Nederland investeert komend jaar fors in energie-innovatie. Innovatie is onmisbaar voor de energietransitie en een duurzaam, sterk en internationaal concurrerend Nederland. Om minder afhankelijk te worden van andere landen en de toekomstige economische kansen te kunnen pakken zijn nog veel technologische doorbraken nodig. Daarom investeert het kabinet komend jaar ruim € 450 miljoen in innovatieve oplossingen, onderzoeksprojecten en pilots op het gebied van energie-innovatie.
Bedrijven en kennisinstellingen kunnen met verschillende regelingen steun aanvragen voor innovatieve projecten. Het gaat daarbij om projecten die bijdragen aan prangende vraagstukken, bijvoorbeeld hoe we zo goed mogelijk gebruik maken van de grootschalige productie van duurzame stoom, hoe we met innovatieve oplossingen de drukte op het stroomnet kunnen beperken, hoe de industrie kan overstappen op duurzame energie of juist om nieuwe (duurzame) industrieën van de grond te krijgen. Dat is ook belangrijk voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland.
Regelingen
Het budget is verdeeld over 4 bestaande subsidieregelingen:
- De MOOI-regeling wordt opengesteld voor grote samenwerkingsverbanden van bedrijven en kennisinstellingen die praktijkgerichte systeemoplossingen onderzoeken en ontwikkelen. Deze projecten moeten bijdragen aan een duurzaam energiesysteem, gebouwde omgeving of industrie. Ook projecten die nucleaire technologie ontwikkelen kunnen deelnemen.
- De EKOO-regeling wordt opengesteld voor kleinere onderzoek- en ontwikkelprojecten. Projecten die bijdrage aan een duurzaam energiesysteem of een duurzame of circulaire industrie.
- De DEI+-regeling zal opengesteld worden voor baanbrekende pilot- en demonstratieprojecten om het energieverbruik te verlagen of te verduurzamen.
- De HEP-regeling wordt opengesteld om Nederlandse deelnemers die internationaal willen samenwerken aan een Europese Clean Energy Transition Partnership project.
De subsidieregelingen gaan verspreid over het jaar open. Ondernemers en kennisinstellingen die een goed idee willen omzetten in een concreet project, kunnen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Topsector Energie (TSE) terecht voor praktische informatie, voorbereiding of indiening.
SCE-regeling
Daarom heeft het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) aan het PBL advies gevraagd voor de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) van 2026. In dit rapport wordt advies gegeven over de benodigde subsidie voor waterkracht-, windenergie- en zon-pv-projecten die door energiecoöperaties worden ontwikkeld. In het onderzoek wordt PBL ondersteund door TNO.
Eindadvies
Het advies geven ze binnen door PBL verzochte en door het ministerie van KGG bepaalde uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn integraal weergegeven in bijlage 1 van het rapport. Voor het opstellen van dit eindadvies is gebruikgemaakt van marktinformatie. Het PBL heeft de reacties uit de marktconsultatie geaggregeerd en geanonimiseerd opgenomen in bijlage 2 van dit rapport. Meer informatie over het aanvragen onder de SCE-regeling is te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Rekenmethode
De SCE is een regeling die een subsidie toekent aan geproduceerde hernieuwbare energiedragers. De subsidie is gelijk aan de onrendabele top van technologieën. Dit na aftrek van de inkomsten die energiecoöperaties ontvangen uit de opbrengsten van de verkoop van elektriciteit, gas of warmte op de markt. Zon-pv, windenergie en waterkracht maken onderdeel uit van de SCE-regeling. De berekeningswijze van de basisbedragen is gebaseerd op de onrendabele-topmodellen die voor de SDE++ gebruikt worden. Interessant te melden is dat er specifieke aannames zijn gemaakt voor referentiesystemen in de SCE met bijbehorende technische en economische karakteristieken.











