Nederland wil strategische autonomie in 2050 op het gebied van grondstoffenvoorziening (lees: kritieke en strategische grondstoffen). Om dit te realiseren is structureel beleid nodig vanuit de overheid om innovatie te stimuleren. Verder moeten ook bedrijven die hierop inzetten worden beschermd. Aan het woord hierover is Luc Kikkert, Corporate Secretary Topsector Groene Chemie en Circulariteit, en werkzaam bij TNO.
Strategische autonomie. Kikkert: “Met strategische autonomie wordt bedoeld dat Nederland een dusdanige positie en invloed heeft op de grondstoffenvoorziening, dat we als land onafhankelijk zijn ten opzichte van andere landen. Als klein land met beperkte bodemschatten is het lastig om zo’n positie te verwerven. Hoe wenselijk dat zeker gezien de woelige, geopolitieke omstandigheden op dit moment ook is. Desalniettemin heeft ons land op een aantal punten zeker wel macht op de wereldmarkt en zijn we een serieuze handelspartner. Eén van onze machtsfactoren in Europa is bijvoorbeeld onze goede infrastructuur. Dankzij de Rotterdamse haven is Nederland hét toevoerspoor naar Europa. En ook met betrekking tot kennis op het gebied van semiconductors staat Nederland met ASML aan de top.”
Niet meer zo vrij
Kikkert: “Zo’n 3 jaar geleden constateerden wij dat de vrijhandel in de wereld niet meer zo ‘vrij’ was als lange tijd gedacht. Er was sprake van een ontluikende oorlog in Oekraïne en onenigheid met China, waardoor er een nijpende situatie ontstond met betrekking tot de aanvoer van kritieke materialen. Als team zijn we toen bij onszelf te rade gegaan. Wat weten we nu eigenlijk met betrekking tot kritieke materialen? Hoe kwetsbaar zijn we als Nederland? En wat kan ons land er eventueel aan doen? Deze vragen zijn vervolgens voorgelegd aan tientallen bedrijven en instellingen. Op basis van de antwoorden uit deze vragenronde is toentertijd de ‘Kennisagenda strategische autonomie voor grondstoffen’ samengesteld (te downloaden op www.chemistrynl.com). Daarna zijn we op zoek gegaan naar mogelijkheden om ‘pressure points’ in ons land te ontwikkelen, om ervoor te zorgen dat Nederland te allen tijde toegang blijft behouden tot (kritieke) grondstoffen. Ook in noodsituaties. Als deze toegang namelijk wegvalt, dan kan dat desastreuze gevolgen hebben voor de Nederlandse industrie en wordt de motor van de Europese welvaart flink aangetast. Een illustratief voorbeeld in dit verband is de Europese automobielindustrie die te laat begonnen is met de ontwikkeling van elektrische auto’s en bijbehorende batterijtechnologie. Hierdoor zijn zeer sterke Europese automerken onder druk komen te staan en lopen we achter op China.”

CRMA
Om tegenwicht te bieden op het gebied van grondstoffen heeft Europa daarom de ‘Critical Raw Material Act’ (CRMA) opgesteld. Alle Europese landen, waaronder Nederland, kunnen hierdoor concrete acties ondernemen met betrekking tot deze grondstoffen. Acties in de vorm van het bedenken van bruikbare alternatieven voor materialen die veelvuldig worden toegepast bij de energietransitie (in zonnepanelen, elektrolysers en dubbel glas), defensie, de IT-sector en de ruimtevaart. In het kader van CRMA hebben de verschillende Europese landen met elkaar afgesproken dat ze in 2030 10% van het totale verbruik van alle strategische materialen uit eigen bodem moeten halen. 40% van die materialen dient in Europa te worden bewerkt, ondermeer door raffinage en 25% dient afkomstig te zijn uit recycling. Ook mag niet meer dan 65% van de jaarlijkse materialenbehoefte van de hele Europese Unie uit één land komen. Kikkert vult aan: “Die laatste eis klinkt logisch, maar dat is in de praktijk een hele uitdaging. China is namelijk leverancier van veel grondstoffen, waaronder kritieke materialen, en levert zo’n 80 tot 90% hiervan. Daarom worden er vanuit de verschillende Europese landen nu fondsen opgezet om de mogelijke alternatieven voor kritieke materialen op de Europese lijst nader te bestuderen.” Kikkert zegt er wel bij dat het essentieel is om te bedenken dat materialen die vandaag worden aangemerkt als ‘kritiek’, dat morgen misschien niet meer zijn omdat het gebruik van het product waarin ze verwerkt zijn is teruggelopen of omdat er een goed alternatief is gevonden.
“WERK INTERNATIONAAL SAMEN”
Voorspellend
Bovengenoemde eisen zijn geformuleerd op basis van voorspellende modellen over de Europese behoefte aan deze materialen in de toekomst. Voor het opstellen van deze modellen is gewerkt met statistische gegevens (zoals verbruiksgegevens) en kennis die op dit moment in de industrie aanwezig is. Kikkert plaats wel een kanttekening daarbij: “De mensheid is de afgelopen decennia zeer innovatief gebleken ofwel binnen 30 tot 40 jaar is er vast wel een alternatief gevonden voor schaarse materialen als iridium. Kritieke grondstoffen worden als belangrijk beschouwd voor de hele Europese Unie. Een tekort zorgt voor een hoog risico hoog op het verstoren van de voorziening. Strategische grondstoffen daarentegen worden gebruikt in strategische sectoren, voor bijvoorbeeld hernieuwbare energie, digitale technologieën of ruimtevaartdoeleinden. De verwachte groei van de vraag naar deze grondstoffen vergeleken met de huidige aanbodniveaus en de moeilijkheid om op te schalen, kan in de nabije toekomst eveneens voor voorzieningsrisico’s zorgen.”

OPENING NMO
TNO heeft onlangs het Nederlands Materialen Observatorium (NMO) geopend. Deze instantie gaat vragen als: ‘Hoe is de aanvoer en beschikbaarheid van kritieke grondstoffen in Nederland?’, ‘Wat en waar zijn risico’s met betrekking tot kritieke grondstoffen die verweven zijn in onze economie?’ en ‘Wat zijn die risico’s vandaag, morgen en in de toekomst?’ inzichtelijk maken, zodat beleidsmakers en bedrijven kunnen inspelen op risico’s die samenhangen met schaarste van kritieke materialen voor Nederland en de Europese Unie.
Lastig concurreren
Belangrijk is te beseffen dat circulair vervaardigde materialen, zeker in de beginjaren, geenszins kunnen concurreren met lineair verkregen materialen. Neem batterijen maar als voorbeeld. Als deze terugkomen voor recycling dan worden de (kritieke) materialen als lithium eruit gehaald. Materialen die daarna weer voor hetzelfde doel kunnen worden ingezet. Het ontmantelen kost echter geld en moet hoe dan ook in de kostprijs van het gerecyclede product worden verrekend, waardoor de kostprijs hoger uitvalt dan die van lineair geproduceerde batterijen. Batterijen waarvan de productie vaak al zo’n 20 tot 30 jaar is geoptimaliseerd. Nieuwe circulaire producten hebben gewoonweg te maken met een hoge leercurve en dat is per definitie duurder.
Subsidies
“Om dit verschil in kostprijs te kunnen ondervangen, is het dan ook van het grootste belang dat er fondsen met subsidiemogelijkheden komen voor dergelijke innovaties zodat een dergelijk gat in de loop der jaren kan worden gedicht. Met andere woorden: als maatschappij dienen we bereid te zijn om in de materialentransitie te investeren. Is die bereidheid er niet, dan is het hele plan gedoemd te mislukken omdat innovatieve bedrijven het dan eenvoudigweg verliezen van de massaproductie. Niet voor niets hebben we dan ook al een aantal veelbelovende bedrijven, zoals batterijproducent Norfold en een aantal Nederlandse plasticfabrieken, hierdoor ten onder zien gaan. Desalniettemin liggen er veel kansen voor de sector, maar er zijn ook veel risico’s”, aldus Kikkert.

Internationaal samenwerken
“Om deze risico’s behapbaar te maken is het voor Nederlandse bedrijven van cruciaal belang om internationale samenwerking te zoeken. Alleen al op het gebied van chemie en raffinage is Nederland namelijk goed voor ruim 100 miljard euro per jaar ofwel Nederland is de 10e chemie-economie ter wereld. De vraag is dus niet willen Nederlandse bedrijven door deze transitie heen, ze zullen wel moeten als ze een speler op de wereldmarkt willen blijven. Elektrificatie zal daarbij hoog op de agenda moeten komen, evenals biogrondstoffen als de industrie van de olie af wil. Dit is een dubbele stap, die alleen kan worden gemaakt als alle bedrijven in Europa gezamenlijk de klimaattransitie serieus nemen en daarvoor is internationale samenwerking onontbeerlijk, ook op het gebied van kritieke materialen.”
Grondstoffenakkoord
Om de internationale samenwerking met betrekking tot de grondstoffenvoorziening te laten slagen, is in 2017 in Nederland daarom het grondstoffenakkoord in het leven geroepen. Onder de bezielende leiding van het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei werken VNO-NCW, de Unie van Waterschappen en FNV sindsdien hard aan het opzetten van transitie-agenda’s om zo te komen tot een circulaire economie. Kikkert: “Vanuit deze transitie-agenda’s kan vervolgens beleid worden ontwikkeld voor (kritieke) grondstoffen en kunnen verantwoorde keuzes worden gemaakt om de welvaart van Nederland ook in de toekomst te kunnen garanderen. Essentieel daarbij is dat onze overheid Nederlandse bedrijven financieel ondersteund bij het opstarten van initiatieven als lithiumraffinage of het maken van kritieke materialen als germanium, iridium en gallium uit zinkerts en secundaire bronnen.”
Conclusie
Hoe verder de elektrificatie doorzet of hoe meer er wordt ingezet op kunstmatige intelligentie, hoe afhankelijker een land als Nederland wordt van het buitenland. “Als we als land op het vlak van CRM’s zelf niets meer te bieden hebben, dan moeten we over enkele jaren veel geld betalen om de benodigde kritieke materialen in te kopen als de geopolitieke omstandigheden dat al toelaten. Kortom: het is 5 voor 12. De hoogste tijd om onze chemie-economie te beschermen en in dit land zelf weer productie of verwerkingscapaciteit te gaan opbouwen. Om de toekomst met vertrouwen tegemoet te kunnen treden moeten bepaalde grondstoffen in eigen land worden vervaardigd of worden verwerkt, om een sleutelpositie in te kunnen nemen in de waardeketen. Als Nederland strategisch autonoom wil worden dan moeten ze een onderdeel blijven van de voortbrengingsketen en bepaalde industrieën in ons land gewoon accepteren. Tata Steel is daar een voorbeeld van. Deze onderneming maakt namelijk exact de juiste hoeveelheid staal op jaarbasis voor Nederland en dat terwijl dit bedrijf regelmatig wordt bekritiseerd en het één van de schoonste staalfabrieken ter wereld is. Stel dat al dit staal in de toekomst geïmporteerd moet worden vanuit andere delen in de wereld, waar aanmerkelijk minder schoon wordt geproduceerd, dan is dat mijns inziens nogal hyprocriet. Wat heeft Nederland dan zelf nog te bieden?”, zo zegt Kikkert.
Het magazine fysiek ontvangen? Klik hier om een kennismakingsabonnement af te sluiten.
Vacatures bekijk je via de vacaturepagina.











