Shell moet een boete van 2,5 miljoen euro betalen voor de explosie en een lekkage van ethyleenoxide op het terrein van het bedrijf in Moerdijk in 2014. De rechtbank in Den Bosch oordeelde 17 juni dat het concern niet voldoende maatregelen heeft genomen om een dergelijk zwaar ongeval te voorkomen. Hiermee heeft Shell de arbeidsomstandighedenwet en milieubeheerwet overtreden.

Eind mei 2014 nam Shell een unit van twee reactoren in de styreen- en propeenoxidefabriek voor onderhoud uit bedrijf. Het bedrijf trof de dagen daarna voorbereidingen om de unit weer op te starten. Op 3 juni 2014 ontstonden bij het opstartproces 2 explosies, gevolgd door een grote brand. Daarbij liepen 2 werknemers verwondingen op.

Het tweede incident gebeurde 1,5 jaar later toen tussen 14 november 2015 en 27 januari 2016 vanuit de fabriek 27 ton van de kankerverwekkende stof ethyleenoxide in de buitenlucht terechtkwam. De GGD noemde de kans dat omwonenden door de lekkage extra risico lopen op het ontwikkelen van kanker, destijds overigens “verwaarloosbaar klein”.
Standpunten

Volgens het OM heeft Shell kort gezegd opzettelijk niet alles gedaan om zware ongevallen te voorkomen. Shell zou zich bewust hebben blootgesteld aan de kans dat zich een zwaar ongeval zou voordoen waarbij gevaarlijke stoffen in de lucht of bodem terecht zouden komen en werknemers gevaar zouden lopen. Ook de Onderzoekraad voor Veiligheid concludeerde na de brand in 2014 dat Shell Moerdijk “kritischer had moeten zijn op de veiligheidsrisico’s”.

De verdediging voerde tijdens de rechtszaak onder meer aan dat van opzet geen sprake is en dat Shell zich ook niet bewust was van een kans op een zwaar ongeval, laat staan dat zij die kans op de koop toenam. Ook gaf Shell aan dat in diverse onderzoeken naar voren kwam dat er bij het incident in 2015 geen sprake is geweest van ernstig gevaar voor de menselijke gezondheid of het milieu.

Oordeel rechtbank
Volgens de rechtbank is van opzet geen sprake, op dat punt werd Shell vrijgesproken. Wel veroordeelde de rechtbank Shell voor nagenoeg alle andere door het OM ten laste gelegde feiten. Volgens de rechtbank heeft Shell de gevaren bij de voorbereidingen en het opwarmen van de unit in 2014 onvoldoende beoordeeld. Zo werd in de reactoren een andere katalysator gebruikt dan voorheen en is dat gedaan zonder de risico’s vooraf grondig in kaart te brengen en in een adequate realistische setting te testen. Daarbij merkt de rechtbank op dat Shell wel beschikte over de informatie, kennis en deskundigheid die daarbij benut had kunnen worden.

Verwijtbaar handelen
Shell nam echter genoegen met informatie uit niet representatieve testen, terwijl zij behoort tot de zwaarste categorie risicobedrijven (BRZO) en op haar een bijzondere zorgplicht rust. Binnen de organisatie zijn ondanks de wetenschap van de gewijzigde samenstelling van de katalysator, geen nadere voorschriften over het opwarmen van de reactor gesteld aan de werknemers en zijn werkinstructies in het geheel niet onderworpen aan een herbeoordeling. Feitelijk liet Shell alles bij het oude. Ook had Shell op zijn minst maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat personen tijdens het opwarmen dichtbij de unit werkten. Samenvattend handelde Shell verwijtbaar door over te gaan tot het opstarten van de unit zonder de risico’s te beoordelen en de benodigde maatregelen te treffen.

General Manager Richard Zwinkels geeft in een bericht op de site aan: “Op Shell Moerdijk leven wij Goal Zero: nul ongevallen, nul lekkages. Wij blijven verbeteren. Vandaag beter dan gisteren, morgen beter dan vandaag. Daar staat Shell Moerdijk voor, daar sta ik voor. Wij hadden de incidenten moeten voorkomen. We hebben ervan geleerd; we hebben geïnvesteerd en de bedrijfsvoering aangepast. Deze incidenten kunnen nu niet meer gebeuren.”

Lees hier de uitspraak van het OM