Deze week publiceerde het CPB een ‘policy brief’ met een verkennende studie naar de effecten van een CO2-beprijzing. Het complete rapport kunt u hier bekijken. De samenvatting van het CPB vindt u hier.

Allereerst: een policy brief is géén doorrekening, maar een schets van van de inzichten en achtergronden op basis waarvan toekomstige doorrekeningen beter geduid kunnen worden.   De policy brief werd gemaakt naar aanleiding van de discussie over de zin en onzin van een CO2-heffing.

In dit rapport werden vier verschillende manieren van CO2-beprijzing onderzocht: een uniforme economie-brede variant en een industrie variant. Per variant werden vervolgens twee ‘terugsluis varianten’ onderzocht, wat resulteerde in uiteindelijk vier scenario’s. Bij de eerste terugsluis variant gaan alle opbrengsten uit de CO2-heffing naar de huishoudens. Bij de tweede variant komt een deel van de CO2 heffing (1 miljard euro in 2030) in de SDE++ regeling.

Een uniforme CO2-beprijzing zou volgens de policy brief het meest kosteneffectief zijn. Door alle sectoren een zelfde prijs voor CO2 te laten betalen, kan de uitstoot in de industrie en energiesector relatief goedkoop worden gereduceerd. Als de beprijzing vooral op de uitstoters van CO2 zou worden gericht, zouden die voordelen minder evident zijn.

Een uniforme (nationale) CO2-beprijzing leidt echter ook tot weglekeffecten. Zowel de energie-intensieve industrie (bijvoorbeeld staal) krijgt te maken met mondiale competitie die tot verlies van marktaandeel leidt en verhoging van de (mondiale) CO2-uitstoot. de energiesector krijgt te maken met concurrentie uit buurlanden, waarbij ook sprake kan zijn van weglekeffecten.

Die weglekeffecten kunnen worden beperkt door terugsluisopties, subsidies, maar vooral ook door gebruik te maken van Europese, in plaats van nationale, CO2-heffingen.

Toch is een uniforme CO2-prijs, waarbij iedere uitstoter hetzelfde betaalt, volgens de onderzoekers de te prefereren methode. Door vervolgens vooral in de energie-intensieve industrie en de elektriciteitopwekking te investeren, kan CO2-reductie het meest kosteneffectief worden gerealiseerd. Dat gebeurt vooral wanneer gekozen wordt voor de terugsluis variant waarbij een deel van de heffing in de SDE++ pot terecht komt. Bij deze variant zullen de gevolgen voor de werkgelegenheid ook het kleinst zijn.