TU Delft Campus over op aardwarmte

aardwarmte_v1.jpg
aardwarmte_v1.jpg

Na jaren van voorbereiding, onderzoek en bouw is het zover: de aardwarmtebron op TU Delft Campus is officieel in gebruik. De bron voorziet de meeste universiteitsgebouwen én enkele DUWO-studentencomplexen van duurzame warmte. Daarmee daalt de CO₂-uitstoot voor gebouwverwarming aanzienlijk. Een daling die kan oplopen tot circa 80% in 2027. Minstens zo belangrijk is de énorme hoeveelheid wetenschappelijke data die de bron oplevert. 

De energietransitie is daarmee net zo goed een warmtetransitie. Met het project Geothermie Delft levert Delft een bijzondere bijdrage aan deze transitie. Op het eigen campusterrein realiseerden TU Delft, Gaia Energy en EBN een aardwarmtebron op twee kilometer diepte, die duurzame warmte uit de ondergrond pompt.

Planning
Eerst wordt er warmte geleverd aan de gebouwen op TU Delft Campus én aan een drietal studentencomplexen (van DUWO) op en rond het campusterrein. Later in het jaar staan de wijken Voorhof en Buitenhof op de planning om aangesloten te worden op het gloednieuwe warmtenet.

Van droom naar daad
De ingebruikname van de bron een enorme stap richting een toekomstbestendige, klimaatneutrale campus én gemeente. Dit project begon in 2007 met een idee van Delftse studenten die zich afvroegen of ze hun eigen campus met aardwarmte konden verwarmen. Jaren van engineering en samenwerking later staat hier, midden in de stad, een werkende aardwarmtebron. Ze verduurzamen hun campus en omliggende wijken, doen onderzoek twee kilometer onder hun eigen universiteit én leiden studenten op die leren hoe je de energietransitie in de praktijk vormgeeft. Dat dit hier lukt, is geen toeval. Het is wat er gebeurt wanneer publieke en private partijen samen verantwoordelijkheid nemen én volhouden.

Twee doelen

Dit aardwarmteproject is uniek omdat het twee doelen dient, vertelt Phil Vardon, leider van het onderzoeksthema Geothermal Science & Engineering. “De bron zal van warmte voorzien, maar bovenal genereren we belangrijke én broodnodige wetenschappelijke kennis over geothermie. Daarnaast biedt de bron studenten een uníeke kans, namelijk het direct verkrijgen van toegang tot ‘real-life’ data en praktijkervaring. Niet alleen waardevol voor de TU Delft, maar ook voor het versnellen van de energietransitie in z’n geheel.”

Dieper inzicht
Hoe die kennisvergaring precies in z’n werk gaat? De Delftse put is uitgerust met een uitgebreid pakket aan meetinstrumenten. De data die daarmee worden verzameld, vormen de basis voor geavanceerde simulatiemodellen. Daarmee kunnen toekomstige geothermieprojecten nauwkeuriger in kaart worden gebracht, wat risico’s verkleint en leidt tot beter onderbouwde beslissingen. Dankzij de uitgebreide metingen kunnen ze veel preciezer onderzoeken hoe het aardwarmtereservoir functioneert. Gekeken wordt daarbij naar de interactie tussen het water en het gesteente: hoe verandert de chemische samenstelling van het water, en hoe beïnvloeden de eigenschappen van het gesteente de doorstroming op tweeduizend meter diepte? Daarnaast onderzoeken ze hoe het reservoir afkoelt onder invloed van het koude water dat wordt geïnjecteerd en welk effect dit heeft op de eigenschappen van het gesteente. Mineralen kunnen namelijk de poriën van het reservoir verstoppen en zo de ondergrondse waterstroming belemmeren. Met deze kennis kan beter worden voorspeld hoe lang een geothermische put warmte kan blijven leveren. Uniek bij dit project is dat verschillende specialisten elk hun eigen expertise inbrengen in het onderzoek van het gehele systeem. Juist die bundeling van krachten maakt het zo uitzonderlijk sterk. Je kunt met recht spreken van een teamprestatie op Olympisch niveau.

Unieke combi
TU Delft is onderzoeker, grondeigenaar én eerste afnemer van de aardwarmte. Door onderzoek en innovatie direct te koppelen aan een operationele bron ontstaan unieke kansen voor onderwijs en wetenschap. De nabijheid van deze werkende bron biedt enorme voordelen. Door aardwarmte te benutten en die kennis te delen, helpen ze andere geothermieprojecten in Nederland en ver daarbuiten én dragen ze bij aan allerlei klimaatdoelstellingen.