De CO2-heffing is niet de reden dat miljoeneninvesteringen van kunstmestproducent Yara International aan de vestiging in Sluiskil voorbij zijn gegaan. “Maar de onzekerheid over deze en andere milieumaatregelen helpt ons niet om dergelijke investeringen aan te trekken. Een van de twee misgelopen investeringen, is wel direct te wijten aan de uitwerking van, wellicht goedbedoeld, klimaatbeleid”, stelt Gijsbrecht Gunter, woordvoerder van Yara Sluiskil.

‘Nederland loopt investeringen mis door klimaatdebat’, kopte De Telegraaf 11 april naar aanleiding van een hoorzitting in de Tweede Kamer over het klimaatakkoord. Managementlid en woordvoerder Gijsbrecht Gunter van Yara Sluiskil spreekt van een ‘ongelukkige framing’.
De mogelijke CO2-heffing is volgens hem niet de reden dat het Noorse bedrijf besloot om niet in Nederland, maar in Australië een miljoeneninvestering te doen. “Wat ik duidelijk wil maken is dat Yara doorgaat op de weg naar groene waterstof en daarvoor dus niet Nederland kiest. Dat is jammer. Een reden is dat er onduidelijkheid bestaat over waar Nederland naar toe wil qua industrie- en klimaatbeleid. Als we de handen ineenslaan en Yara kunnen verleiden investeringen in groene waterstof – die dus plaatsvinden – wel in Nederland te laten landen helpt ons dat in de transitie naar decarbonisatie en circulaire economie, precies de speerpunten van het innovatiebeleid van Yara”.

Groene waterstofinstallatie
Yara en ENGIE maakten begin februari 2019 bekend een haalbaarheidsstudie uit te voeren die de productie van ‘groene’ kunstmest een stap dichterbij moet brengen. Het doel van de studie is om een groene waterstofinstallatie te ontwerpen die is geïntegreerd in de bestaande ammoniakfabriek van Yara in Pilbara, West-Australië. De Pilbara-regio is volgens de twee partijen de ideale locatie voor de studie, met veel zon en zeewater – de belangrijkste ingrediënten voor de productie van hernieuwbare waterstof. In oktober nemen de partijen een definitieve beslissing of de bouw doorgaat.

Weinig kansen
Gunter noemde het voorbeeld tijdens de hoorzitting om te illustreren dat Yara serieus werk maakt van de vergroening van haar productieprocessen. “Wij hadden deze investering graag in Nederland gezien. Maar het hoofdkantoor in Oslo ziet op dit moment vooral bedreigingen en weinig kansen.” Yara Sluiskil zou volgens hem in de Nederlandse politiek graag meer oog zien voor verleiding om ervoor te zorgen dat dergelijke investeringen hier wel plaatsvinden. Dat zou goed zijn voor de vergroening van de chemische industrie, waarin Yara Sluiskil – ondanks de 55% reductie – nog steeds één van de grootste CO2-uitstoters van Nederland is.

Standpunt VNCI
Colette Alma, directeur van de de VNCI (waar Yara lid van is), bracht eveneens haar standpunten in tijdens de hoorzitting met de Tweede Kamer. Haar pleidooi is gebaseerd op de position paper waarin het standpunt van de chemische industrie is verwoord en die nu te vinden is op de website van de Tweede Kamer. De VNCI hoopt op snelle duidelijkheid over de CO2-heffing zodat haar achterban kan doorpakken met het maken van ‘robuuste investeringsplannen richting een CO2 neutrale productie in 2050’. Verder wijst de VNCI erop dat de chemische industrie sinds 1990 haar emissie van broeikasgassen met 38 procent heeft gereduceerd. De brancheorganisatie betreurt de huidige polarisatie in de politiek en media, waardoor vaak niet het doel maar het middel centraal komt te staan.