Foto: David Mark / Pixabay

Moet de dispensatie van de CO2-heffing voor de zware industrie worden opgeheven?

In het klimaatakkoord van 2019 werd vastgelegd dat de Nederlandse industrie een nationale CO2-heffing (naast de EU-ETS) zou gaan betalen. Bij het uitbreken van de pandemie werd besloten om de industrie dispensatie te verlenen om de economische schade te beperken. De dispensatie zou tot 2024 gelden, maar er gaan nu stemmen op om de industrie alsnog te laten betalen voor haar uitstoot.

Hoewel de pandemie zeker niet voorbij is, worden de gevolgen van corona in het dagelijks leven steeds kleiner. Bovendien trekt de industrie al geruime tijd elke maand verder aan. Al sinds het derde kwartaal van 2020 is de industrie aan het herstellen van de klap van begin 2020. Toch hoeft ook de zware industrie pas in 2024 te beginnen met het betalen van de nationale CO2-heffing, dankzij een door het kabinet verleende dispensatie. Milieu-organisaties, maar ook politieke partijen (GroenLinks, Volt en PvdA) vinden dat dispensatie moet stoppen.

Formatie

Het is niet toevallig dat deze week de discussie opnieuw oplaait. De formatie is namelijk weer van start gegaan na het zomerreces. Maar nog belangrijker is het recent uitgekomen rapport van het IPCC, waarin met klem wordt opgeroepen om onmiddellijk vergaande maatregelen te nemen tegen klimaatverandering.

CO2-heffing

Zo’n 300 Nederlandse bedrijven zouden vanaf begin 2021 een heffing van 30 euro per uitgestoten ton CO2 gaan betalen. Per jaar zou er een tientje per ton bijkomen tot een maximum van 125 euro per ton in 2030. De CO2-heffing kan bovendien worden verrekend met de EU-ETS heffing. Door diverse dispensaties werd er in de praktijk nauwelijks iets betaald. Maar volgens het CBS is de schade die ontstond door corona inmiddels hersteld. In mei van dit jaar werd er nooit eerder meer geproduceerd door de industrie.

Tekorten

Volgens Joris Thijssen van de PvdA is het tijd om CO2 weer te gaan belasten. Maar volgens Hans Grünfeld van VEMW is het niet zo simpel, zo legt hij uit in een interview met het FD. Er is namelijk een ander probleem: “Bedrijven kampen met hoge grondstofprijzen en onderdelentekorten. Bovendien dachten we vorig jaar zomer ook dat het voorbij was en dat bleek niet zo te zijn. De onzekerheid is nog steeds groot”. Bovendien is er voor de uitvoering van broeikasgasreducerende maatregelen subsidie nodig van het rijk en dat ontbreekt vooralsnog. “Een nieuw kabinet moet de investeringsruimte van bedrijven niet wegnemen door zo’n heffing. Het moet juist stimuleren”, meent Grünfeld.

Belangrijker

De partijen die betrokken zijn bij de nieuwe formatie laten zich nog niet uit over het onderwerp. Vlak voor het reces liet demissionair staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Dilan Yeşilgöz-Zegerius nog wel weten dat het behalen van de lange termijn klimaatdoelen wat haar betreft belangrijker is dan het Urgenda-doel van dit jaar te behalen.