Er rijden steeds meer treinen met gevaarlijke stoffen door Brabantse binnensteden. Een ongeluk in de drukbebouwde spoorzones van Breda, Tilburg en Eindhoven zou rampzalig kunnen zijn. De aanleg van buisleidingen is de veiligste manier om de essentiële bouwstenen voor onze samenleving te vervoeren. Maar wie betaalt de 1 tot 2 miljoen euro per kilometer voor de aanleg? “Reserveer een klein deel van de winst bij bouwprojecten om problemen aangaande trillingen, geluid en externe veiligheid op te lossen”, stelt Henk Bril, veiligheidsambassadeur bij SABIC in BN DeStem.

De medefinanciering zou moeten komen uit de opbrengsten van de grond en de bouwprojecten zelf. Projectontwikkelaars, gemeenten en de provincie kunnen bijdragen, net als het Rijk, dat de bouwopgaven oplegt aan de gemeentes, vindt Bril.

De krant besteedde in de zomerserie ‘Gif op het spoor’ in meerdere artikelen aandacht aan het vervoer van gevaarlijke stoffen per trein in Brabant. In het laatste verhaal komen twee experts aan het woord over de beste manier om de treinen met gevaarlijke stoffen van de Brabantroute af te krijgen. Zo geeft goederentransport-expert Paul van de Lande aan dat de aanleg van een buisleiding de veiligste optie is. Hij werkt samen met onder andere wetenschapsbureaus TNO en CE Delft. ,,Maar er zitten ook problemen aan vast. Een pijpleiding is geschikt voor één stof tegelijk, terwijl de variatie aan producten in de toekomst steeds groter wordt. Vergelijk het maar met de supermarkt. Waar we in de jaren 90 nog zo’n 20.000 verschillende artikelen in de supermarkt hadden, zijn dat er nu vaak meer dan 60.000. Je krijgt dus een steeds grotere vraag naar verschillende producten en grondstoffen en nu we naar een circulaire bio-economie gaan, zal dat niet anders worden.”

Prijskaartje is obstakel

Een ander obstakel voor een buisleiding is het prijskaartje: 1 tot 2 miljoen euro per meter. De chemiebedrijven bij Chemelot zien graag dat de overheid daar flink aan bijdraagt, maar Van de Lande staat sceptischer tegenover dat idee. Volgens hem investeert de overheid vaak in infrastructuur die bedrijven niet gebruiken. “Bedrijven willen graag zoveel mogelijk keuzes voor vervoer hebben. Ze vinden het belangrijk om een spoor- en binnenvaartaansluiting te hebben. Alleen maken ze er vaak nauwelijks gebruik van, terwijl ze ook niet bereid zijn er zelf veel voor te betalen. Ik vind dat een beetje gratuit.”
Maar meebetalen willen ze bij Chemelot. Dat zegt Henk Bril, veiligheidsambassadeur bij chemiebedrijf SABIC, dat de helft van het industriegebied beslaat in het artikel. Hoe groot de bijdrage van de industrie zou moeten zijn, weet hij nog niet te vertellen. “We zijn, samen met de overheid, nog bezig met een studie, onder andere over de totale kosten. Na het onderzoek komt de financieringsvraag ter tafel.”

Medefinanciers aanleg buisleiding

Tegelijkertijd heeft hij medefinanciers op het oog. In een reactie aan ProcessControl laat Bril weten zeker niet alleen de Brabantse gemeentes op het oog te hebben, zoals BNDeStem schrijft. De medefinanciering zou moeten komen uit de opbrengsten van de grond en de bouwprojecten zelf. Projectontwikkelaars, gemeenten en de provincie kunnen bijdragen, net als het Rijk, dat de bouwopgaven oplegt aan de gemeentes, vindt Bril.
“Dit hele probleem gaat over treinen met gevaarlijke stoffen door stedelijke centra, waar steeds dichter op het spoor wordt gebouwd. Hiermee lopen dus ook meer mensen gevaar bij een eventueel ongeluk”, zegt Bril in het artikel. Bij die bouwprojecten zijn enorm veel belangen en geld gemoeid. Dan is het ook wel zo eerlijk als een klein percentage van dat geld zou gaan naar een nog niet bestaand infrastructuurfonds. Hiermee kunnen we geluids-, trillings- en externe veiligheidsproblemen aanpakken, bijvoorbeeld met een buisleiding.”