‘Overheidsbrandweer en bedrijfsbrandweer BRZO moeten onderling beter samenwerken’

“De overheidsbrandweer en de bedrijfsbrandweer bij BRZO bedrijven moeten onderling meer en beter gaan samenwerken.” Dat zegt Nils Rosmuller, lector Transportveiligheid bij het Instituut Fysieke Veiligheid. Hij doet onderzoek naar transportveiligheidsvraagstukken, evenals naar vraagstukken op het gebied van publiek-private samenwerking die met industriële risico’s te maken hebben. Hij doceert daarin, bijvoorbeeld in de masteropleiding (MCPM) van het instituut. Hij presenteert zijn werk op congressen, daarnaast publiceert hij onder meer artikelen en blogs. ”Doel is om uiteindelijk de kennis in het veld te brengen maar ook het veld te prikkelen om goed na te denken over bepaalde ontwikkelingen. “ Rosmuller is ook actief binnen het LEC BrandweerBRZO (Landelijk Expertisecentrum Brandweer Besluit Risico Zware Ongevallen).

Het LEC BrandweerBRZO is het samenwerkingsverband tussen de veiligheidsregio’s en het Instituut Fysieke Veiligheid. Het LEC BrandweerBRZO is bedoeld voor het ondersteunen van de regio’s bij  BRZO-veiligheidsvraagstukken. “En het LEC BRZO probeert zoveel mogelijk de kennis die het heeft, de vraagstukken die er leven, van duiding te voorzien zodat men in de regio’s zelf goed weet om te gaan met de specifieke BRZO bedrijven.”

Onlangs vond er een zogenoemde ‘haardvuursessie’ plaats van het LEC BRandweerBRZO. Het doel ervan was om in een informele sfeer te verkennen en met elkaar te delen wat er zoal speelt op het gebied van industriële veiligheid en de samenwerking hierbij tussen bedrijfsleven (chemieclusters) en de veiligheidsregio’s. Wat is precies het probleem bij de samenwerking tussen de gewone brandweer met de bedrijfsbrandweer? “Je moet proberen de burgers en samenleving zoveel mogelijk te behoeden voor de incidenten bij de BRZO-bedrijven. De overheidsbrandweer heeft generieke kennis en hulpmiddelen. De detailkennis van gevaarlijke stoffen, procescondities en lokale omstandigheden zit bij het bedrijfsleven. Die is ook verantwoordelijk voor de veiligheid. De overheidsbrandweer moet derhalve bij industriële incidenten veelal de kennis van het materieel van het bedrijfsleven betrekken. Dat wordt soms als lastig ervaren. Want het bedrijf zou er soms belang bij kunnen hebben bij een voorval het bedrijf te laten doordraaien, te blijven functioneren. Idealiter zou het zo kunnen zijn dat de generieke middelen, kennis en kunde en protocollen van de overheidsbrandweer aangevuld worden met de specifieke stof en sitekennis van de bedrijfsbrandweer. Doel is om uiteindelijk tot een goede risicobeheersing en incidentbestrijding te komen. De moeilijkheid daarbij is dat het ook gaat over verantwoordelijkheden en soms over financiën. Soms gaat het erover of het echt wel nodig is om een bedrijfsbrandweer aan te wijzen. Dat zijn vraagstukken waar bedrijven en veiligheidsregio’s onderling soms anders tegenaan kijken.”

Dat moet veranderen? “Het belangrijkste is dat beide partijen ervan  bewust zijn dat je elkaar nodig hebt om tot een effectieve en efficiënte brandpreventie- en bestrijding   te komen. Probleem is dat de overheidsbrandweer niet altijd van de laatste ontwikkelingen op de hoogte is, noch kan zijn. En dat je dus als overheid open moet staan voor de kennis en expertise van het betreffende bedrijf.  Aan de andere kant moet het bedrijf ook oog hebben voor het feit dat je de kennis van het bedrijf beschikbaar stelt en dat je je burgers beschermt tegen gevaarlijke situaties op de bedrijven. Het is van belang dat de verantwoordelijkheid toch altijd ligt bij de bedrijven. Dat is wel iets om op een gegeven moment helder te hebben, en als zodanig ook te communiceren naar het bedrijf en de maatschappij.”

Maar het gaat niet altijd even soepel? “Nee, het gaat niet overal even soepel en dus is er ook reden om aan de  privaat-publieke samenwerking een extra impuls te geven. Want je hoort wel dat het soms niet goed gaat, dat er wat onenigheid bestaat over de aanwijzing en de uitvoering van bedrijfsbrandweer zelf.  Soms vragen bedrijfsbrandweren zichzelf ook af of samenwerking wel nodig is. Onlangs is nog vanuit de EVO (Eigen Vervoerders Organisatie) gezegd geroepen dat het bedrijfsleven vond dat de kennis en kunde bij de brandweer van gevaarlijke stoffen te beperkt was. Andere kant van dezelfde medaille is te weten dat de overheidsbrandweer niet hetzelfde kennisniveau in dezelfde omstandigheden kan hebben. Je moet zorgen dat de kennis van de generieke overheid wordt benut en de specifieke kennis van de gevaarlijke stof van de bedrijfsbrandweer daarin past.”

Wat zijn nu de voornemens? Rosmuller: “Er werd gepleit voor meer en betere samenwerking. Die bijeenkomst heeft geen agenda voor de toekomst. Dat is het voordeel van zo’n haardvuursessie, er worden geen eisen of voorwaarden gesteld aan het vervolg. Wat we terug hebben gehoord is dat de contacten die hebben geleid tussen de veiligheidsregio’s en de directeuren van de chemieclusters, enorm nuttig zijn. We horen informeel van elkaar waar ze mee bezig zijn en ook van andere clusters hoe zij opereren in het dossier van publiek-private samenwerking. Een van de veiligheidsregio’s is recent nog weer bij mij gekomen om te vragen om zo’n bijeenkomst ook binnen de eigen regio en chemiecluster te houden. Kijk, je kunt het niet tegelijkertijd hebben over het juridisch en financiële kader van de samenwerking. Want eerst moet er over en weer wederzijds vertrouwen zijn. Cluster en veiligheidsregio moeten In gesprek komen met elkaar.”

Wat is nu het doel uiteindelijk? Welk resultaat heeft men voor ogen? Rosmuller: “Het uiteindelijke resultaat dat we beoogd hebben is tweeledig. Via het kennismaken met elkaar merken we dat het gaat om collega’s die in hetzelfde schuitje zitten. We werken aan een vertrouwensbasis tussen het bedrijfsleven en de overheidsbrandweren. ” Doel is ook om meer en beter samen te werken? “ Ja, als je wat verder in de toekomst kijkt, daar richten we ons op. Maar het begint met een aantal korte termijn  doelen en die heb ik net geschetst. Pas als je vertrouwen in elkaar hebt, kun je met elkaar gaan organiseren en erover communiceren. Zodat de samenleving nog veiliger wordt.”