Zojuist presenteerden drie ministers en een staatssecretaris het lang verwachte klimaatakkoord. Eerder deze week lekte het grootste deel van de inhoud van het akkoord al uit. De meeste onderdelen van het akkoord zijn dus geen grote verrassing meer.

Minister Wiebes meent dat het bedrijfsleven een ‘faire bijdrage’ zal moeten gaan leveren in de komende periode. Zowel de landbouw, industrie als elektriciteitssector zullen met minder energie en minder afval hun werk moeten gaan doen.

“De industrietafel kwam bij het OKA in eerste instantie niet aan z’n doel”, vertelt Wiebes. “Dat doel wilden we bij het definitieve klimaatakkoord uiteraard wel behalen, echter zonder weglek van CO2 en arbeidsplaatsen. Er komt dus een marginale CO2 heffing, waardoor de klimaatdoelen alsnog worden gehaald. Bij dit scenario’s is de kans op weglekeffecten het kleinst. Daarnaast gaat de industrie meer meebetalen aan de opslag duurzame energie (ODE).”

“Achterblijvers moeten in actie komen”, vervolgt Wiebes. “Voorlopers kunnen nu al en straks nog meer profiteren van een zeer gunstig vestigingsklimaat met diverse infrastructuren voor duurzaam ondernemen.”

Ook de elektriciteitssector zal de komende tijd ingrijpend veranderen. “In 2030 komt zestig procent van onze energie uit zon en wind”, meent Wiebes.

De hoofdpunten van de overige tafels dan: voor de gebouwde omgeving geldt dat er 1 miljard euro aan subsidies beschikbaar komt voor verduurzaming van huizen. Daarnaast komt er een warmtefonds, waarin uiteindelijk ook meer dan 1 miljard euro in terecht kan komen. Alle stappen dienen echter geleidelijk en betaalbaar uitgevoerd te worden.

In het agrarische gedeelte van het klimaatakkoord denkt de minister zo’n 6 megaton aan CO2 te kunnen besparen door een variëteit aan oplossingen. De meest interessante voor de industrie: koppelingen tussen de industrie en tuinbouw om CO2 te hergebruiken.

Voor de mobiliteit komt er veel aandacht voor (elektrisch) fietsen, OV en deelauto’s. Elektrisch rijden moet voor de particulier interessanter worden door de tweedehands markt te subsidiëren. De subsidies voor de leasemarkt worden versoberd, waarbij wel in acht wordt genomen dat de leasemarkt de tweedehands markt van de toekomst is.

Dan is er de gelegenheid vragen te stellen. Een NRC-journalist constateert dat er een verschuiving van de lasten van de consument naar het bedrijfsleven heeft plaatsgevonden. Hoe zit dat nu precies? Wiebes begint een technisch verhaal over subsidies uit eerdere afspraken, maar concludeert zijn antwoord met ‘dat het klimaatakkoord nog moet worden doorgerekend door de planbureau’s’.

Of er dan nog een level playing field is, wil een collega weten. Wiebes:”Het bedrijfsleven gaat een deel van de onrendabele top zelf betalen, omdat wij denken dat de gevreesde weglekeffecten beperkt zullen blijven. Wel reserveren we middelen om mogelijk verlies van werkgelegenheid alsnog te pareren.”

Greenpeace vindt het KA ‘een goede start, maar onvoldoende’. De milieu-organisatie vindt de plannen ‘te vaag’ en meent dat de voorgestelde ondergrondse CO2-opslag een ‘schijnoplossing’ is. De FNV vindt dat de rekening van de energietransitie teveel bij de burger wordt neergelegd, ook al legde Wiebes eerder nog uit dat de energierekening voor huishoudens zo’n 100 euro lager zal uitpakken.

De VNCI is niet te spreken over het klimaatakkoord. Door het invoeren van een CO2-heffing worden industriële bedrijven op een achterstand gezet ten opzichte van het bedrijfsleven in het buitenland. En dat belemmert de Nederlandse industrie juist te investeren en daarmee te vergroenen. De branchevereniging meent dat door het huidige klimaatakkoord een tegengesteld effect zal worden bereikt.