VNMI: klap voor onze economie dat staalheffingen doorgaan

Het is nog lang spannend geweest, maar Trump heeft de voorgenomen importheffingen op Europees staal en aluminium doorgezet. Staal wordt met 25% belast en aluminium met 10%. “Het is een grote teleurstelling en een klap voor onze industrie”, zegt Sekhar Lahiri, directeur van de Vereniging van de Nederlandse Metallurgische industrie in een interview met Telegraaf Vandaag. “We exporteren jaarlijks voor zo’n 620 miljoen euro aan staal en aluminium naar de VS. We willen dan ook zo snel mogelijk om de tafel met de Europese Commissie en de Nederlandse overheid om te kijken hoe we deze heffingen zo snel mogelijk van tafel kunnen krijgen.”

“Ten tweede willen we heel snel gaan kijken naar tegenmaatregelen die zowel door de EU als Nederland kunnen worden genomen.” Of er in IJmuiden bij Tata al gevreesd moet worden voor banen is volgens Lahiri te vroeg om een zinnige uitspraak over te doen. “Het nieuws is nog erg vers en de gevolgen zullen de komende tijd pas echt duidelijk worden.”

Lahiri benadrukt dat het staal en aluminium dat uit Nederland naar de VS geëxporteerd wordt, van hoge kwaliteit is. “Deze kwaliteit kunnen ze in de VS zelf niet maken. We merken nu al dat de afnemers in de VS van dit type staal enorm onder druk komen te staan door de nieuwe heffingen.

Volgens Lahiri is het dossier de afgelopen maanden steeds complexer geworden: “In het begin ging het alleen over staal in het algemeen. Later zag je dat men vooral het Chinese staal wilde aanpakken, maar nu begint Trump ook over de Europese auto-industrie in z’n geheel. Het lijkt er op dat het einde zoek is. Het is natuurlijk ook bijzonder vreemd dat Trump een dergelijke maatregel aan zo’n trouwe bondgenoot oplegt.”

De oplossing ligt volgens Lahiri in samenwerking: “De EU moet als één blok achter een aantal tegenmaatregelen gaan staan. Die heffingen moeten van tafel. Maar ook moet duidelijk zijn dat het aanpakken van scheve handelsverhoudingen, zoals dumpingen door bepaalde staten, niet op deze manier kunnen worden opgelost, maar juist een verregaande samenwerking met de EU vragen.”