Met het steeds onvoorspelbaarder weer van de afgelopen jaren, liggen aardappeltelers met enige regelmaat nachten wakker over de kwaliteit van hun aardappels. Maar de aardappelverwerkende industrie weet door technologische vooruitgang veel meer ‘inferieure’ aardappels te benutten dan voorheen.

Een moderne productielijn verwerkt tegenwoordig zo’n 35 ton frites per uur en het is dan ook niet verwonderlijk dat afgelopen jaar in Nederland maar liefst 3,9 miljoen ton aardappel tot frites werden verwerkt. Het rendement van een dergelijke productielijn is, zelfs bij wisselende aardappelkwaliteit zo’n 60 procent. Van 100 ton aardappel wordt dus 60 ton frites gemaakt.

Een van de nieuwste technieken om het rendement nog hoger te krijgen, is het gebruik van hyperspectraalcamera’s. Hiermee kan de kwaliteit van de aardappelen razendsnel worden beoordeeld. ‘Glaskoppen’ bijvoorbeeld kunnen door de schil heen worden herkend en voor het verwerkproces worden afgevoerd. Een andere nieuwe techniek is ‘puls electric field’, waarbij aardappelen onder stroom worden gezet om ze strakker te kunnen snijden. Het resultaat: frites die minder vet opnemen.