Kabinet neemt extra maatregelen voor Groene Groei. De ministerraad heeft ingestemd met extra maatregelen die minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) voorstelt voor een sterk, schoon en weerbaar Nederland. De recente, geopolitieke ontwikkelingen en knelpunten in de energietransitie laten zien dat deze maatregelen hard nodig zijn. Bedrijven moeten daadwerkelijk kunnen verduurzamen, knelpunten in de uitvoering moeten worden weggenomen, energie moet betaalbaar blijven en de energie-afhankelijkheid moet snel afgebouwd worden.
De voorgestelde extra maatregelen van het Kabinet zijn: verlaging van de elektriciteitskosten voor de industrie, verbetering van de voorwaarden voor verduurzaming (onder andere met CO2-opslag), het nemen van extra maatregelen om knelpunten op te lossen en het stroomnet sneller uit te breiden, het Kabinet werkt nieuwe mogelijkheden uit voor lagere nettarieven en de verduurzamingssubsidie SDE++ wordt verlengd voor 2026.
Maatregelen
Om over te stappen op energie van dichtbij, minder afhankelijk te worden van het buitenland en om alle nieuwe woningen van elektriciteit te voorzien moet het stroomnet zo snel mogelijk worden uitgebreid. Speciaal hiervoor komt minister Hermans, in samenwerking met TenneT, nu met een pakket maatregelen. Maatregelen om het stroomnet sneller uit te breiden. Dit doet hij door meer regie te nemen bij de 25 meest urgente hoogspanningsprojecten, alsmede door de wet- en regelgeving aan te passen voor kortere procedures. Verder komt hij ook met gebiedsinvesteringen in gemeenten waar veel infrastructuur voor het stroomnet samenkomt. Daarnaast past TenneT haar werkwijze aan om projecten tot ruim een jaar te versnellen.
Weerbare en schone industrie
Het kabinet zorgt nu voor maatregelen dat de industrie de juiste investeringen kan doen om sneller te verduurzamen. Zo wordt de ‘Indirecte Kosten Compensatie’ met drie jaar verlengd. Hierdoor worden de hoge elektriciteitskosten gedrukt voor een gelijk speelveld met het buitenland. Verder geeft kabinet bedrijven de komende jaren extra tijd om te verduurzamen door de CO2-heffing hierop aan te passen. Om op de lange termijn een stok achter de deur te houden neemt het kabinet nu de optie voor een verlenging van de CO2-heffing na 2032 op. Het kabinet staat hierbij open voor alternatieven en gaat hierover in gesprek met de industrie en andere stakeholders. Klimaatneutraal in 2050 blijft het belangrijkste doel.
CCS
Het kabinet investeert verder fors in het afvangen en opslaan van broeikasgassen met het CCS-project Aramis. Het doel is om in 2026 een investeringsbeslissing te nemen, zodat vanaf 2030 kan worden gestart. Begonnen met de ondergrondse opslag van CO2. Ook helpt het kabinet mee om financiële risico’s te verkleinen. Bijvoorbeeld als er minder gebruik wordt gemaakt van de infrastructuur dan verwacht. Er wordt € 639 miljoen gereserveerd voor EBN, zodat deze staatsdeelneming mee kan doen aan de infrastructuur en de opslag. Daarmee neemt het kabinet grote risico’s weg uit het project.
Circulair plastic
Op het gebied van circulair plastic heeft het Kabinet besloten dat de plasticsnorm en de heffing niet doorgaan in de huidige vorm. Het zoeken is dan ook naar een beter alternatief. Op waterstofgebied geeft het kabinet voor de lange termijn duidelijkheid, aan zowel de afnemers als aan de producenten. Om de productie van waterstof te stimuleren is € 2,1 miljard beschikbaar. Om de toepassing in de industrie te stimuleren is € 662 miljoen beschikbaar gesteld. Het kabinet kiest voor een relatief lage verplichte hoeveelheid van hernieuwbare waterstof van 4%. Hiermee is deze verplichting beter te dragen voor de afnemers. Daarnaast wordt de raffinageroute voor groene waterstof aangepast, zodat het aantrekkelijker wordt om groene waterstof te gebruiken bij de productie van brandstoffen.
Doorgaan met logische maatregelen
Om bedrijven te blijven stimuleren om te verduurzamen wordt de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) in 2026 opnieuw opengesteld. Ditmaal met een budget van € 8 miljard. Het kabinet zet daarnaast in op het uitwerken van beleid dat nog niet is afgerond. Dit gaat bijvoorbeeld om het invoeren van het verplichte aandeel groen gas en het versnellen van een CO2-vrije elektriciteitssector.











