“De procesindustrie ziet dit als een groot avontuur voor de komende jaren. Het is een spannende reis. Het gaat om de beroepen van de toekomst, zoals de procesoperator en onderhoudstechnicus.” Dat zegt Edwin Langstraat, werkzaam bij de mbo onderwijsinstelling STC Group in Rotterdam als senior projectmanager. “Wij hebben bij de STC als onderwijsinstelling een hele afdeling voor projectmanagement en onze projecten draaien eigenlijk allemaal om onderwijsvernieuwing. Ik werk vanuit het hoofdkantoor in het centrum van Rotterdam, maar mijn projecten betreffen allemaal STC Brielle waar we specifiek opleiden voor de procesindustrie.”

De digitalisering zet door en in het bijzonder bij de procesindustrie…

Het instituut kwam onlangs in het nieuws vanwege het doorgaan van de plannen een Plant of the Future te bouwen. Langstraat: “Aanleiding is de vraag wat er aan technologie is, wat gaat dat betekenen voor de arbeidsmarkt. De digitalisering zet door en in het bijzonder bij de procesindustrie. Wij verwachten dat in de procesindustrie de technieken verder gaan digitaliseren en dat daardoor een flink aantal functies op MBO-niveau gaan veranderen. Ik noem het bewust niet verdwijnen, want wij kijken met name naar de operators. Sommige scholen in Nederland noemen dat een procesoperator, maar wij hebben het over de operationeel technicus. Daarnaast ook de onderhoudstechnicus op mbo-3 en mbo-4 niveau. Wij verwachten dat die beroepen inhoudelijk toch wel flink gaan veranderen. Zeker de komende vijf a tien jaar.”

Wij verwachten dat die beroepen inhoudelijk toch wel flink gaan veranderen. Zeker de komende vijf a tien jaar…

Hij kan niet precies aangeven wat er gaat veranderen op de werkvloer, dat is ook onderwerp van projectonderzoek, in samenwerking met het regionale bedrijfsleven. “Wat het precies gaat gebeuren moet het project uitsluitsel over geven, vandaar ook die looptijd van vier jaar. Maar laten we maar even kijken naar wat de technologie ons te bieden heeft. Het betreft de digitale techniek in de fabriek van de toekomst. Daar wordt de factor mens in verhouding tot al die installaties toch wel anders. Die installaties en machines worden autonomer.”

”Neem de onderhoudstechnicus. Deze gaat veel meer planmatig werken. En dat betekent dat je vanuit voorbereiding heel precies de gedefinieerde werkvoorbereiding hebt. De monteur weet veel beter hoe het werk van vandaag en van morgen en de aankomende week eruit gaat zien. De onderhoudstechnicus, die gaat veel meer te maken krijgen met goed voorbereid werk, machines en innovaties gaan zelf data verstrekken over technische conditie. Dat betekent dat storingsverloop steeds meer gemeld gaat worden naar computersystemen en die gaan dit in een werkadvies vastleggen. Dat is een voorbeeld. Dus je bent minder brandweer, je gaat minder reageren op storingen en stilstand. Die werkhouding gaat echt verdwijnen de komende drie jaar.”

Die werkhouding gaat echt verdwijnen de komende drie jaar…

Hij kijkt ook naar de functie van operator. ”Het gaat om degene vanuit de controlekamer bezig is met de procesbesturing van de fabriek en zorgen dat de producten gemaakt worden in de juiste kwaliteit en in de juiste hoeveelheden. Je zal zien dat de operator in de controlekamer minder te doen krijgt. Die krijgt aan de ene kant veel meer info te verwerken en die informatie zal panklaar zijn.” Volgens Langstraat zijn 15 jaar geleden de eerste managementsystemen gekomen die ervoor zorgden dat het fabrieksmanagement een dashboard kreeg met allemaal grafieken en prestatie-indicatoren die aangeven hoe een fabriek er voor staat. “In die dashboards zit ook ontwikkeling, waardoor de operator veel meer een eigen dashboard gaat bewaken. Veel zaken gaan echter automatisch. Bijvoorbeeld een machine afschakelen, dat doet die functie autonoom. Ook de kwaliteitsinformatie over bijvoorbeeld halffabrikaten die de fabriek binnenkomen om een eindproduct te maken; al die kwaliteitsindicatoren zal de fabriek ook zelf gaan bewaken. Dus er komt een behoorlijk stevige dosis data-analyse bij en dit voor een operator die ook gewend is zijn rondes te doen. Vraag is bijvoorbeeld: moet die klep nu open of dicht, hebben we meer stoom nodig of minder. Hoe staat het met het zwavelgehalte, moet het meer of minder zijn. Dat zijn allemaal controlerende activiteiten die de operator nu nog handmatig doet en waar de fabriekscomputersystemen de overhand in krijgen.”

Dus er komt een behoorlijk stevige dosis data-analyse bij en dit voor een operator die ook gewend is zijn rondes te doen…

Voor Plant of the Future wordt er nieuwbouw gepleegd. “Ja, we gaan nieuwbouw plegen in onze fabriek in Brielle, een deel van de installaties is verouderd en heeft last van corrosieverschijnselen de afgelopen jaren. Een klein deel is al een paar jaar afgeschakeld.  Wij gaan hele nieuwe units creëren waar veel vitalisering, veel softwaretechniek en innovatieve componenten in zitten. We gaan dus nieuwe componenten aanschaffen en tegelijkertijd gaan docenten nadenken over wat het betekent voor nieuw onderwijs. Komen er nieuwe vakken bij bijvoorbeeld op de sensortechniek, of omdat we ook met mobiele devices gaan werken rond pompen en kleppen.”

Een andere vraag is, wat betekent dit voor cybersecurity en gaat STC al die nieuwe thema’s vertalen in onderwijs? “Daar moeten onderwijspakketten voor gemaakt worden en waarschijnlijk gaat dat ook allemaal naar blended learning en naar e-learning toe.”

 

ST C Group heeft ook geld gekregen sowieso uit het bedrijfsleven en vanuit het eigen budget, samen al goed voor 2,2 miljoen. Van het ministerie van onderwijs kwam eenzelfde bedrag van 1,1 miljoen erbij.

En wanneer gaat het van start? ”Afgelopen 1 juni. We zijn nu bezig werkgroepen te maken met docenten en bedrijfsleven  en in september maken we een werkplan voor 2019. Allemaal werkzaamheden. We zijn nu een projectorganisatie aan het bouwen.”

Het is ook een leersituatie voor docenten…

Moeten studenten zich nog inschrijven?  “Nee, uiteindelijk doen alle studenten en docenten mee. Alles in een nieuw curriculum is in lijn met het onderwijs wat we al hebben. Alle 900 studenten gaan er in het nieuwe schooljaar mee aan de slag.  Als we mazzel hebben, neemt het bedrijfsleven lesmateriaal mee. Ook is later meer duidelijk wat verschillende partijen er zijn om lessen te maken. Dit betekent ook dat er leermomenten in zitten voor de docenten zelf. Het is ook een leersituatie voor docenten.  We vragen ook docenten om mee te doen aan de onderwijsvernieuwing door hun ervaring en vakkennis in te zetten.”

Langstraat roemt tot slot vooral ook samenwerking in de regio. Ook Deltalinqs en de landelijke vereniging van chemiebedrijven VNCI  maken onderdeel uit, evenals vijf gemeenten, (Rotterdam en die op Voorne Putten) en natuurlijk ook bedrijfsleven. Samen komen we er wel.”