Klimaatprofessor Vellinga: klimaatplannen industrie hoeven op zich niet tegen te vallen

Gisteren publiceerden we het bericht ‘Klimaatplannen industrie vallen tegen’, waarin de NOS concludeerde dat het aandeel van de industrie in het klimaatakkoord nog niet bijzonder concreet is. Volgens klimaatprofessor Pier Vellinga dient die informatie echter genuanceerd te worden.

“Ik heb van diverse mensen gehoord dat er toch echt wel een pakket aan maatregelen ligt waar we iets mee kunnen”, vertelt Vellinga. “En van een ander contact, die aan de industrietafel Amsterdam zit, hoorde ik dat er ook daar echt wel concrete voorstellen liggen.”

Dat de NOS dan toch meldt dat de klimaatplannen tegenvallen, ligt misschien aan iets anders. Vellinga: “Het gesternte van de industrietafel was niet erg goed. De verwachtingen waren niet hoog en de industrietafel heeft ook nog eens een forse opgave te realiseren. En dan heb je nog die omstreden ondergrondse CO2-berging, waarvan de milieu-organisaties vinden dat je dat geld misschien beter kunt besteden. Tenslotte ligt daar nog die claim van 1,3 miljard. Dat is niet bijzonder veel geld, zeker als je een groot deel daarvan aan CCS gaat uitgeven. Per definitie valt de uitkomst van de industrietafel voor de buitenwereld dus tegen.”

Ik houd mijn kruit voorlopig dus nog even droog over de industriecluster…

“Ik houd mijn kruit voorlopig dus nog even droog over de industriecluster”, stelt Vellinga. “Het is de moeilijkste sector, waarin binnen de groep relatief weinig consensus is. De tafel bestaat uit enorm verschillende partijen, met verschillende uitgangspunten. Ik heb bijvoorbeeld het idee dat de raffinagesector nog zoveel mogelijk in het werk zal stellen om de laatste druppel benzine te kunnen verkopen. De belangen zijn groot en je moet je ook realiseren dat het voor een havenland als Nederland best lastig is om strenge beperkingen met betrekking tot fossiele brandstoffen op te leggen aan alle havengebonden activiteiten.”

“De raffinagesector heeft eigenlijk geen toekomst meer”, meent Vellinga. “Uiteraard kan je in Nederland heel concurrerend produceren dankzij efficiënte processen en de ligging aan zowel zee als rivieren, maar iedere euro die je nu nog investeert in gas of olie brengt ons verder van Parijs.”   

iedere euro die je nu nog investeert in gas of olie brengt ons verder van Parijs…

Volgens Vellinga heeft Tata Steel interessante perspectieven. “En dan heb ik het niet over de HIsarna-plant. Dat is gewoon old-tech. Met dat proces bespaar je twintig procent CO2, dus dat is niet de moeite. Ze kunnen wél overschakelen op het maken van staal met behulp van waterstof. De CO2 en CO kun je dan gebruiken om er grondstoffen (met behulp van DSM) of zelfs kerosine van te maken. Dat zijn echt interessante ontwikkelingen.”

Toch nog even over CCS: want voor een korte-termijn oplossing met een enorme potentiële besparing is deze technologie op zich interessant toch? “Ik ben er niet principieel op tegen, maar ik kijk meer naar de kosten en baten. Alleen al het aanleggen van de leidingen is een kostbaar proces. Het opslaan van CO2 via CCS kost zo’n 70 tot 80 euro per ton en voor dat geld komen er ook andere opties naar boven. In de eerste plaats energiebesparing door processen nog efficiënter te maken. Het aanleggen van die leidingen doe je overigens ook niet van de ene op de andere dag. Daar heb je al snel vier jaar voor nodig. Belangrijkste is dat CCS het probleem niet oplost. Het is uitstel van executie. Uit de praktijk blijkt nu juist dat bedrijven die het roer radicaal om hebben gegooid met betrekking tot fossiele energie het wél weten te bolwerken. Als je dan bedenkt dat de totale CO2-reductie voor een groot deel uit CCS moet komen, lijkt me dat niet handig, maar daar zullen we volgende week meer over horen, dus nogmaals, ik houd mijn kruit nog even droog.”

Het opslaan van CO2 via CCS kost zo’n 70 tot 80 euro per ton en voor dat geld komen er ook andere opties naar boven