 19,4 Mt CO2 die het kabinet voor 2030 bij de industrie heeft neergelegd.
De studie zet verschillende opties op een rij. De technologie met de grootste bijdrage aan de reductie is CSS (Carbon Capture Storage). Met opvang en opslag van CO2 kan de sector ruim 4 Mt CO2-uitstoot reduceren.
Een andere veelbelovende route is volgens de onderzoekers de inzet van ‘blauwe waterstof’. Dat wil zeggen dat CO2-uitstoot van de productie van waterstof wordt opgevangen en opgeslagen. Waterstof is een belangrijke grondstof voor de raffinage en wordt zowel op het raffinageterrein geproduceerd, als erbuiten door toeleveranciers. Met de inzet van blauwe waterstof kan er 3 Mt CO2 worden gereduceerd. Deze maatregel is technisch uitvoerbaar en kent de gunstigste kostprijs van het gehele reductiepakket.

3,7 miljard extra nodig

Volgens de onderzoekers is er 3,7 miljard euro extra nodig om de maatregelen uit te voeren.Dit bedrag komt bovenop de reguliere investeringen die al worden gedaan om te blijven voldoen aan de geldende wettelijke verplichtingen. Eén van de gespreksonderwerpen aan de Klimaattafel is hoe deze investeringen kunnen worden gerealiseerd zonder de internationale concurrentiepositie van Nederlandse raffinaderijen aan te tasten.
Minister Wiebes liet tijdens de overhandiging van het rapport weten dat de overheid bijdraagt aan de kosten die de industrie moet maken om deze maatregelen uit te voeren om zo de Klimaatdoelen van Parijs te halen. “Al met al een hele aanzienlijke reductie”, oordeelde Wiebes over het beeld dat DNV-GL onderzoekers Ben Römgens en Mieke Dams in de studie schetsen. “Het laat zien dat het kan en maakt het geloofwaardig.”

Sector staat niet alleen

Volgens Wiebes zou het ‘totaal onzin’ zijn om het level playing field voor de sector te verstoren: “Want productie naar het buitenland verschuiven gaat best snel, daar hoef je geeneens assets voor te verschuiven. En als dat gebeurt, dan maken ze er in dat buitenland geen efficiëntere producten van dan wij hier. Dus daar heeft niemand iets aan”. De bewindsman benadrukte dat de sector niet alleen staat als het gaat om de kosten van de reductie-versnelling. Hij wees op het Regeerakkoord, waarin staat dat de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) wordt verbreed richting de industrie. Ook beloofde hij dat de overheid geld uittrekt voor het ondersteunen van innovaties en het toetsen van nieuwe vindingen. Maar de industrie krijgt niet ongelimiteerd toegang tot de SDE. Wiebes: “Ik denk dat daar het draagvlak beperkt voor is. Gewoon een gezonde openstelling voor dit soort kostenefficiënte toepassingen, daar moet de industrie op kunnen rekenen. Dat is mijn inzet, dat is ook waar de politiek voor gekozen heeft.”

Lees hier het persbericht