VNPI rekent zelf effect CCS door

Voor de totale Nederlandse industrie is in het ontwerp Klimaatakkoord een indicatief doel van 14,3 megaton CO2 reductie afgesproken. Maar liefst 5,5 megaton CO2 van de jaarlijkse uitstoot kunnen de Nederlandse raffinaderijbedrijven in 2030 reduceren. Dat laatste blijkt uit eigen onderzoek van de raffinaderijen en vervolgens is het overgenomen in het ontwerp. Verder is in het akkoord van een CO2-heffing voor de industrie geen sprake, maar wel komt er waarschijnlijk een boetesysteem voor bedrijven die geen adequaat verduurzamingsplan hebben of eraan voldoen.

SDE

De uitstoot van broeikasgassen moet in 2030 met 49 procent zijn gedaald. Volgens het concept-akkoord is gekozen voor een bonus-malussysteem. Slecht gedrag wordt bestraft, goed gedrag wordt beloond. Ook subsidieregelingen worden uitgebreid, onder meer om zonneweides en windmolenparken te financieren. Punt is verder wel dat de industrie meer moet bijdragen aan de subsidiepot Stimulering Duurzame Energie (SDE). Daaruit kunnen bedrijven ook zelf weer subsidie krijgen. Verder komt er een vernieuwde stimuleringsregeling genaamd SDE++. Deze is toegankelijk voor subsidiëring van maatregelen voor CO2-reductie in de industrie. In feite betalen bedrijven hier aan mee via een hogere energiebelasting (ODE-heffing). “Het budget komt in 2020 beschikbaar”, staat in het laatste conceptwerkdocument van 18 december. “In 2030 gaat het al om 550 miljoen euro.”

CCS

De grootste winst die volgens het onderzoek tot 2030 bij de raffinaderijen behaald kan worden, is door CCS toe te passen ofwel Carbon Capture Storage. Door opvang en opslag van CO2 in lege gasvelden onder de Noordzee kunnen de raffinaderijen ruim 4 megaton uitstoot beperken.

Het eigen onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau DNV-GL, in opdracht van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI). Onderzoeker Ben Römgens werkt inmiddels zo’n tien jaar  voor DNV-GL op het gebied van duurzaamheid voor de industrie. “Het onderzoek heeft met de raffinaderijen op systematische wijze de technische en organisatorische haalbaarheid en kosten van CO2 reductie maatregelen op het terrein van de raffinaderijen geanalyseerd. Maatregelen die daarbij buiten het hek nodig zijn, zoals het realiseren van transportleidingen en voldoende opslagcapaciteiten voor CO2 vielen buiten de scope van het onderzoek en die zijn wel essentieel voor het kunnen realiseren van reductie targets.”

Niet genoeg?

Directeur Erik Klooster van de VNPI zat aan de industrietafel (één van de vijf tafels die onderhandelden)  ”In principe staat in het DNV rapport ook wat wij in ieder geval tot 2030 kunnen doen, dat lijkt een groot deel van waar het hier om gaat.” Hij wil wel nuanceren de opmerking dat het onderzoek niet bikkelhard is: want wel moeten de economische omstandigheden goed zijn, hetzelfde geldt voor de vraag of er voldoende ondergrondse opslagmogelijkheden zijn. Klooster. ”Er is meer dan voldoende ondergrondse opslag.” Wil hij niet meer kunnen opslaan dan nu gepland? “Vindt u het niet genoeg?”, reageert Klooster. “Ik vind het vrij fors als je met vijf raffinaderijen bent. We hebben met name gekeken welke opties er nou goed passen bij de industrie en wat zijn de opties en grenzen zijn waarbinnen je nog wat zou kunnen doen. Hoe het systeem van het klimaatakkoord ook is, we moeten met zijn allen eerst kijken naar de meest gunstige economische mogelijkheden. Dat geldt niet alleen voor ons, de chemische industrie is ook verantwoordelijk voor iets meer dan de helft van de uitstoot en dan is er ook nog Tata Steel.”

Greenpeace

De milieubeweging heeft zich, zoals bekend, teruggetrokken van de onderhandelingen omdat het oneens is met de uitkomst van  het ontwerp-klimaatakkoord. Volgens de website van Greenpeace wordt “vooral ingezet op tijdelijke lapmiddelen die de fossiele industrie in stand houden. Een structurele omslag naar schone, zuinige technieken blijft uit. Dit blokkeert de weg naar Klimaatdoelen uit Parijs: vrijwel klimaatneutraal in 2050. Zo mag de industrie CO2 blijven uitstoten, zolang ze het maar onder de grond stoppen. Het stevig beprijzen van uitstoot blijft uit”, zo meldt Greenpeace.

Blauwe waterstof

De raffinaderijen willen ook overgaan tot de productie van blauwe waterstof, in ieder geval 3 megaton, zo blijkt uit de plannen. “Drie megaton of vijf megaton is een significant aandeel”, zegt Klooster. “ Als één optie interessant is, dan is het wel die blauwe waterstof.”

Klooster: “De raffinaderijen gebruiken veel waterstof of hebben zelf waterstofproductie in eigen beheer. Tot nog toe is er het zogenoemde Staem Methane Reformer,  de fossiele manier om waterstof te maken. Een andere, groenere manier, is gasgestookt, via de airproducts of de airliquides, die liggen soms nog wel binnen de grenzen van de raffinaderijen. Dat is een optie wat heel goed past zowel bij de technische als economische variabelen, want ook een die relatief vrij goed uitrolbaar is.”

Directeur Erik Klooster van de VNPI