Waar sommige bedrijven hun hart vasthouden om het op handen zijnde dichtdraaien van de gaskraan, laten de tuinders in het Westland zich niet zo snel gek maken. Met restwarmte uit het Rotterdamse havengebied, aangevuld met geothermie, denken de tuinders het gat te kunnen dichten. Warmtebedrijf Westland werkt samen met Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling en Evides Industriewater aan een fraai staaltje van industriële symbiose.

Ploffers

Tuinders ontdekten de vorige eeuw al vrij snel dat ze meer teelten per jaar konden draaien door hun (toen nog vrij primitieve) kassen te verwarmen. Dat deden ze in eerste instantie met behulp van de zogenaamde ‘ploffers’, sigaarvormige kacheltjes die op petroleum werden gestookt en een ploffend geluid maakten. Toen de teeltresultaten spectaculair verbeterden, ontdekte men al snel dat dat niet alleen aan de warmte lag, maar ook aan de vrijgekomen CO2. Sindsdien zijn moderne kassen uitgerust met een ‘buis’, een pijp waar heet water doorheen stroomt en die doorgaans onder de teeltgoten is geplaatst. CO2 wordt tegenwoordig ofwel ingekocht, of uit eigen WKK (na rookgasreiniging) in de kas gebracht.

300 miljoen kuub

Volgens Gerard Hofman, directeur van Warmtebedrijf Westland, is het mogelijk om het glastuinbouwgebied in het Westland van het aardgas te halen door gebruik te maken van restwarmte uit het Rotterdamse havengebied, aangevuld met geothermie. Restwarmte uit het havengebied zou via een open warmtenet al in 2021 voor een besparing van 300 miljoen kuub aardgas moeten zorgen.

Restwarmte

Vijf jaar geleden ontstond het idee om te onderzoeken of het haalbaar zou zijn om restwarmte in te zetten in het Westlandse kassengebied. “Er is veel restwarmte beschikbaar, vooral in de wat zwaardere petrochemische installaties. Veel restwarmte gaat nu via de lucht, of via het water weg. Restwarmte in de vorm van stoom die grofweg boven de honderd graden zit, wordt vaak binnen de bedrijven zelf al ingezet, maar restwarmte onder de honderd graden wordt in de regel weggekoeld tot de temperatuur waarmee geloosd mag worden en vervolgens uitgestoten.”

Laatste megawatts

Het Westlandse kassengebied meet grofweg 2200 hectare glas en heeft een warmtevraag (pieklast)van zo’n 1000 tot 1200 megawatt. “Op zich zou je met de restwarmte die beschikbaar is in het havengebied aan deze vraag kunnen voldoen”, meent Hofman. “Je moet dan echter wel heel wat in het werk gaan stellen om die laatste megawatts er uit te halen. Voor de eerste zeshonderd tot negenhonderd megawatt zijn er vrij gemakkelijk bronnen te vinden. Daarna wordt het waarschijnlijk slimmer om gebruik te gaan maken van geothermie.”

Redundantie

En dat treft, want naast het aanleggen van een nieuw warmtenet zijn er plannen om in het havengebied een grote geothermische bron te boren die groene energie moet gaan leveren aan de procesindustrie. “Ook van die energie blijft er weer restwarmte over en dat zou in het warmtenet gepompt kunnen worden”, licht Hofman toe.

De glastuinbouw heeft al ervaring met geothermie. Al ruim tien jaar geleden boorden enkele pionierende tuinders hun eigen bron, maar deze ondernemers liepen niet zelden tegen allerlei opstartproblemen aan. “Het gaat hier om een veel grotere, centrale geothermische bron”, verduidelijk Hofman. “Maar ik verwacht ook dat als er eenmaal een goed functionerend warmtenet ligt, er meer bronnen zullen worden gecreëerd die kunnen worden aangesloten op het net. Door dat warmtenet is het ineens veel minder relevant dat je bron niet direct naast de afnemer zit. Voor de redundantie van het hele warmtenet is het goed dat er diverse bronnen op worden aangesloten. Dat vergroot de leveringszekerheid enorm.”

Nieuw net

Ondanks dat de afstand van het havengebied naar het Westland niet al te groot is, zorgen de benodigde vertakkingen toch voor een behoorlijke afstand in buizen onder de grond. “In de eerste fase van het project, waarbij we achthonderd hectare glas van warmte gaan voorzien, hebben we al negenenzestig kilometer buis nodig”, verduidelijkt Hofman.  “Dat is dus een behoorlijke klus. We gaan het hele warmtenet volledig nieuw aanleggen. Uit de engineering blijkt dat we een bepaalde buisdiameter nodig hebben. Er zijn geen oude buizen of leidingen die we kunnen gebruiken. Het uitgangspunt is dat het nieuwe warmtenet minimaal vijftig jaar mee moet gaan.”

Scherpst van de snede

Voor de eerste fase van het project, waarbij zo’n 800 hectare glas wordt aangesloten, zijn rond de 300 tuinders betrokken. “Met de grotere bedrijven hebben we een serie goede gesprekken gevoerd. Daarbij hebben we de behoeftes in kaart gebracht en hierop onze business case gebaseerd. Belangrijk is dat de greenport in Nederland weliswaar een gezonde sector is, maar wel opereert op het scherpst van de snede.” De marges zijn voor tuinders vaak dermate krap dat op het moment dat ze fors meer voor hun energie moeten gaan betalen, ze het verliezen van concurrenten uit andere landen.

Energiemanager

Hoewel sinds de hogere gasprijzen en de lagere elektriciteitsprijzen er minder wordt geïnvesteerd in WKK’s, hebben veel tuinders tot een jaar of tien terug enorm veel geld gestoken in deze apparaten. Wat gaat er met al die WKK’s gebeuren? “Dit soort apparaten hebben natuurlijk een bepaalde levensduur”, legt Hofman uit. “Op het moment dat het te duur wordt om te reviseren, zullen die machines stil worden gezet. We gaan er vanuit dat op het moment dat het warmtenet er ligt, het interessanter wordt voor de tuinders om warmte van ons af te nemen, dan het zelf op te wekken. Vergis je niet, de grotere bedrijven met forse WKK’s hebben een energiemanager in dienst die constant bezig is met gas- en elektriciteitsprijzen. Ik kan me voorstellen dat een tuinder zich liever bezig houdt met andere zaken.”