GroenLinks-leider Jesse Klaver presenteerde op 28 januari j.l. een voorstel voor een CO2-heffing voor het Nederlandse bedrijfsleven. Diezelfde avond nog zat hij bij Jinek aan tafel en kwam hij met opmerkelijke cijfers: 80 procent van de huidige Nederlandse CO2-uitstoot zou voor rekening van het bedrijfsleven komen. Een dag later kwam VNO-NCW voorzitter Hans de Boer met heel andere cijfers op radio 1. De toon was echter gezet: de Nederlandse industrie vervuilt en probeert zich er makkelijk vanaf te maken, ten koste van de ‘gewone Nederlander’. Tenminste, dat is wat de ‘gewone Nederlander’ er waarschijnlijk van heeft meegekregen.

Het lijkt er op dat de CO2-heffing er toch echt gaat komen. Als het aan de coalitie ligt, komt er een ‘verstandige CO2-heffing’. En de uitslag van de provinciale verkiezingen maakt de kans op die heffing alleen maar groter. De huidige coalitie is niet gebaat bij vervroegde verkiezingen en de linkse oppositie zal zeer waarschijnlijk de plannen van een CO2-heffing steunen, wetende dat vervroegde verkiezingen de kans op een heffing verkleinen.

VNO-NCW voorlichter Frits de Groot vindt een ‘verstandige’ CO2-heffing nog steeds geen goed idee. We stelden hem vijf vragen over de heffing.

  1. Er wordt nogal eens geroepen dat de industrie wordt ontzien van energiebelasting. Is dat correct? Strikt genomen betaalt de industrie relatief minder voor z’n energie. Als jij weinig geld hebt en een brood koopt van twee euro, is dat in verhouding meer geld dan wanneer een miljonair een brood koopt van twee euro. Daar hebben we in Nederland geen staffel over afgesproken, zoals we dat in de loonbelasting wél hebben. Maar de industrie betaalt ook minder energiebelasting dan de consument. Als de industrie echter net zoveel belasting zou moeten betalen als de huishoudens, is het direct afgelopen met de Nederlandse industrie. Dat werkt niet. We hebben in Europa afspraken over het minimumtarief voor de energiebelasting en dat tariefs betaalt de industrie in Nederland, net als de industrie in de omringende landen.”
  2. De industrie wordt ook nogal eens weggezet als vervuilende grootverbruiker die nu z’n snor aan het drukken is. Groen links kreeg steun van SP en FNV en vervolgens werd er een sentiment gecreëerd van de industrie: ‘die multinationals’ incasseren het ene na het andere belastingvoordeel en worden nu op kosten van de burger weer uit de wind gehouden. De enige echte maatregel volgens hem zou een nationale CO2-heffing zijn. Als je jezelf losmaakt van politieke ideologie en strikt naar de feiten kijkt, hebben we in Nederland een industrie die voldoet aan de Europese regels en de komende jaren daarop voorop gaat lopen door die 49 procent. Dat alleen al is een gedurfde stap die gevolgen kan hebben voor het level playing field. Als je daar dan ook nog een CO2-heffing bovenop gaat leggen, kan je bij wijze van spreken beter meteen ophouden met produceren in Nederland.”
  3. Wat is het beste alternatief voor een CO2-heffing? “De door ons voorgestelde bonus-malus regeling. Alle bedrijven leveren een plan aan waarin nauwkeurig staat beschreven hoe ze hun geplande CO2-reductie gaan realiseren. Die plannen worden vervolgens zwaar getoetst, onder andere door RvO. Toevallig heb ik vandaag nog voorgesteld om een ‘VAR’ voor het industrieakkoord in te stellen. Niet precies zoals bij het voetbal, maar wel een onafhankelijke deskundigen groep die, als dat nodig is, met RvO kan meekijken bijvoorbeeld naar de plannen of naar bepaalde uitvoeringskwesties. Na het doorrekenen van die plannen, die in 2030 tot 20 megaton minder CO2-uitstoot moeten leiden, kom je bij de uitvoering. Bedrijven die wel een goed plan hebben ingeleverd, maar zich er niet aan houden, krijgen een boete.”
  4. Wat zouden de gevolgen van een CO2-heffing kunnen zijn? Het onderzoek van DNB laat heel duidelijk zien dat een generieke CO2-heffing negatieve gevolgen heeft voor het level playing field. Dat gevolg valt ook in banenverlies uit te drukken: 50.000 banen zouden op de tocht komen te staan. Maar je moet ook rekening houden met de effecten voor de clusters. Als er binnen een industrieel cluster partijen uitvallen, worden de CO2-besparende maatregelen binnen dat cluster minder effectief. Dan heb je dus net een heleboel CO2-uitstoot weten te besparen door warmte uit te wisselen met je buurman en gaat die partner ineens onderuit. Dit soort synergieën, in dit geval het uitwisseling van reststromen, worden dan gammel.”
  5. Het lijkt er op dat het debat meer op emotie dan op feiten wordt gevoerd. Vanuit beide kanten dus. Soms zie je dat de industrie volledig verkeerd wordt geïnterpreteerd. Zo vertelde DSM CEO Feike Sijbesma onlangs in Buitenhof een heel duidelijk verhaal over het ETS-systeem. Dat het werkt en dat hij er een groot voorstander van is. Vervolgens zie je in diverse media staan dat Sijbesma voor een nationale CO2-heffing is. Het beeld is door de industrie lastig te kantelen.”

Lees het complete interview met Frits de Groot in Process Control 2, 2019.