Econoom Georges de Boeck over uitdagingen voor industrie

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen voor de industrie voor de komende paar jaar?

“Ik denk direct aan investeringen. Uit een recent uitgekomen rapport blijkt dat bedrijven soms kansen laten liggen op het gebied van nieuwe technologie. Dan noem ik toch weer big data. Met die technologie is het makkelijker om bottlenecks in je bedrijf bloot te leggen.”

En verder?

“De arbeidsmarkt. Dat is echt wel een probleem aan het worden. We hebben meer technisch personeel nodig, maar ook IT’ers. Vooral als je iets wilt gaan doen met die big data. Wat betreft die data-analisten: de industrie is niet de enige sector waar er een behoefte aan die beroepsgroep is. Je moet dus concurreren met allerlei sectoren om je personeel.”

“Kijk, op het gebied van productiviteit valt er niet meer zoveel te halen voor de Nederlandse industrie met de bestaande middelen. Je moet dus ervoor gaan zorgen dat bedrijven gaan investeren, zodat ze competitief blijven op de internationale markten. Denk daarbij aan diepte-investeringen, waarbij je maximaal gebruik maakt van nieuwe technologie. Dat betekent dus ook, dat je behoefte krijgt aan een ander type personeel. Niet elke operator zit te wachten op het werken met big data. Je hebt daarvoor ofwel nieuwe mensen nodig, of je schoolt je bestaande mensen om. Als we het dan over productiviteit hebben: met nieuwe technologie zou je met dezelfde hoeveelheid FTE’s wellicht een hogere productie draaien dan voorheen.”

Als we het over investeringen en nieuwe technieken hebben, vallen al snel buzzwords als big data en smart industry. Is dat niet een beetje te makkelijk?

“Zeker, je wordt doodgegooid met die buzzwords, maar met een reden. Als je machines hebt die zijn uitgerust met moderne sensoren kan je, vergeleken met machines die dat niet hebben, vaak sneller de bottlenecks blootleggen, effectiever en efficiënter je onderhoud uitvoeren en daarmee dus een hoger rendement halen. Als jij één keer een stilstand hebt kunnen voorkomen omdat je wist dat er een onderdeel vervangen diende te worden, verdien je die investering heel snel terug.”

Als we wat breder naar de markt kijken, zien we toch wel wat uitdagingen: een opkomend protectionisme en de aanstaande Brexit. Wat gaat dat voor de Nederlandse industrie betekenen?

“Wat betreft het opkomend protectionisme: dat geldt vooral voor de VS en China. Europese landen worden slechts beperkt geraakt, maar Nederland is, door de open economie, wel een van de meer kwetsbare landen. Maar, voor de Nederlandse industrie geldt nog steeds dat de afnemers vooral in omliggende landen gesitueerd zijn. Echter, als je een toeleverancier van een bedrijf in Duitsland bent, dat weer doorlevert naar de VS, dan moet je rekening houden met veranderingen in je afzetmarkt.”

“De heffingen op staal zijn fors. De gevolgen van deze heffingen zijn op bedrijfsniveau natuurlijk enorm als de afnemers vooral in de VS zitten, maar voor de industrie en economie als geheel is het effect slechts beperkt. Bovendien worden de heffingen momenteel onderzocht door de Wereld handelsorganisatie, omdat de heffingen die Trump heeft geïntroduceerd waarschijnlijk niet zijn berust op veiligheidsargumenten maar economische. De vraag is welke effecten dit teweeg gaat brengen, aangezien de uitspraak van de WHO invloed zal hebben op de volgende stap van Trump.”

En Italië, is dat een tikkende tijdbom?

“De export naar Italië door de Nederlandse industrie is vrij beperkt, dus problemen in Italië zullen onze economie maar beperkt raken. En ondanks dat de economische onzekerheden in Italië de afgelopen tijd zijn toegenomen, verwachten we geen economische problemen in de komende jaren, maar slechts een lage groei.

We hebben de laatste tijd vooral erg positieve cijfers gezien met betrekking tot de industrie. De laatste tijd is de groei wat aan het afzwakken. Moeten we al rekening houden met een nieuwe crisis?

“We zijn als industrie erg afhankelijk van het buitenland. We moeten dus vooral goed kijken naar wat er in de omliggende landen gebeurt. Als het in Duitsland minder gaat, heeft dat een groot effect op de Nederlandse industrie. Ik noem Duitsland met reden omdat daar de laatste tijd het producentenvertrouwen aan het afnemen is. In Nederland is het producentenvertrouwen ook afgezwakt, maar nog steeds positief. Ik zie nog geen signalen voor een aanstaande krimp. De verwachtingen voor de groei zijn binnen de Rabobank wat naar beneden bijgesteld, maar we verwachten geen crisis binnen de komende paar jaren. Ik heb het dan over twee jaar.”

Mogen we voorzichtig concluderen dat je nog steeds positief bent over de Nederlandse industrie?

“Ja, zeker wel. De verwachtingen zijn dus iets gematigder, maar nog steeds positief. De afgelopen jaren zag je echt een aantal piekmomenten in de groei. Die pieken zullen wat worden afgevlakt de komende tijd.”