De rekening tussen huishoudens en bedrijven voor de milieubelasting is ongelijk verdeeld. Daarom gaat het principe ‘De vervuiler betaalt’ in Nederland lang niet altijd op. Energiebelasting, emissierechten en brandstofaccijns zijn bedoeld om vervuiling terug te dringen. Huishoudens zijn maar voor een klein deel daarvoor verantwoordelijk terwijl bedrijven dat voor meer dan de helft zijn. Die betalen echter maar een paar tientjes, terwijl dat voor een huishouden al gauw 250 euro is. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

In 2019 bedroegen de opbrengsten uit milieubelastingen 24,4 miljard euro. Hiermee maakten milieubelastingen 7,7 procent uit van de totale belasting- en premieopbrengsten van de Nederlandse overheid. Tien jaar eerder was dit aandeel 8,8 procent.

In de tweede helft van de jaren negentig en het begin van de 21e eeuw steeg dit aandeel nog gestaag. Dat het aandeel van de milieubelastingen in de totale belasting- en premieopbrengsten in 2019 lager was dan in 2009, komt doordat de milieubelastingdruk (de opbrengsten van de milieubelastingen als percentage van het bbp) lager was, terwijl de druk van andere belastingen toenam.

Vervuiler betaalt niet 

Het principe “De vervuiler betaalt” gaat in Nederland dus lang niet altijd op, blijkt uit cijfers van het CBS. Zo waren de huishoudens in 2019 goed voor 56 procent van de opbrengsten uit de energiebelasting, de emissierechten en de brandstofaccijnzen, de belastingen die het meest direct gerelateerd zijn aan CO2-emissies. In datzelfde jaar waren zij echter slechts verantwoordelijk voor minder dan een kwart van de CO2-uitstoot in Nederland.

Deze verhouding is in de laatste tien jaar nauwelijks veranderd, en wordt deels veroorzaakt doordat de tarieven van de energiebelasting voor kleinverbruikers veel hoger zijn dan voor grootverbruikers. Een andere oorzaak dat de grootste vervuiler niet altijd het meeste betaalt, is dat sommige brandstoffen, in tegenstelling tot autobrandstoffen, niet of in geringe mate belast worden.

Dit geldt bijvoorbeeld voor stookolie en gasolie voor schepen en kerosine voor vliegtuigen. Hierdoor is binnen de transportsector het vervoer over land goed voor nagenoeg alle accijnsopbrengsten, terwijl de scheepvaart en de luchtvaart verantwoordelijk zijn voor de meeste CO2-uitstoot.