Het grootste deel van de Nederlandse bedrijven beschouwt zichzelf als ‘digitale beginner’. En dat zelfinzicht is correct. Een onlangs verschenen rapport van PwC laat namelijk zien dat Nederlandse bedrijven in de laagste categorie van ‘digital maturity’ worden ingeschaald. Maar wat betekent dat eigenlijk en wat zijn de -mogelijke- gevolgen van die score? We praten er over met Industrie 4.0 expert Michel Mulders.

Nederland doet het dus niet bepaald goed op het gebied van digitale innovatieve technieken. Meer daarover kun je lezen in Process Control nummer 3 van 2018 (verschijnt binnenkort).

De reden dat Nederland vrij laag scoort is onder te verdelen in vijf verklaringen. We zetten ze hier voor je op een rijtje.

1: Onwetendheid:  “Een eerste belangrijke reden heeft te maken met onwetendheid. In heel veel bestuurskamers in Nederland is Industrie 4.0 weliswaar geagendeerd, maar gebeurt er in de praktijk erg weinig. Dat komt omdat Industrie 4.0 in de technologie-hoek zit. Bij 3D-printing bijvoorbeeld blijft het dan bij het bespreken van een bepaalde technologie. Opnieuw die aanbod-kant dus. Beter zou zijn dat er wordt geconstateerd dat er een lokaal voorraadprobleem is en dat 3D-printing een oplossing zou kunnen zijn daarvoor. Vraaggestuurd dus. Het klinkt als een open deur en nee, het is geen rocket science, maar geloof me, dit gebeurt.”

2: Bedrijven zien onvoldoende potentieel:  “Je moet intern wel uitgedaagd worden, anders gebeurt er nooit iets. Als de houding is: dit doen we al honderd jaar zo en we gaan het niet anders doen, gaat er ook nooit iets veranderen.”

Dat gebrek aan potentieel is weer nauw verweven met angst. Volgens Mulders zijn veel werknemers bang hun baan te verliezen op het moment dat er in toenemende mate geautomatiseerd wordt. “We hebben het nu over de industrie, maar als je naar de bankensector kijkt, is het een feit dat door de automatisering veel mensen hun baan zijn kwijtgeraakt.”

3: Digitaal leiderschap ontbreekt: “Je kunt van Ralph Hamers van ING zeggen wat je wilt, maar hij heeft wél digitaal leiderschap getoond”, meent Mulders. “Hij heeft zich niet vergeleken met banken, maar met Google en Netflix. Hij heeft geluisterd naar zijn klanten die zeggen: ‘We don’t need banks, we need banking’. En dat heeft tot efficiencyslagen geleid.”

4: Generatiekloof:  “Bedrijven worden toch nog altijd bestuurd door een generatie die, laten we zeggen, niet echt tech-savy is”, legt Mulders uit. “Veel van de bedrijven die we in ons rapport digital champion noemen, zit in de Azië-Pacific regio. Als we met PwC-collega’s uit die landen praten, horen we dat er daar een bestuursgeneratie is opgestaan die opgegroeid is met digitale technieken. De zogenaamde digital natives. Die kijken heel anders tegen moderne digitale innovaties aan.”

5: Het ontbreken van het zogenaamde ‘burning platform’: Mulders: “Er zijn twee reden om te veranderen: de tent staat in de fik en je moet wel, óf de Martin Luther King benadering: I have a dream, ik wil iets veranderen, wij worden de Google van de procesindustrie. Voor de meeste mensen geldt dat ze alleen om de eerste reden willen veranderen. En zeker nu de werkloosheid laag is en de economie prima loopt, lijkt de noodzaak om te veranderen klein.”

Lees het complete verhaal in Process Control 3, 2018. Het complete rapport kun je hier bekijken.