Het is in de industrie vrij gebruikelijk om werknemers te testen op het gebruik van drugs. Vooral tijdens turnarounds, wanneer er honderden ‘vreemde’ gezichten zich bij de toegangscontrole melden, is het vaak een standaard procedure geworden.

Maar volgens de AVG-wetgeving is het testen op drugs alleen toegestaan bij schippers, piloten en machinisten. Vallen de medewerkers niet onder een van deze beroepsgroepen, riskeert het uitvoerende bedrijf een forse boete.

Een ‘bedrijf dat anoniem wil blijven’ reageert in een interview met de NOS: “Wij werken hier met gevaarlijke stoffen en we hebben de verplichting een veilige werkomgeving te bieden. De kans op incidenten is groot wanneer mensen onder invloed aan het werk gaan.”

Het bedrijf legt uit dat de testen van te voren worden aangekondigd, dat er willekeurige steekproeven worden gedaan en dat gegevens niet bewaard worden. De tests zijn dus volledig anoniem. En met reden, want volgens de stichting Be Responsible worden er nog regelmatig mensen onder invloed uit de proeven geplukt. Die ‘positieve testers’ worden indien nodig aan de juiste zorg gekoppeld.

Dräger, producent van testapparatuur voor drugs rapporteert dat klanten aangeven tussen de 5% en 8% positief te testen in hun steekproeven. Een schrikbarend percentage. En toch mag het niet, zegt Autoriteit Persoonsgegevens. Volgens de woordvoerder van deze organisatie zijn er andere manieren om te voorkomen dat mensen onder invloed aan het werk gaan. Ook de vakbond FNV is tegen stelselmatig controleren op drugs, echter, bij functies met een ‘hoog veiligheidsrisico’ zou er moeten worden gekeken naar uitzonderingen, mits voldaan aan strikte voorwaarden.

Deltalinqs voorzitter Steven Lak vindt dat veiligheid voor privacy gaat. Hij meent dat de Tweede Kamer de wet moet aanpassen.