Voor bereikbaarheid van windenergie op zee ‘Nieuwe energie-intensieve industrie clusteren’

 

“Bestaande en nieuwe energie-intensieve industrie moet in de toekomst actief ruimte worden geboden in de haven- en industriegebieden aan de kust, die ook belangrijke aanlandingspunten zijn voor duurzame energie die op zee is opgewekt.” Dat zegt Emiel Reiding, bij het ministerie van Binnenlandse Zaken directeur van NOVI (de Nationale Omgevingsvisie) waarin een visie staat op de lange termijn op de toekomst van Nederland. Wat betreft clustering van energie-intensieve industrie wijst Reiding naar de Eemsdelta, het Noordzeekanaalgebied, de Rotterdamse haven en Vlissingen/Terneuzen. Voor landinwaarts gelegen clusters als Chemelot in Limburg wordt ook gezocht naar andere bronnen van duurzame energie in plaats van directe aansluiting op wind van zee. 

Tot en met 30 september konden op de Ontwerp NOVI zienswijzen worden ingediend. Ook bedrijven konden het toekomstperspectief toetsen aan hun eigen toekomstplannen. Reiding: “Er waren 225 indieners van zienswijzen. We hebben ongeveer 10 inspraakreacties van brancheverenigingen, havens en individuele bedrijven gekregen. Deze bevatten per reactie vaak meerdere zienswijzen. In totaal denk ik dat we 1500 zienswijzen hebben. Verder hebben we naast de havenbedrijven in de voorbereiding van de visie onder andere gesproken met energiebedrijven, FODI/Cascade, VNO-NCW, Tata-steel en VNCI.”

Terug naar het thema windenergie. Reiding geeft aan dat in de NOVI staat dat het leeuwendeel van de windenergie van zee moet komen. “Maar daarmee zijn we er nog niet, ook andere bronnen op land moeten worden benut. Het is zeer duur en kost veel ruimte om ver gelegen industrieterreinen zoals Chemelot te bekabelen voor energie van zee. Voor die gebieden moeten we voor duurzame energie dan ook andere oplossingen vinden.” Wat er nu verder gaat gebeuren is dat alle inspraak wordt geanalyseerd en zo nodig verwerkt in de definitieve versie van de NOVI. Daarin staan onderwerpen als energietransitie en klimaatadaptatie, circulaire economie, woningbouw, stedelijke en regionale ontwikkeling, landbouw, natuur en bereikbaarheid. “Het is niet zo dat we alles precies vaststellen; op welke plekken welke ontwikkelingen nodig zijn, want dat moet regionaal uitgewerkt  worden. We proberen wel eerst richting te geven. Het gaat er om per gebied te bekijken wat we hier belangrijk vinden en wat van minder belang is. Op de Veluwe geven we nu eenmaal de natuur meer ruimte dan economische activiteiten en in de Rotterdamse haven is het andersom.”

Reiding vertelt verder dat de industrie veel meer circulair gemaakt moet worden. “Afval moet meer een grondstof worden en moet er één circulaire economie komen. Dat is het doel voor 2050. We weten alleen nog niet wat dat precies gaat betekenen, ook in het gebruik van de ruimte.”  Hij weerlegt dat de fossiele industrie direct plaats moet maken voor bijvoorbeeld woningbouw, zoals sommigen menen. “De ruimte die havens en industrie nu hebben, moeten ze minstens houden. En als er ruimte af gaat, dan moet die elders gecompenseerd worden. ”

Er worden dit najaar nog allerlei gesprekken gevoerd over de inhoud. Er komt ook nog een debat in de Tweede Kamer. “Met alle input gaan we de NOVI definitief maken en in februari in de besluitvorming brengen.  En dan begint het echte werk pas: goed vervolg geven aan de visie. Daarom verschijnt er bij de NOVI ook een uitvoeringsagenda.”

Voor informatie zie www.denationaleomgevingsvisie.nl

Nederland, Den Haag, 02-06-2017.
Foto Wiebe Kiestra
Directeur Emiel Reiding van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.