De Nederlandse staat gaat Uniper en RWE geen 1,4 miljard euro betalen als compensatie voor de vroegtijdige sluiting van hun kolencentrales. Daarover heeft de rechtbank in Den Haag vandaag een besluit genomen.

Uniper en RWE spanden een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat waarin ze een compensatie eisten van 1,4 miljard euro voor de gederfde inkomsten door het vroegtijdig sluiten van hun kolencentrales.

Aan de basis van hun claim ligt het in 1994 gesloten Energy Charter Treaty, waar Nederland uit wil stappen.  Maar in 2019 werd een wet aangenomen waarin staat dat vanaf 2030 geen kolencentrales meer operationeel mogen zijn. En dat is eerder dan de bedrijven hadden gedacht bij de bouw van de centrales. Volgens RWE en Uniper is dat besluit een inbreuk op hun eigendomsrecht, maar daar ging de rechter niet in mee. Volgens de rechter is de vroegtijdige sluiting van de centrales weliswaar een inbreuk op het eigendomsrecht, maar is die inbreuk niet onrechtmatig. Volgens de rechter zijn de bedrijven bovendien tijdig op de hoogte gebracht en hebben ze voldoende tijd om in de overgangsperiode de schade te beperken.

Teleurgesteld

Zowel RWE als Uniper zijn teleurgesteld over de uitspraak. “Voor een gezond ondernemings- en investeringsklimaat is een langjarig stabiel en voorspelbaar regulerend kader essentieel”, laat Uniper weten in een interview met de NOS.

In hetzelfde interview met de NOS zegt Bart-Jaap Verbeek, onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen dat de uitspraak een positief signaal weergeeft: “Dit soort bedrijven kunnen hun verantwoordelijkheid dus niet afschuiven en moeten zelf voor de kosten opdraaien. Want dit zijn ook de bedrijven die de afgelopen jaren heel veel winst hebben gemaakt en dat geld hadden ze ook kunnen investeren in ontwikkelingen.”

Afbeelding: RWE.com