Strengere Europese aanpak van watervervuiling. De Raad en het Europees Parlement hebben onlangs een voorlopig akkoord bereikt over een wetgevingsvoorstel om de lijsten van verontreinigende stoffen die een nadelige invloed hebben op oppervlakte- en grondwater te actualiseren en te herzien. Deze overeenkomst actualiseert de milieukwaliteitsnormen voor een aantal verontreinigende stoffen en voegt er nieuwe aan toe. Deze nieuwe afspraken zorgen voor strengere normen, een uitgebreidere lijst van prioritaire stoffen en betere monitoring van de waterkwaliteit.
De overeenkomst voegt nieuwe stoffen toe aan de lijsten van verontreinigde stoffen, waaronder pesticiden, geneesmiddelen, bisfenolen en per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS). Trifluorazijnzuur (TFA), een afbraakproduct van bepaalde PFAS, zal worden toegevoegd aan de oorspronkelijk voorgestelde som van 24 PFAS voor oppervlaktewater.
Nieuwe norm
Tevens is er een nieuwe norm voor de som van pesticiden voor oppervlaktewateren ingevoerd (0,2 μg/l). Deze norm geldt voor alle stoffen die reeds als prioritaire stoffen zijn opgenomen. Bisfenol-A wordt aangemerkt als prioritaire gevaarlijke stof. Bepaalde stoffen die op EU-niveau niet langer relevant zijn, zoals atrazine, worden geschrapt. En dat terwijl de normen voor andere stoffen worden aangescherpt conform het meest recente wetenschappelijke advies.
Monitoring
Nieuw is de invoering van ‘effect based’-monitoring, een methode die niet alleen naar afzonderlijke stoffen kijkt, maar waarbij ook wordt gekeken naar de gecombineerde effecten van chemische mengsels op ecosystemen. Interessant te melden is dat het bovengenoemde akkoord ook meer duidelijkheid geeft over het verbod op verslechtering van de waterkwaliteit. Dat was overigens al langer vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Wel blijven er twee uitzonderingen mogelijk, namelijk: wanneer een achteruitgang tijdelijk is en van korte duur, of wanneer vervuiling wordt verplaatst zonder dat de totale hoeveelheid toeneemt. In alle gevallen blijven voor drinkwater extra strenge veiligheidsregels gelden.
Omzetten in nationale wetgeving
Het voorlopige akkoord wordt de komende maanden formeel bekrachtigd door de Raad en het Europees Parlement. Daarna hebben lidstaten tot 21 december 2027 de tijd om de aangepaste richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. De herziening is hard nodig. Uit de stroomgebied-beheerplannen blijkt namelijk dat slechts 54% van het oppervlaktewater en 76% van het grondwater in de Europese Unie een goede chemische toestand heeft.











