CO2 opslag

Kunstmestproducent Yara gaat over drie jaar afgevangen CO2 opslaan in lege gasvelden in de Noordzee ten westen van Noorwegen. Hiervoor tekende het bedrijf een overeenkomst met Northern Lights. Doel is om vanaf begin 2025 in Sluiskil 800.000 ton pure CO2 die het bedrijf al afvangt, te comprimeren en vloeibaar te maken. Vervolgens gaat het per schip naar de Northern Lights-opslag. 

De opslag van CO2 in lege gasvelden van de Noordzee is een tijdelijke stap om klimaatverandering nu een halt toe te roepen. En effectief, zegt woordvoerder en managementlid Gijsbrecht Gunter van Yara Sluiskil in de PZC.

“We kunnen zo in 2025 onze CO2-uitstoot met 90 procent verminderen ten opzichte van 1990. In dat jaar stootte Yara Sluiskil nog 5,2 miljoen ton broeikasgassen uit. Vorig jaar was dat 1,9 miljoen ton. In 2025 willen de uitstoot verminderen tot ‘slechts’ 0,7 miljoen ton.”

Telers van kasplanten hergebruiken van Yara sinds 2009 al enkele tienduizenden tonnen koolstofdioxide. Frisdrankproducenten gebruiken het voor koolzuurhoudende dranken. Daarnaast zijn er andere toepassingen, zoals ureum en AdBlue: een op ureum gebaseerde oplossing van hoge zuiverheid voor dieselmotoren, schrijft Yara in een persbericht.

Van de 2,2 miljoen ton zuivere CO2 die Yara afvangt in het proces wordt ruwweg een miljoen ton gebruikt voor ureumkorrels en AdBlue en circa 400.000 ton voor een scala directe CO2 toepassingen. De resterende 800.000 ton wordt momenteel nog afgeblazen naar de lucht en levert de kenmerkende pluimen van de ammoniakfabrieken op.

Yara loopt voorop

“Actie om de industrie koolstofvrij te maken is dringend nodig en Yara loopt hierin voorop. Ik ben zeer verheugd te kunnen aankondigen dat we nu op weg zijn om de CO2-uitstoot van onze productievestiging in Sluiskil naar nul te brengen. Dit zal ons een stap verder brengen in de richting van koolstofvrije voedselproductie en om de levering van schone ammoniak voor brandstof- en energieproductie te versnellen”, zegt Svein Tore Holsether, CEO van Yara International ASA.

Eerste commerciële klant

“Yara is onze eerste commerciële klant en vult in één keer onze beschikbare opslag in Northern Lights. Hiermee creëren we een markt voor transport en opslag van CO2. Vanaf begin 2025 verschepen we de eerste tonnen CO2 van Nederland naar Noorwegen. Dit zal aantonen dat ‘Carbon Capture and Storage (CCS)’ een belangrijk klimaatinstrument voor Europa is”, zegt Børre Jacobsen, Managing Director van Northern Lights, een samenwerking van de energiebedrijven Qquinor, Shell en Total Energies.

Transport per pijpleiding

Northern Lights ontwikkelt een open en flexibele infrastructuur om CO2 van industriële uitstoters per schip naar een ontvangstterminal in het westen van Noorwegen te transporteren voor tussentijdse opslag. Daarna gaat het via een pijpleiding in een geologisch reservoir van 2.600 meter onder de zeebodem voor permanente opslag.

De operaties zullen naar verwachting in 2024 van start gaan. De faciliteiten zijn in aanbouw en zullen Northern Lights in staat stellen een veilige en betrouwbare verzend- en opslagservice te bieden aan industriële uitstoters uit heel Europa.

Met toenemende belangstelling van industriële sectoren in Europa, zal het bedrijf extra transport- en opslagcapaciteit ontwikkelen naarmate de vraag groeit. Als de laatste contractuele details rond zijn, zal dit de allereerste grensoverschrijdende CO2-transport- en opslagovereenkomst zijn, stellen de betrokken partijen.

Meer plannen

Ook elders in Nederland bestaan plannen voor opslag van CO2. Porthos, een joint venture van Energie Beheer Nederland, Gasunie en Havenbedrijf Rotterdam, wil het broeikasgas van bedrijven in de haven vervoeren naar een leeg gasveld dat twintig kilometer uit de kust ligt. Milieuorganisatie MOB verzet zich met alle mogelijke middelen tegen het plan.

Gijsbrecht Gunter zegt tegen NPO Radio 1 dat er vanuit Europa steeds minder kunstmest wordt geleverd, terwijl het wereldwijd hard nodig is. “We zien twee zaken: honger in Afrika en de levering van kunstmest door andere landen, zoals Rusland en China, met een footprint die drie tot vier keer hoger is. Zo maken we Nederland armer en de wereld warmer.”

Geen kunstmestfabriek nodig

Peer de Rijk van Milieudefensie stelt in de uitzending dat Nederland helemaal geen kunstmestfabriek nodig heeft. Volgens hem heeft een continent als Afrika weliswaar voorlopig nog kunstmest nodig, maar moeten we ons afvragen of het wel verstandig is om het in Europa te produceren. “Dat doen we vooral voor de Europese markt en daar gaat heel veel op de schop.” Door de forse investering in de CO2-opslag zet Nederland zich volgens hem klem.

Gunter brengt daar tegenin dat vanuit Sluiskil zo’n 60 procent van de afzet buiten Europa plaatsvindt. “We maken jaarrond 24/7 product. Het noordelijk en zuidelijk halfrond hebben  complementaire teeltseizoenen waarvoor ons product in bepaalde periodes nodig is. De helft van de mondiale voedselproductie is er dankzij kunstmest. Ja, we moeten ook werken aan een ander dieet en minder verspilling van eten, maar tegelijkertijd is een heel groot landbouwareaal alleen geschikt voor veevoerproductie.  En via dierlijke producten komt dat areaal toch beschikbaar voor humane consumptie.”

Gunter vindt het jammer dat Milieudefensie met hun harde opstelling tegen CCS en het weglopen van de onderhandelingen bij het Klimaatakkoord in 2018, een snelle en effectieve aanpak van het klimaatprobleem in zijn ogen niet steunt. “Een gemiste kans, die andere NGO’s zoals Natuur & Milieu en Bellona wel pakken en met hun constructief kritische houding vinger aan de pols houden. We kunnen in 2025 de klap van 90 procent reductie bereikt hebben zodat de CO2 niet meer in de lucht komt.  Intussen werken we hard door aan groene waterstof, daar zit geen licht tussen. Ons einddoel is groene waterstof, waarmee we veel ervaring hebben vanuit ons verleden. Daarom zitten we ook met Greenpeace in de waterstofcoalitie. Bovendien kunnen we met blauwe of groene waterstof ammoniak maken die de scheepvaartsector kan gebruiken ter vervanging van fossiele brandstoffen zoals stookolie. We helpen in de keten dus ook andere sectoren stappen te maken.”