Wordt de ontwikkeling van E-fuel interessanter door de hoge olieprijs?

De olie- en gasprijzen waren al hoog, maar de oorlog in Oekraïne deed daar nog een aardige schep bovenop. Hoewel er steeds meer elektrisch wordt gereden en er veel ontwikkelingen zijn met betrekking tot het rijden op waterstof, bieden E-fuels een groot voordeel: ze kunnen gebruikt worden in het bestaande wagenpark.

De verkoop van elektrische auto’s stijgt al enige jaren op rij. Van de best verkochte automodellen worden er op dit moment meer elektrische dan benzinevarianten verkocht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Peugeot 208, de Citroen C4 en de Opel Corsa en Mokka. Desondanks constateert de branche geen run op elektrische auto’s sinds de forse toename van de brandstofprijzen.

E-fuels

Waar voor personenauto’s elektrisch rijden vaak een prima mogelijkheid is, wordt dat voor de transportsector een heel ander verhaal. De grotere bestelbussen (6 meter en langer) worden nu voor het eerst op de markt gebracht, maar de kosten zijn aanzienlijk en het bereik is beperkt. Voor nog grotere bestelbussen en vrachtwagens is elektrisch rijden geen reeële optie. Waterstof zou uitkomst moeten bieden, maar wellicht zijn E-fuels, of synthetische brandstoffen op relatief korte termijn toch interessanter. Het grote voordeel is dat de E-fuels in het bestaande wagenpark gebruikt kunnen worden. Het nadeel is dat je voor de productie van E-fuels alsnog waterstof nodig hebt.

Verschil kleiner

Onder normale omstandigheden kan er voor zo’n 1,50 een liter fossiele diesel worden getankt. De prijzen van diesel zijn de afgelopen maanden harder gestegen dan die van benzine, omdat de zakelijke markt – grootverbruiker van diesel – nu eenmaal door moet blijven draaien. Een liter diesel kost inmiddels een euro of 2. Wat een liter E-fuel precies kost is onduidelijk. Vorig jaar was de vuistregel dat het produceren van een liter synthetische diesel zo’n 3 tot 4 euro kost, zou de E-fuel waar Porsche op dit moment aan werkt meer dan 9 euro de liter moeten kosten. Naar verwachting zou door schaalvergroting de prijs steeds verder moeten dalen. Als de prijs van fossiele diesel daarbij blijft stijgen of gelijk blijft, wordt het verschil steeds kleiner.

Techniek versus beleid

Volgens de eFuel Alliance, een Duitse organisatie waarbij partners die zich bezighouden met E-fuels zich kunnen aansluiten, zou in 2030 zo’n 70% van de import van ruwe Russische olie in Duitsland vervangen kunnen worden door synthetische brandstoffen. Volgens eFuel Alliance directeur Ralf Diemer zou in 2025 al op grote schaal E-fuel kunnen worden verkocht als er nu actie wordt ondernomen. Volgens de directeur ligt het daarbij niet zozeer aan de techniek – die is er – maar aan beleidsstructuren. Door RED reductiedoelstellingen aan te scherpen, zou de productie van synthetische brandstof interessanter kunnen worden.

Verwachte prijs

Volgens berekeningen van de eFuel Alliance zou door het geleidelijk opvoeren van het percentage E-fuels in bestaande brandstoffen, de schaalvoordelen van E-fuel productie en een verwachte daling van reguliere brandstofprijs, de netto prijs van een liter diesel (met 12% E-fuel) zo’n 1,36 euro kunnen zijn.

Foto: Wikimedia Commons