Ondanks de licht afgenomen vertrouwensindex ligt de Nederlandse industrie nog altijd goed op koers. Dat concludeert het FD vanmorgen naar aanleiding van de zojuist bekend gemaakte Nevi index, die door analisten als een zeer betrouwbare tool voor het verloop van de conjunctuur wordt gezien.

De vertrouwensindex is met 62,2 nagenoeg ongewijzigd met de index van november (62,4) en laat zien dat de industrie nog altijd op recordhoogte presteert. De deelindex voor de werkgelegenheid was nooit zo hoog, de stijging van de productieomvang was slechts één keer groter en de exportorders deden het alleen in april 2010 nog beter.

De economische groei zorgt voor een stevige prijsinflatie van halffabrikaten en grondstoffen. De vraag is inmiddels zo groot dat veel fabrikanten aan het hamsteren zijn geslagen om hun productie voor de komende maanden veilig te stellen. Uiteindelijk heeft de stijging van grondstoffen ook weer gevolgen aan de verkoopkant. Ook de relatief hoge olieprijzen hadden begin 2017 effect op de kosten voor de productie.

In een eerder verschenen artikel temperde Econoom Georges de Boeck de verwachtingen enigszins. “Zowel de hoeveelheid onvoltooid werk als de levertijd zijn sterk toegenomen in de maand september (2017, red.). Als producenten dit willen aanvechten, zullen ze meer mensen moeten aantrekken, naar verwachting tegen hogere loonkosten. Voor branches waar de afzetprijzen onder druk staan en de inkoopprijzen aan het toenemen zijn, kan dit een bedreiging zijn voor de winstgevendheid van het bedrijf.’