De afnemers van de chemische industrie in ons land hebben tijdens de start van de coronacrisis in China extra voorraad basisgrondstoffen ingekocht. “Nu blijkt de vraag naar producten achter te blijven en zitten bedrijven met die voorraden. Dat leidt nog voor langere tijd tot uitgestelde aankopen, en dat merkt de chemische industrie”, zegt VNCI-directeur Manon Bloemer in De Telegraaf.

Veel kranten, waaronder De Telegraaf, stonden de afgelopen weken vol met berichten over de cruciale rol van de chemische industrie bij de bestrijding van het coronavirus. Zo stond er in het AD van 20 mei een interview met VNCI-directeur Manon Bloemer en Anton van Beek, directeur Benelux, Noord- en Zuid-Europa Dow. Uit de artikelen blijkt dat chemiebedrijven op verschillende manieren bijdragen: van speciale vezels voor mondkapje, plastics voor spatschermen, desinfecteringsmiddelen, kunststoffen voor beschermingsmaskers en zuurstof voor intensive care-afdelingen.

Economische malaise speelt parten

Ondanks die belangrijke rol speelt de economische malaise ook de chemiebranche parten, blijkt uit het artikel in De Telegraaf. Zo geeft Rico Luman, sectoreconoom bij ING aan per saldo meer impact te hadden verwacht van de vraaguitval in de economie. “Maar de vraag blijft, met de grote diversiteit in afzetmarkten, beter overeind dan we eerst veronderstelden en ook de coronavraag loopt langer door dan verwacht. Het beeld valt daarom iets positiever uit dan waar wij in het begin van de coronacrisis van uitgingen, maar we zitten nog wel steeds in de min.”

Volgens de analyse van de bank presteert de chemie beter dan de industrie als geheel. In april zakte de omzet in de chemie wel 20%, maar die trok alweer snel aan. Over het gehele jaar is de verwachting in het basisscenario dat de sector het moet doen met een krimp van zo’n 10%. Voor 2021 wordt er vooralsnog uitgegaan van een herstel van ruim 5%.

Wisselend beeld

„Dat is natuurlijk veel beter dan de 20% waar eerder vanuit is gegaan”, zegt Manon Bloemer, directeur van VNCI in De Telegraaf. „Waar we eerder uitgingen van een V-scenario, dus een hele diep val en daarna weer opklimmen, is dat nu een U-scenario, dus iets minder hard vallen en iets langzamer uit het dal.” De sector heeft het volgens haar nog steeds erg lastig, hoewel er door de grote verscheidenheid aan bedrijven over de hele breedte in de chemie een heel wisselend beeld is te zien.

Dat beaamt ook Luman. Zo ziet de bankeconoom dat de petrochemie sterk in omzet teruggaat. „Die is afhankelijk van de olieprijs en die was zo laag. Nu begint die iets op te krabbelen. Ook producenten van kunststoffen en andere middelen die aan de auto-industrie leveren hebben het lastig.”

Voorin de productieketen

VNCI-directeur Bloemer benadrukt dat er zelfs binnen de segmenten nog grote verschillen zitten. „Zit je in de plastics, dan gaat het bij schermen heel goed. Bij verpakking voor frisdrankflesjes ging het dan weer heel slecht, omdat die voor een groot deel afhankelijk zijn van de horeca.”

Veel bedrijven maken zich volgens Bloemer vooral zorgen over hoelang deze coronacrisis nog gaat duren, omdat zij door de uitgevallen vraag ver onder de bezettingsgraad werken terwijl de vaste kosten doorlopen. „Hoelang houd je het vol als je bijvoorbeeld op 60% draait, terwijl dat normaal 85% is? Dat is erg zorgelijk.
Zowel ING als VNCI stelt dat de chemische industrie baat heeft bij het snel opkrabbelen van de economie. Luman: „Dan kan het ook heel snel gaan met de chemie, want als producent van basisstoffen zitten zij helemaal voorin de productieketen.”