Gas uit Groningen is de laatste dagen weer vaak in het nieuws en dan vooral als het over aardbevingen gaat. Maar behalve dat het Groningse gas geld oplevert, is Nederland ook verplicht aan andere landen, waaronder Duitsland en België, om vooraf afgesproken hoeveelheden gas te leveren. Om precies te zijn 10 miljard en 15 miljard kubieke meter respectievelijk.

Ook industriële grootverbruikers in Nederland maken gebruik van het laag-calorische gas uit Groningen en omdat de gaskraan steeds verder dicht moet, stelt minister Wiebes voor dat deze grootverbruikers overstappen op hoogcalorisch gas uit het buitenland. Dat betekent echter dat er een ombouw nodig is van installaties bij de verbruikers. En dat vindt Hans Grünfeld van VEMW geen goed idee. Volgens hem is het veel logischer om een stikstoffabriek te bouwen, waarmee hoogcalorisch gas kan worden omgezet naar laagcalorisch gas.

De Nederlandse grootverbruikers zijn goed voor zo’n 5,5 miljard kubieke meter Gronings gas. Volgens Wiebes kan dat de inzet van Gronings gas worden gereduceerd tot 3,4 miljard kuub als hoogcalorisch gas wordt ingekocht.

Volgens Grünfeld is dat een nodeloos dure oplossing. Los van alle aanpassingen om de installaties om te bouwen naar het nieuwe type gas, zijn lang niet alle grootverbruikers aangesloten op een leiding die hoogcalorisch gas kan transporteren. Daarnaast wordt de industrie al stevig aangepakt als het om CO2 uitstoot gaat (lees daarover ook in Process Control no 7, 2017).

Het bouwen van een stikstoffabriek is volgens Grünfeld veel slimmer en volgens de VEMW-voorman mag die fabriek betaald worden door de partijen die de exportcontracten met België en Duitsland zijn aangegaan: GasTerra, de NAM en de staat. Wordt vervolgd.